Wij en de wereld (2 - slot)

1981-01-09
  • Jaargang 25
  • nummer 1

Mens en naaste
De naaste staat tegenwoordig wel in het centrum van de belangstelling.
Zelfs wordt de naaste zo belangrijk geacht dat hij in de plaats komt van God. De gelovige behoeft zich niet meer om God te bekommeren want de naaste behoort het voorwerp van zorg voor elke, zich zelf respecterende, christen te zijn.
Er komen echter weer aanwijzingen dat dit horizontalisme niet voldoet.
Want aan welke normen moet de zorg voor de naaste voldoen als wij God buiten het beeld houden? Kunnen wij dan niet meer doen dan te zorgen voor het dagelijks brood?
Versmallen wij de naaste dan niet tot de mens in materiële nood? En hoe past de barmhartige samaritaan als naaste in dit horizontalisme?
Aan het begin van de menselijke geschiedenis staat de tweeheid van Adam en zijn vrouw. In deze naaste-
relatie wandelden deze beide met hun God.
Maar toen de mens-vrouw zich afkeerde van de zorgende Vader en zich konformeerde aan satan's exacte definitie werd ook de naaste relatie in zijn tegendeel omgeduid.
Immers, de vrouw gaf haar man te eten. Zij sleepte haar naaste mee in de fundamentele ellende. En die naaste ging toen op zijn beurt de kern van zijn vrouw-als-hulpe ontkennen.
De schuld ligt dan bij "de vrouw die Gij mij hebt gegeven".
Satan introduceert bij Eva met de zorgende Vader maar een Hij (derde persoon) die kennende is het goed en het kwaad. En als de mens op dat niveau gaat denken wordt het "die man" en "die vrouw".
De naaste wordt de ontpersoonlijke "hij" en "zij".
De naaste is aan de mens toevertrouwd.
Maar tegelijkertijd is het een opdracht om in den wereld een naaste te zijn. In het naaste-zijn komt de mens tot zijn recht.
De mens moet blijven leren, wie zijn naaste is en wat het betekent om naaste te zijn. Door gelovig te luisteren naar de Schrift kan de christen vorderen op de weg van het naaste-zijn, Natuurlijk behoort het tot de christen-taak om goed voor de armen te zorgen, maar het naaste-zijn gaat niet op in deze zorg. De naaste wordt door God op mijn weg gezet.
Deze naaste is vlak bij mij. Ik moet Ieren mijn naaste op te merken.
Heel concreet betekent dit dat de christen in de buurt waarin hij woont, in de werksituatie waarin hij bezig is, bekend moet zijn als naaste.
Als iemand die zich zorg maakt over de ander.
In het naaste-zijn manifesteert de mens zich als iemand die van God de Vader de zorg voor de medemens overneemt. En God laat dit toe en wil dit "overnemen-van-de-zorg" ook daadwerkelijk zegenen.
God laat ons in onze zorg voor de naaste niet in de steek. Hij blijft ook in dit opzicht de uiteindelijke zorgende God de Vader.
Dat de zorg van de christenheid ook voortdurend moet uitgaan tot de mens die slachtoffer is van het wanbeheer van de mens over de natuur, dat behoeft toch onder ons geen nader betoog?

Mens en mens
Tenslotte nog iets over de derde relatie n.l. de zorg van de mens voor zich zelf.
Op de klank af zou men hier een humanisme vermoeden. In het humanisme gaat het om de mens en is de mens zichzelf tot norm. Een ieder die de geschiedenis kent, weet dat in de naam van de mensheid veel onmenselijks is gedaan. Wij behoeven als christenen ons niet te verhoovaardigen, want wat in de naam van het christelijk geloof aan onmenselijkheid is gepleegd, is met geen pen te beschrijven.
Er zijn niet genoeg boeken om al de misdaden tegen de mensheid in de naam van allerlei "geloven" te beschrijven.
God heeft aan de mens de zorg over zich zelf toevertrouwd. En deze zorg moet duidelijk gedemonstreerd worden. Er moet a.h.w. een genormeerde zelfverzorging zijn.
Op twee punten wil ik in dit verband wijzen.
In de eerste plaats het moderne verkeer waaraan de mens deelneemt en waarvoor hij zelf medeverantwoordelijkheid draagt. Ik denk dat vele mensen de goede gewoonte hebben om 's morgens te bidden of de Heere hen wil bewaren voor de gevaren van het moderne verkeer.
En dat is goed.
Maar wij moeten ook durven bidden of God ons zo wilt doen gedragen dat Hij ons kan bewaren. God wil ons bewaren in het verkeer indien wij zorgvuldig met ons zelf omgaan. Ik moet voorzichtig zijn opdat God zowel mij als de naaste kan bewaren.
Want het is en blijft een schandaal als mede door onvoorzichtig verkeersgedrag van christenen, zij zelf verkeersslachtoffers worden. Dat daarbij ook de naaste vaak medeslachtoffer wordt maakt de schande alleen maar groter.
De christenen wordt o.m. gekend door het zorgvuldig omgaan met zich zelf.
Het andere punt betreft het omgaan met de massamedia, Ik zal ook in alles wat ik vrijwillig aan indrukken onderga mij moeten afvragen in welke mate ik schade oploop.
Want God heeft aan mij de zorg over mijzelf toevertrouwd. En ik stel mij vrijwillig open voor allerlei indrukken. Zijn deze indrukken bevorderlijk voor mijn functioneren in deze wereld?
Leer ik hierdoor mijn zorgende God beter verstaan?
Komt er in de moderne samenleving niet een brok onreinheid binnen dat ons aantast tot in de fundamenten van ons bestaan?
Hebben wij nog verweer tegen allerlei verleidingen als wij zoveel tot onze geest toelaten.
God, de zorgende Vader, vraagt van ons dat wij zorgvuldig omgaan met Zijn scheppingsgaven.
Met de natuur, met de naast en met onszelf.
Op alle drie fronten zullen wij geoordeeld worden. Maar op alle drie fronten heeft Christus getriomfeerd en mogen wij daarin Zijn navolgers zijn.
Dat vraagt studie, dat vraagt onderling gesprek. Dat vraagt om de leiding van de Geest.
Maar deze Geest is ons beloofd.

Tenslotte
De bekende duitse theologe Mevr. Sölle heeft onlangs eens geschreven dat het tijd wordt dat wij ons nu eens over God zorgen gaan maken.
Daar kan iets gevaarlijks in schuilen.
Het gevaar dat wij ons als gelijkwaardig en gelijkberechtigd beschouwen.
De bedoeling is dat God rechten op ons kan laten gelden.
In deze zin moet ook de menselijke zorg verstaan worden. God heeft er recht op dat wij goed voor Zijn schepping zorgen, Een schepping waarvan de mens de kroon is.
En inderdaad kan het goed zijn om ons te bezinnen op de vraag of wij in onze relatie met de natuur, met de naaste en met de mens zelf wel goed voor de naam van God de Vader zorgen.
Want God heeft zichzelf een Naam gegeven en deze Naam wil Hij door ons geëerbiedigd zien.
Zorg voor die Naam, is dat niet het kenmerk van de echte maatschappij-kritiek?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief