De tikkende tijdbom van Europa

2011-12-09
  • Jaargang 55
  • nummer 24
De financiële teloorgang van Griekenland, het land dat de bakermat is van onze beschaving, doet Europa op zijn grondvesten schudden. Hoe heeft het zover kunnen komen? De redactie vroeg mij de achtergronden van de huidige crisis te belichten vanuit Europees perspectief en de weerstand die er in orthodox protestantse kring altijd is geweest tegen het Europese project.

De Europese Unie (EU) is na de Tweede Wereldoorlog gevormd om de economieën van Europese landen zo te verbinden dat ze het wel uit hun hoofd laten om weer tegen elkaar ten strijde te trekken. In het bijzonder voor Frankrijk en Duitsland was dit essentieel na een lange geschiedenis van oorlogen met tientallen miljoenen doden. Met Nederland, België, Luxemburg en Italië vormden zij de Europese Economische Gemeenschap (EEG), de voorloper van de EU. Via intensieve economische samenwerking kwam het tot open grenzen en vrij verkeer van werknemers. Al snel werd duidelijk dat voor een echte open economie ook een gezamenlijke arbeids- en milieuwetgeving noodzakelijk waren, gevolgd door afspraken over een vaste wisselkoers voor elkaars munt.

Baken voor democratie
Het Europese project had veel aantrekkingskracht op andere Europese landen.
In de loop der jaren traden Groot Brittannië, Denemarken, Zweden, Ierland, Finland, Oostenrijk, Malta en Cyprus toe. De Unie bleek een baken voor democratie. Toen Spanje, Portugal en Griekenland hun dictatoriale juk afschudden was voor deze nieuwe democratieën een EU-lidmaatschap zeer gewild. Datzelfde gold na de val van het IJzeren Gordijn voor een groot aantal Oost-Europese landen. Na een zware en lange overgang naar markteconomie en democratie traden Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Slovenië in 2004 tot de EU toe, later gevolgd door Roemenië en Bulgarije.
Allengs werd duidelijk dat de gezamenlijke economie gebaat zou zijn bij een gezamenlijke munt. EU-landen die voldeden aan strenge voorwaarden voor staatsschuld en overheidstekort konden toetreden. Opmerkelijk was dat Griekenland ook werd toegelaten, hoewel dit land niet aan de voorwaarden voldeed.
De toenmalige Nederlandse minister van financiën Zalm vond dit geen probleem, omdat Griekenland slechts drie procent van de euro-economie uitmaakte.
In de Tweede Kamer stemden alleen het CDA, de SGP en de ChristenUnie tegen.
Na aanvankelijke scepsis groeide de euro in tien jaar uit tot een toonbeeld van monetaire stabiliteit in de wereld.
Was bij de aanvang de euro slechts 89 dollarcent waard, nu is de waarde ruim één dollar dertig en begin 2010 zelfs één dollar vijftig. Ook bij de eerste economische crisis in 2009 hield de euro zich goed, ondanks de oplopende overheidstekorten in eurolanden. Tegelijkertijd kelderde het Britse pond met veertig procent.
Hoewel Ierland, Spanje en Portugal in zwaar weer raakten, zagen ze toch kans de eigen huishouding op orde te brengen.
Wel werd steeds duidelijker dat de EU ondanks de eigen munt niet voldoende bevoegdheid had om snel te kunnen ingrijpen bij lidstaten die hun afspraken niet nakwamen. De Ieren vroegen op eigen initiatief de EU om hulp en bijstand, ook al waren ze dat niet verplicht, en konden het tij keren.

Tikkende tijdbom
In ongekende hoogtijdagen van de Europese economie nam echter de euroscepsis toe, zeker in Nederland, met als uitsmijter het ‘nee’ middels een referendum tegen een nieuw Europees Verdrag, dat o.a. voorzag in beter inzicht in elkaars boekhouding. Later kwam er een aangepast verdrag. Maar we zien de gevolgen. De kleine Griekse economie van drie procent is een tikkende tijdbom geworden.
De voornaamste oorzaak dat het in Griekenland, en in zekere mate ook in Italië, zover heeft kunnen komen is dat Europese economische samenwerking te weinig politieke inhoud heeft. Adequaat Europees beleid kan niet zonder stevige bevoegdheden en toezicht van de Europese Commissie en het Europees Parlement. Met meer instrumenten om in te grijpen was deze crisis aanzienlijk minder groot geweest.
Een failliet van Griekenland zou onze banken en pensioenfondsen hard raken. Zij schreven tot voor kort gretig in voor Griekse staatsleningen om een beter rendement te krijgen op hun beleggingen. Dan zijn de risico’s hoog.
Uiteindelijk is er in alle eurolanden een politieke meerderheid die de ernst onderkent en verantwoordelijkheid neemt. Er zijn garanties afgegeven voor duizelingwekkende bedragen, en banken gaan vijftig procent van hun vorderingen op Griekenland kwijtschelden. Het alternatief zou desastreus zijn, en de gevolgen voor bedrijven en werkgelegenheid niet te overzien. Zeker in ons land, dat als pure handelsnatie meer dan andere landen profiteert van open grenzen en stabiele monetaire verhoudingen.
Hoezeer te weinig daadkrachtig Europees handelen gevolgen heeft, blijkt nu ook uit de stijgende rentes voor overheidsleningen in veel andere Europese landen zoals België en zelfs Nederland en Duitsland.

Orthodoxe reserve
Van meet af aan was er in Nederland in orthodox protestantse kring reserve tegen het Europese ideaal. Destijds waren GPV, SGP, en ook het toen in vrijgemaakt gereformeerde kring actieve Gereformeerd Maatschappelijk Verbond (GMV) tegen Nederlandse deelname aan de EEG. Voor een deel was dat verzet ingegeven door het idee dat Nederland een soevereine staat en een goddelijk gegeven is. Een groeiende politieke unie zou Babelse trekjes kunnen krijgen, met een sterk rooms-katholiek stempel. Bij tijd en wijle steekt die reserve weer de kop op, zoals bij het referendum van 2005.
Zelf heb ik mij nooit in die reserve tegen het Europese ideaal kunnen vinden.
Wereldwijd werd en wordt Europa gezien als hoeder van de democratie en als een cultuur geënt op het christendom.
En adeldom verplicht. Na twee verwoestende wereldoorlogen was er geen andere weg dan blijvende vrede verankeren in nauwe Europese samenwerking.
Niet toevallig waren de grondleggers van dit ideaal, o.a. Robert Schuman, belijdende christenen.
Tegelijkertijd toonden de Europese landen zich onderling solidair. Toen de Grieken, Portugezen en Spanjaarden het juk van dictatuur afschudden en de Oost Europeanen het IJzeren Gordijn, kon de deur van het Europese huis voor hen niet gesloten blijven.
Wie rentmeesterschap en sociaal beleid als opdracht voor christenen ziet kan er niet omheen dat Europa met al zijn gebreken een lichtend voorbeeld voor de wereld is. Daarbij is door een duizelingwekkende groei van informatie en handel de wereld een dorp geworden.
Toekomstige schaarste aan voedsel, energie en grondstoffen en een veranderend klimaat staan prominent op de agenda. Dat zijn grote vraagstukken en wereldwijd worden Europese landen niet afzonderlijk, maar gezamenlijk op hun aanpak afgerekend.

Ethisch terrein
Uit eigen ervaring - bijna acht jaar Europees Parlement - heb ik kunnen vaststellen dat op ethisch terrein het joods-christelijk denken daar in betere handen is dan in ons eigen parlement.
Met name in medisch-ethische kwesties deden christelijke noties er in debatten en besluitvorming echt toe. En ere wie ere toekomt, katholiek Europa liet zich daar van zijn beste kant zien. Al die jaren heb ik een soortgelijke inbreng van Europese protestanten gemist. Voor zover als partij aanwezig sloten zij aan bij nationalistisch getinte groeperingen met als voornaamste gereedschap de handrem.
Niet onbelangrijk te noemen is nog de verbeterde positie van protestantse kerken in veel zuidelijke landen, van amper gedoogd tot nu volwaardig erkend.

Boter bij de vis
Ik ben ervoor om boter bij de vis te doen. Wie gezamenlijk verantwoordelijkheid neemt voor mensenrechten, economie, het milieu en de arbeidsstandaard, moet ook bereid zijn dat in bestuurlijke zin Europees te regelen en het daarbij behorende bestuur en parlement adequater gereedschap te geven voor controle.
Dat Europa godvrezend mag zijn is ons aller wens. Dat protestanten, Nederland noch Oranje iets te vrezen hebben van Europa is nog steeds mijn overtuiging.

Albert Jan Maat is voorzitter van de landbouworganisatie LTO Nederland en onder meer lid van het Dagelijks Bestuur van de SER en van de Bankraad Nederlandse Bank. Hij was van 1999 tot 2007 lid van het Europese Parlement voor het CDA.
Hij is lid van de NGK Groningen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief