Bidden met jonge kinderen

2008-08-15
  • Jaargang 52
  • nummer 16
Bidden kun je leren. Toch hebben veel ouders nooit geleerd om zélf te bidden. Hoe geef je dan de waarde van het gebed door aan je kinderen?

Wat bidden veel ouders voor hun kind! Als net bekend is dat er een kindje op komst is. Tijdens de zwangerschap. Rond de geboorte. Wat wordt er gebeden en gedankt rond de doop.
Het lijkt zo vanzelfsprekend: bidden voor kinderen. Er zijn ouders die dat dag in, dag uit volhouden. Ook (en misschien wel: juist) als hun kinderen andere wegen gaan dan zij zich hadden voorgesteld.
Maar het is ook vaak moeilijk om het vol te houden. Als de opvoeding gewoon verloopt. In de drukte van het dagelijkse gezinsleven. Soms lijkt het of het bidden pas weer ‘beleefd’ wordt als de opvoeding niet meer vanzelf gaat. Als er zorgen zijn op medisch gebied en als de schoolprestaties in het gedrang komen.

Bidden mét kinderen
Veel ouders geven aan dat ze thuis nooit hebben geleerd om met hun kinderen te bidden. Hele generaties ouders zijn opgegroeid zonder een persoonlijk gebed. Ze hoorden iedere dag hetzelfde formuliergebed, dat meestal door vader aan tafel werd uitgesproken. 'Doch geef, dat onze ziele niet aan dit vergank'lijk leven kleev', maar alles doe wat Gij gebiedt, en eind'lijk eeuwig bij U leev'.' Aan de moeder was de taak om er op toe te zien dat het kind zijn vaste avondgebedje uitsprak. ‘Ik ga slapen, ik ben moe, ik sluit mijn beide oogjes toe.’ Veel volwassenen hebben overigens toch niet zo’n negatief beeld hebben bij deze vaste gebeden. Ze voelden dwars door het ritueel heen de betekenis. Door de woorden heen hebben ze de emotie van hun ouders ervaren. Soms ook niet door de woorden, maar door de houding. Zo schrijft mijn jongste tante over mijn grootvader: ‘Toen mijn moeder plotseling ziek werd, zag ik eens hoe mijn vader ’s avonds laat knielde voor de bank. Hij bad voor mijn moeder. Ik zal het nooit vergeten’ (Nynke Dijkstra-Algra in: Met kinderen onderweg).

Verschuiving
Inmiddels leven we in een andere tijd. In de jaren ’60 groeide de kritiek op de vaste patronen en rituelen in de opvoeding. Ook in christelijke gezinnen verschoven de opvattingen. Moest dat nu zo nodig, rond drie maaltijden zes maal bidden en danken en dan ook nog eens ’s avonds voor het slapen gaan? Soms bleven de rituelen, maar minder frequent. Andere ouders gingen op zoek naar nieuwe vormen van gebed, naar gebeden in moderne woorden. Ze zochten in gebedenboeken en probeerden eigen woorden voor het gebed met kinderen te vinden.

Waarom belangrijk?
Godsdienstpsychologe mevrouw dr. Trees Andree schrijft dat het samen bidden met kinderen een buitengewoon belangrijk deel is van de geloofsopvoeding. Méér dan de geregelde kerkgang en het lezen uit de Bijbel vertelt volgens haar het samen bidden met kinderen over de intensiteit van de beleving van het geloof door de ouders. Met andere woorden: juist aan het bidden merken kinderen hoe intens ouders bezig zijn met het geloof.

Kinderen zijn verschillend
Toch zijn ouders vaak verlegen met de vraag hoe je met kinderen kunt bidden. Gelukkig zijn veel jonge kinderen spontaan. Ze nemen daarmee de verlegenheid van ouders weg. Wel is er een groot verschil tussen kinderen, zelfs binnen hetzelfde gezin. Het ene kind is meer geremd, het andere reageert spontaner. Het ene kind kan nog geen minuut stilzitten, het andere luistert vijf minuten eerbiedig. Dat heeft ook met het temperament van kinderen te maken.

Vanaf de wieg
Baby’s kunnen al iets van de sfeer van het gebed ervaren. Door een ritueel te herhalen, door steeds hetzelfde liedje te zingen, ontstaat een vertrouwd gevoel. Maar een baby begrijpt nog niets van wat er gezongen wordt.
Ook peuters hebben nog geen besef van God. Ze weten dus niet tegen Wie ze bidden. Ze imiteren gewoon hun ouders. Ze vouwen ook de handen en proberen ook de ogen dicht te doen. Wél proeft de peuter al heel goed de eerbied van de ouders. Het vertrouwen dat zij in God stellen wordt door de peuter overgenomen. En natuurlijk wordt het ‘Amen’ luid en duidelijk mee gezegd.

Peuters en kleuters
De oudere peuter (3 jaar) begint te begrijpen dat God Iemand is. Hij begint dan ook vragen te stellen over Wie God is, waar Hij is en hoe Hij er uit ziet. Peuters en kleuters genieten van de herhaling. Ze kunnen al benoemen waarvoor en voor wie gebeden wordt. Voor ouders kan dat wel eens als bijna ‘wereldvreemd’ overkomen. Hun dochter die bidt voor de hamster, voor het gras buiten en dankt voor het behang en de ramen van het huis.
Belangrijk is dat het gebed concreet is. Peuters en kleuters herkennen alleen datgene wat ze ook gezien hebben. Abstracte begrippen zijn voor hen onbegrijpelijk. ‘Een almachtig en trouw Vader in de hemel’ is voor hen wat de inhoud van die woorden betreft zonder enige betekenis. Een zin als ‘Dankuwel dat u zo goed voor ons zorgt’ is ook abstract, maar past wel goed in de wereld van kinderen. ‘Zorgen voor’ is iets wat ze dagelijks meemaken. Een manier om jonge kinderen actief bij het gebed te betrekken is een ‘gebedenboek’ met platen van thema’s die in hun leven een rol spelen. Een foto van pappa, van mamma, van het broertje, van de dieren, van de dominee, van een bed (voor een zieke), van opa en oma. En ook nu is de herhaling weer essentieel. Vooral in de vorm van het zingen. Als kinderen zingen onthouden ze beter én ze ervaren meer sfeer. Ook bij jonge kinderen kan zingen twee maal bidden zijn.
Naarmate de kleuter ‘groter groeit’ komen er meer vragen. ‘Kan God iedereen tegelijk horen?’ En iets ouder: ‘Hoe kan God ons horen? Praat hij Nederlands?’

Welke vragen?
Opvoedingsbladen kennen schema’s van momenten waarop kinderen bepaalde vragen gaan stellen. Op zichzelf is dit al een hachelijke zaak. Als het om de geloofsopvoeding gaat is het extra onzeker. Kinderen ervaren het geloof op een heel verschillende manier. Het ene kind stelt eindeloos vragen, het andere kind ervaart vooral geborgenheid en komt niet eens aan het stellen van vragen toe.

Gevoelig
Kleuters zijn heel gevoelig voor de houding van ouders. Meer dan wij vaak beseffen proeven ze aan ouders hoe deze met het geloof bezig zijn. Om het in een wat verouderd taalgebruik te zeggen: Als ouders een vertrouwelijke omgang met God hebben zal het kind ook die persoonlijke omgang ervaren.
Toch moeten ouders daarmee niet krampachtig gaan opvoeden. Het gevaar is dat ouders denken dat ze perfect moeten opvoeden, omdat het kind van hén moet leren wie God is. Ouders hebben een opdracht, maar we mogen ook geloven dat God onze gebrekkige opvoedingsmiddelen aanvult.

Jong geleerd
Bij de doop hebben ouders beloofd hun kind op te voeden in het geloof. Maar de gemeente heeft als getuige ook ‘ja’ gezegd op de doopvragen. Kinderen christelijk opvoeden doe je niet alleen, maar samen met andere christenen.
Als ouders op jonge leeftijd aan kinderen vertellen over Wie God is, is dat een basis is die nooit vergeten wordt.
Rituelen zijn daarbij onmisbaar. Op jonge leeftijd bidden met kinderen is van onschatbare waarde voor de christelijke geloofsopvoeding.

Henk Algra is orthopedagoog en lid van de NGK/CGK van Alkmaar.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief