Wat verwachten wij van de toekomst?

1981-02-06
  • Jaargang 25
  • nummer 5
Vooruitgangsgeloof
Het vooruitgangsgeloof vindt zijn wortels in de Verlichting (Aufklärung) een beweging, die omstreeks 1700 opkwam. De aanhangers van de Verlichting stelden een onbegrensd vertrouwen in de menselijke rede. Voltaire, hij wordt wel de Mozes van de Verlichtingstijd genoemd, schreef in 1751, dat de menselijke rede en ijver altijd zullen voortschrijden en dat vooroordelen en misstanden geleidelijk zullen verdwijnen.
Aanhangers van de Verlichting geloofden in de vervolmaking van de mens zelf. Aan die vervolmaking van de menselijke eigenschappen zou geen grens zijn. En zo zou de mens op eigen kracht het paradijs kunnen bereiken. De mens immers, zo meende men, is van nature niet verdorven. Door het licht van de rede en de ervaring zal hij dan ook in staat zijn het goede leven op aarde steeds meer te volmaken.
Er is geen menselijke zondeval, zoals de Bijbel beweert, die de mens uit zijn paradijs weghoudt. Het zijn alleen de foutieve samenlevingsvormen, die de mens van zijn geluk verwijderd houden. En deze kan hij zelf wel wijzigen.
Welvaartsgroei, voortgang der techniek en industriële expansie leiden ons naar een betere toekomst.
Hoewel de vooruitgang nog al eens tegenviel, leek het er na de laatste wereldoorlog toch op, dat de Verlichting gelijk zou krijgen. De westerse landen en ook ons land hebben na de oorlog een geweldige technische en economische vooruitgang doorgemaakt.
Het leek inderdaad alsof de bomen tot in de hemel groeiden.
Men meende, dat de overheid de macht had het economisch leven op elk moment in de gewenste richting te leiden. Economische crises zouden voor goed tot het verleden behoren.
Met minachting keek men neer op vooroorlogse politici als Colijn, die geen kans zagen de grote malaise in de dertiger jaren doeltreffend te bestrijden.
Het vooruitgangsgeloof beleefde hoogtijdagen.
Het leek alsof het paradijs in aantocht was.

Ondergang van het groeigeloof
Sindsdien is de situatie ingrijpend gewijzigd.
In het begin der zeventiger jaren wees de club van Rome erop, dat wc in een eindige wereld leven. De hoeveelheden lucht, water, voedsel en delfstoffen zijn beperkt. Het einde is in zicht. Ons milieu is al ernstig aangetast. Er zal in de toekomst onvoldoende frisse lucht, water, voedsel en energie zijn.
In diezelfde tijd confronteerde de oliecrisis ons met een tijdelijk energie-tekort. We ontdekten toen hoe kwetsbaar we op dit punt al waren.
Sindsdien wordt met grote ijver getracht de grenzen toch wat op te schuiven.
Door allerlei technische vindingen kun je de belasting van het milieu wat verlichten. Alternatieve energiebronnen kunnen ook enig uitstel geven.
Ondanks deze maatregelen komt de grens der mogelijkheden toch steeds dichter bij. Het is een kwestie van tijd geworden. Eens zal de grens bereikt zijn.
De mens is in plaats van godvrezend een tijdvrezend schepsel geworden, zoals F. L. Polak het eens uitdrukte.
De laatste jaren is van economische vooruitgang niets meer te bespeuren.
Daarover wordt hoogstens nog in verkiezingsprograms gesproken.
Deze lopen echter meestal achter.
Aan de lopende band worden we nu geconfronteerd met sluitingen van bedrijven en een grote vermeerdering van de werkloosheid. Het is duidelijk, dat de overheid niet in staat is dit euvel doeltreffend te bestrijden.
Het begint ook langzamerhand duidelijk te worden, dat ons prachtig stelsel van sociale voorzieningen, opgebouwd in jaren van toenemende welvaart, gevaar gaat lopen. Bij een steeds dalende conjunctuur is dat niet te handhaven.
De toekomst lijkt in plaats van een paradijs 'een doem in zich te bergen.

Het doemdenken
Economisch is de toestand dus zorgelijk en zijn. de vooruitzichten slecht, Ook de buitenlandse politieke ontwikkelingen geven aanleiding tot zorg.
In de oostelijke door Rusland beheerste landen gaat de bewapening in snel tempo omhoog. De oorlog tussen Iran en Irak vormt een bedreiging voor onze energievoorziening.
De verhouding tussen Israël en de Arabische landen is gevaarlijk voor de wereldvrede.
De ellende van de derde wereld wordt steeds groter. De onmacht enlof onwil van het westen om daarin verbetering te brengen is duidelijk.
De techniek, die onze mogelijkheden vergrootte, dreigt ons boven het hoofd te groeien. Ons milieu wordt met vernietiging bedreigd.
De mogelijkheid van een atoomoorlog wordt steeds reëel er. Niemand, noch voorstanders van kernbewapening, noch atoompacifisten, weten hoe ze deze bedreiging weg kunnen nemen.
En dan de ineenstorting van allerlei normen en waarden.
De van ouds zekere burcht van het gezin wankelt.
De ethische normen krijgen minder invloed.
De gezagsondermijning gaat steeds verder.
De invloed der kerken wordt minder.
We kunnen deze klaagzang nog veel langer maken.
Is het wonder, dat het doemdenken de overhand krijgt en elke verwachting voor wereld en toekomst gaat wegvallen.
De wereld kan toch niet aan haar verschrikkelijk lot ontkomen.
Het paradijs is uit ons gezichtsveld verdwenen.

Het "ik-tijdperk"
Wat blijft er nog over als je door dit doemdenken bevangen bent?
Eigenlijk kun je dan nog maar één conclusie trekken: laten we eten en drinken en zoveel mogelijk plezier maken. Laten we lekker onszelf zijn. Ons los maken van elke binding.
Immers een toekomst hebben we niet. Morgen sterven we. Schep dus vreugd in het leven zo lang het nog kan. Daar is echt nog genoeg lol te maken.
Er zijn genoeg bars, waar je je kunt vermaken.
Thuis heb je de t.v. die je kan helpen de avond door te brengen.
Ter afwisseling ga je dan een blokje rond lopen met de levensgrote hond.
En natuurlijk is er dan nog de sex. "Let us make love".
Om de stemming te verbeteren kan ons het biertje en het borreltje helpen.
Wat gaat ons de rest van de wereld aan?
We doen toch lekker waar we zelf zin in hebben.
In dit "ik-tijdperk" viert het individualisme hoogtij en waart de eenzaamheid rond.
We zijn toch niet ons broeders hoeder?
Doen wat ze zelf willen. Het enige dat ons nog rest in deze tijd zonder toekomst.

Zelfbevrijding
Velen erkennen, dat dit doemdenken rampzalig is. De opmars van dit denken verontrust terecht zeer velen. Immers het werkt verlammend voor elke kreativiteit. Deze negativistische denktrant zou zichzelf op deze wijze wel eens waar kunnen maken.
Maar wat is het antwoord op dit doemdenken?
Daar zijn velen, die nog geloven in de zelfbevrijding.
De socialisten b.v. behouden ondanks al die sobere toekomstvoorspellingen toch nog een optimistisch beeld van de toekomst. Dat optimisme berust op de overtuiging, dat de mens in staat is bewust in te grijpen in de maatschappelijke ontwikkeling en dat hij de samenleving vorm kan geven in overeenstemming met de socialistische idealen.
Tegenover het doemdenken stelt men, dat de wereld niet overgeleverd is aan het wrede lot of het vrije spel der maatschappelijke krachten, maar dat de wereld merkbaar is. Men gelooft in het socialistisch ideaal van de zelfbevrijding.
Men vertrouwt ondanks alles nog op het vermogen van de mens om het paradijs op eigen kracht te realiseren.
Maar deze optimistische visie vertoont overeenkomst met de man, die meent, dat hij door aan zijn haren te trekken zich. uit het moeras kan bevrijden.

Christelijk optimisme
Al kan de socialistische visie de onze niet zijn, dat betekent niet, dat wij het doemdenken aanvaarden mogen.
Deze fatalistische denkwijze is uitermate gevaarlijk, omdat Zie in wezen nihilistisch is. Het menselijk leven is, zo meent ...men, bestemd voor de ondergang.
Deze visie is o.m. een vruchtbare bodem voor de opkomst der sekten.
Een christen mag zich dan ook nooit neerleggen bij de pessimistische gedachten van het doemdenken.
Daartegen moeten we ons met kracht verzetten.
Niet, omdat de huidige ontwikkeling geen reden tot zorg geeft, al is het wel zo, dat de hiervoor gegeven situatietekening nog al eenzijdig is.
Zo kan men achter de conclusies van de club van Rome wel enkele vraagtekens plaatsen. Ook ontbreekt elke dankbaarheid voor het vele, dat we ook nu nog mogen ontvangen.
De wereld is Goddank niet onderworpen aan een niet te ontkomen noodlot.
God regeert de wereld. Hij heeft een plan met deze wereld, Hij wil niet de ondergang, maar de redding van de wereld.
Maar de mens is geen figurant. De besturing van God loopt mede via beslissingen en handelingen van de mens. Hij is medearbeider in Gods Koninkrijk. Wij moeten, zo schrijft prof. dr P. Nijkamp in "Herfsttij der vooruitgang" doen wat onze hand vindt om te doen, ook met het oog op de toekomst der aarde.
Maar we weten, dat een aardse toekomst geen eindpoot is. Voorbij de horizon van de aardse toekomst staat het wenkend perspectief van een nieuwe toekomst. De Schrift wijst ons -daar uitdrukkelijk op. De ontwikkeling van de wereld zal plaats vinden. (Matth. 24).
Voorafgaande aan, de dag des Heren zullen er verschrikkingen komen en zal de goddeloze mens regeren.
Paulus zegt echter tot onze bemoediging: wees standvastig en houdt u aan de overleveringen. Dat betekent: houdt u aan het Evangelie van Jezus Christus.
Dat bewaart ons voor het dwaze groeigeloof van hen, die alles verwachten van het menselijk vernuft.
Dat behoedt ons evenzeer voor het nihilistisch doemdenken alsof we met de wereld reddeloos ten onder gaan.
Immers het Evangelie zegt ons, dat het paradijs, het rijk van God komende is.
Onze Heer komt.
Daarom gaan wij rustig door met het vervullen van onze roeping op deze aarde.
Christenen zijn geen pessimisten.
Immers zij weten, dat de geschiedenis naar een doel toegaat.
Onze Heer komt!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief