Het Liedboek
1981-02-13
Lied 66. Dit Lied is als Lofzang van Maria (Luc. 1 : 46-55) in de berijming van Johannes Eusebius Voet algemeen bekend.- Jaargang 25
- nummer 6
Wel zijn, behalve bij strofe 1 en 3, diverse wijzigingen aangebracht. Het Compendium drukt dit als volgt uit: "deze berijming is een soort monumentenzorg geweest, restauratie van wat bewaard kon blijven en vervanging van hetgeen bouwvallig was (p. 258). "Het meest boeiende van de melodie is dat er met zo weinig middelen zoveel spanning wordt opgeroepen, een sfeer van innerlijke blijdschap" (Comp. p. 259). Deze melodie is ook gebruikt voor Lied 9, de Lofzang van Hanna.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 67. In tegenstelling met het voorgaande vertoont dit Lied (Lofzang van Zacharias) enkele zwakke plekken. Het aangegeven Schriftgedeelte (Luc. 1: 67-79) is op sommige punten niet voldoende in de berijmde tekst terug te vinden. Zo is b.v. "heeft ons een hoorn des heils opgericht" (d.i. een sterke Held, die behoudenis zal aanbrengen, KV, Greydanus) weergegeven met "Hij heeft Zijn teken opgericht", terwijl over de "kennis van heil in de vergeving der zonden" (vs. 77) niets te vinden is. Ook de laatste regel van strofe 3 "op aarde daalt de vrede" is niet gelijkwaardig aan hetgeen in vs. 79 staat: "om onze voeten te richten op den weg des vredes". In dit opzicht is de inhoud van de vroegere berijming juister en vollediger, al is het taalgebruik wel belangrijk verbeterd. Een betere berijming zou o.i. gewenst zijn.
De melodie wordt hersteld gezongen.
Tekst: strofe 1 en 2: 3, strofe 3: 1; melodie: 3.
Lied 68. De tekst van dit Lied heeft t.o.v. de onder ons bekende Lofzang van Simeon geen wijziging ondergaan. "Deze berijming van 1773 heeft zich volledig kunnen handhaven. De 4 verzen Luc. 2 : 29-32 zijn in twee eenvoudige, zesregelige coupletten bijzonder helder en getrouw samengevat (Camp. p. 265). "Een vredige, bijna pastorale, melodie draagt hier Simeons Lofzang", aldus het Compendium.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 69. Als Kerklied lijkt ons deze berijming niet geslaagd. Daarvoor is het een te letterlijke weergave van het historisch gebeuren, zodat wij teveel worden vereenzelvigd met de tollenaars en soldaten van die tijd.
Mogelijk zou het gezongen kunnen worden ter vervanging van een event. lezing van het aangegeven Schriftgedeelte of direct in aansluiting daaraan.
Wat de melodie betreft, deze is aan de (te) hoge kant. "Het is duidelijk dat de solist een hoge stem moet hebben" (Comp.).
Tekst: 2, vanwege de bruikbaarheid als Kerklied; melodie: 2.
Lied 70. Volgens het Compendium (p. 267) is het in dit Lied aangegeven motief van "eerste" en "laatste" ontleend aan de gelijkenis uit Luc. 14: 7-11.
Dit is naar onze mening niet juist. Het gaat in deze gelijkenis om "de hoogste" en "de laagste" plaats en richt zich duidelijk tegen de gasten, de Farizeeërs, die de voornaamste plaatsen gingen bezetten. Als zodanig is het een ernstige waarschuwing tegen de hoogmoed en eigen gerechtigheid, steunend op een nauwgezette wetsbetrachting van deze mensen. En het is een oproep tot ootmoed en nederigheid die karakteristiek is voor de levenshouding van hen die het Koninkrijk Gods willen beërven. Deze elementen komen echter in de onderhavige berijming onvoldoende tot hun recht, waar het accent gelegd wordt op de heersers-van-straks als de-knechten-van-nu. Daarbij zijn bovendien gemaakte toepassingen in diverse variaties niet bepaald doorzichtig.
De melodie is goed, passend bij de berijming.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 71. Dit Lied draagt weinig bij tot de aanvaarding van elk berijmd Schriftgedeelte als Kerklied. Daarvoor zijn de strofen 1 en 2 zonder meer te veel verhalend, terwijl in strofe 3 "de zingende gemeente het verhaal op zich zelf toepast." Voorts valt nog op te merken dat de opdracht "weest geheiligd" (strofe 1) niet uit de tekst kan worden afgeleid, terwijl daarnaast de vraag rijst waarom geen plaats is...verleend aan de inhoud van vs. 19: "uw geloof heeft u behouden".
De melodie is voor de kerkzang niet sterk, enigszins eentonig.
Tekst: 1; melodie: 1.
A. t.a.v. de tekst der liederen: het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v. vanwege het humanistisch karakter of door een sterk piëtistische inslag; het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst; het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.
B. t.a.v. de melodie der liederen: het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie; het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort; het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.