JAGER OF HERDER
1981-02-20
Elk jaar reisden de ouders van de Here Jezus naar Jeruzalem, zo lezen we in Lucas 2:41. Je ontkomt niet aan de indruk, dat ze één keer per jaar die tocht ondernamen. Zó wordt het verteld in dat vers. Maar de wet had voor alle mannen voorgeschreven: drie keer per jaar. Zie bijv. Deut. 16:16. Ik heb ergens gelezen, dat het voor de mensen in het hoge noorden van Israël te bezwaarlijk bleek om het te doen, zoals de wet het zei, en dat het er in de praktijk van gekomen was, dat de veraf wonenden met één keer per jaar volstonden. Jozef was een godvrezend man, maar hij heeft niet gevreesd, dat de toorn van de HERE op hem losbarsten zou, omdat hij maar één maal per jaar ging. Hier hebben wij het eens over gehad, toen de vraag gesteld werd, hoe vaak je de maaltijd des Heren vieren moet. Moet? Er is gezegd: Elke week, want zó vind je dat in Handelingen. Ik acht het mogelijk, dat de Here graag zou zien dat we elke week bij brood en wijn Zijn dood verkondigden. Doch als het in de gemeente niet haalbaar is, moeten we dit punt niet gaan “drijven”. Een kwart eeuw geleden had je felle diskussies over de feestdagen. Een drie-kwart eeuw terug, toen had je de vroegdoop, óók al zo’n twistpunt. Als het in de gemeente niet gaan kan, zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat. Dat lijkt geen principiële stelling, maar ’t is wel pastoraal. Esau was een jager. Jakob een herder. Jakob had er niets mee op, dat Esau hem begeleiden zou.. “Mijn heer, er zijn nogal wat kinderen bij mij en veel kleinvee; zou men die maar één dag al te zeer jagen, dan zou de gehele kudde sterven!” (Genesis 33:13).- Jaargang 25
- nummer 7