Buiten het boekje
1981-02-20
"Het is een schande dat zoiets geschreven wordt!" Dat was één van de reacties op de ontmoetingsdag in Zutpen, toen ik iets had voorgelezen uit "Een vlucht regenwulpen" van Maarten 't Hart. "Nee", zei een ander, "het is goed dat zoiets eens wordt gezegd." En daarmee waren we terecht gekomen in een bespreking die niet meer rechtstreeks betrekking had op een literair werk, maar die wel nauw verband hield met een bepaalde kijk op de werkelijkheid. De één vond dat de voorstelling in de roman falikant onjuist was, de ander was van mening dat er in de realiteit van het leven inderdaad allerlei menselijke tekortkomingen aan het licht treden. De één veroordeelde het boek omdat daarin de waarde van het ambt werd aangetast, de ander vond dat het best eens duidelijk gemaakt mocht worden dat ook ambtsdragers mensen met gebreken zijn. Helaas ontbrak ons de tijd verder op het probleem in te gaan. Ik denk dat de verschillen in mening niet helemáál op te lossen zijn, maar vermoedelijk hadden wij wel iets kunnen bereiken, als we eens nauwkeurig na waren gegaan hóe de ouderlingen in de roman beschreven worden en hóe dat in het boek functioneert. De vraag in hoeverre een bepaalde beschrijving overeenkomt met de werkelijkheid, is niet meer alleen een zaak van literatuur, maar zij hangt wel samen met de wijze waarop het letterkundige werk wordt gewaardeerd. Iemand die van mening is dat de werkelijkheid verkeerd wordt getekend en dat een schrijver in feite een leugenachtige voorstelling van zaken geeft, zal er negatief over oordelen.- Jaargang 25
- nummer 7
Maar iemand die bepaalde dingen herként, zal instemmend knikken en het boek "mooi" vinden.
Er is in Opbouw de laatste tijd meer geschreven over Maarten 't Hart, daarom zal ik nu maar niet verder op zijn werk ingaan. Alleen wil ik nog wél eens de woorden van Bertus Aafjes herhalen: "Dichters liegen de waarheid". Dat geldt ook voor een romanschrijver: hij zet de werkelijkheid naar zijn hand om zó zijn "waarheid" te kunnen brengen.
En dat hoeft nog niet uw of mijn waarheid te zijn!
Toch houdt het onderwerp mij bezig en heb ik er behoefte aan eens een uitstapje naar de werkelijkheid te maken. Misschien ga ik daarmee in de ogen van sommige lezers "buiten mijn boekje", het zij zo. Ik hoop dat er reacties zullen komen.
Abel Herzberg heeft een boekje geschreven: "Om een lepel soep". Hij haalt daarin herinneringen op uit zijn meer dan vijftig jaren praktijk als advocaat. Ook in het concentratiekamp Bergen Belsen waar een lepel soep, een stukje brood, een kwestie van leven of dood kon zijn.
Ik citeer: "Advocaten zijn doodgewone doorsnee-mensen, net zo hebzuchtig als iedereen en bijwijlen net zo onbaatzuchtig. Maar het ambt dat zij dienen, heeft zijn innerlijke wetmatigheid behouden en onderwerpt zijn dienaren daaraan. In de volksverbeelding bestaan er allerlei vastomlijnde typen en één daarvan is "de" advocaat. Een bepaald mooie figuur is hij niet. Integendeel.
Hij is een nogal onsympathieke kerel.
In werkelijkheid bestaat hij helemaal niet, evenmin als al die andere typen. Wat op grond van enkele karakteristieken onder één noemer wordt geplaatst, komt alleen maar voor in eindeloze variaties."
Zou datzelfde niet gezegd kunnen worden van kerkelijke ambtsdragers?
De grapjes die in Friesland de ronde doen en waarin de dominee naar voren komt als een nogal snoeplustige, onhandige, wereldvreemde geleerde doen de waarheid geen recht. De ideale ouderling bestaat net zo min als de karikaturale typen van Maarten 't Hart. Het zijn allemaal heel gewone mensen met hun eigen goede en zwakke hoedanigheden; er zitten héél goede bij, maar er zijn er ook die het beter nooit hadden kunnen worden.
Met zo'n opmerking wordt echt niet de waarde van het ambt aangetast!
De gereformeerde kerken hebben er altijd al rekening mee gehouden dat ook de ambtsdragers niets menselijks vreemd is. Ik hoef alleen maar te verwijzen naar het bevestiging formulier dat de mogelijkheid signaleert van tirannie en heerschappij in de gemeente Gods.
Abel Herzberg houdt zich in zijn boek ook bezig met de vraag van het "recht"" Wat is dat eigenlijk, en waarom is het nodig? Ook in Opbouw is daarover geschreven; er verschenen artikelen over kerkrecht en kerkenorde en ik heb ze met interesse gelezen. Afleen, ik ben met een paar vragen blijven zitten en die zou ik toch wel graag eens aan de lezers van Opbouw willen voorleggen.
Ze houden verband met de praktijk van het leven, ze liggen "buiten het boekje", maar ze zijn daarom niet minder belangrijk.
Eerst ga ik nog even terug naar het boekje, dat van Abel Herzberg. Hij schrijft over de mensen die zich om hulp tot de rechter wenden, de "justiciabelen". Hij zegt ervan: "Alle justiciabelen hebben één ding gemeen. Ze hebben allemaal gelijk.
A Is ze daarvan niet overtuigd waren, dan waren ze niet op komen dagen. En ze hebben nóg een ding gemeen: ze hebben stuk voor stuk nooit helemaal ongelijk." En hij vertelt over een oude president van de rechtbank die hem als jong broekje de volgende les gaf: " Vergeet nooit, jongeman, dat er nog nooit een procespartij is geweest, of hij had wel een beetje gelijk. Wie volledig ongelijk heeft, procedeert niet, als hij tenminste niet stapelgek is." Het gevolg is dat ook altijd de verliezende partij het gevoel heeft dat hem geen recht is gedaan.
"Er is geen recht in dit land", hoor je dan. Hoe is het in de kerk? Ook bij de Vrijmaking is dat gezegd: "Er is geen recht." Niet in de kerk, waar b.v. predikanten werden geschorst door instanties die daartoe niet bevoegd waren; niet in de wereld waar de rechtbank soms de kerkelijke bezittingen toewees aan hen die er volgens de anderen geen aanspraak op mochten maken. Bij de laatste scheuring hebben we hetzelfde meegemaakt: kerkelijke vergaderingen maakten misbruik van hun macht en heel wat van 'Onze kerkgebouwen zijn we kwijtgeraakt: Zo kom ik van de literatuur bij de werkelijkheid, en ik vraag me af: hoe ver trekken wij de lijn door die in de Bijbel wordt aangegeven met: gij, geheel anders?
Een volgende keer hoop ik in dit verband enkele praktische, concrete vragen aan de orde te stenen.