Dit nu zijn de namen (Exodus 2) (5)
1981-03-06
Vreemde afkomst- Jaargang 25
- nummer 9
"Een man uit het huis van Levi huwde een 'dochter' van Levi; deze werd zwanger en baarde een zoon."
Zo'n zin kun je voor kennisgeving aannemen, zou je denken.
Maar een Israëliet, gewend aan mondelinge overlevering, hoort twee maal de naam Levi vallen. En dat kan hem te denken geven.
Kennelijk delen ook de nakomelingen van Levi in de zegen van Abram, in het wonder van de vermenigvuldiging.
Maar juist Levi was, samen met Simeon, met een vloek van Jacob's sterfbed vandaan gekomen. Uitgerekend vanwege beider moorddadig en gewelddadig optreden: "vervloekt zij hun toorn ... ik zal hen verdelen onder Jacob en verstrooien onder Israël" (Gen. 49 : 5-7,vgl. 34: 25-29).Bij gelegenheid van Levi's optreden na de aanbidding van het gouden kalf werd die vloek pas verkeerd in een zegen (Ex. 32 : 26-29),zelfs al blijft het element van de "verstrooiing onder Israël" van kracht (Lev. 14 : 3; 21 : 1 v.v.).
De vloek van een stamvader blijkt geen automatisme, evenmin als een zegen trouwens. Die vloek doemt die man uit het huis van Levi- en die dochter van Levi dan ook niet tot doem-denken. Zelfs niet in de precaire situatie waarin dit huwelijk werd gesloten en waarin het tot gezinsuitbreiding kwam. Gezinsuitbreiding, want Amram, gehuwd met zijn tante Jochébed, had al een dochter (2 : 4) Mirjam en een zoon (6 : 19; 7 : 7) Aäron.
Vreemd motief?
Tegenover het mode-woord 'doemdenken' staat het modelwoord 'geloof': "door het geloof is Mozes na zijn geboorte drie maanden door zijn ouders verborgen gehouden, omdat zij zagen, dat hij een schoon kind was, en zij hebben het bevel des konings niet gevreesd" (Hebr. 11: 23). Er was geloof, vertrouwen, zekerheid (11 : 1) nodig voor zo'n daad.
Merkwaardig is in dit opzicht het opgegeven motief: "omdat zij zagen dat hij een schoon kind was". Zo horen we het ook in Ex. 2:."toen zij zagen, dat hij schoon was, verborg zij hem drie maanden lang." Later accentueert Stephanus dit zelfs door te zeggen: "te dien tijde werd Mozes geboren en hij was schoon voor God (een overtreffende trap: zeer schoon); drie maanden werd hij opgevoed in zijns vaders huis" (Hand. 7 : 20).
Men heeft met dit motief soms wel een beetje moeite gehad en het vertaald met "voor God aangenaam, welgevallig".
Dat klinkt natuurlijk wat vromer en het lijkt wat meer diepzinnig. Maar moet dat nu echt? Wat spreekt nu meer vanzelf dan dat ouders hun kind bij zich willen houden, doodgewoon omdat ze zien en zeggen: wat een pracht van een jongen, wat een goed (hebr. tof), welgeschapen kind? Natuurlijk ouderliefde en trots is op zich zelf toch zeker al meer dan voldoende? Hun hart ging open: wat zou je anders verwachten? Gods plannen (waar ze nog niets van wisten) sluiten een pure menselijke reactie toch niet uit?
Te vondeling gelegd
Ondanks alle risico's (en ze riskeerden veel: het bevel des konings) konden ze het niet over hun hart verkrijgen hun pasgeboren zoon te vondeling te leggen. Want dat was het wel - hoe ontroerend men ons ook van Mozes in het biezen kistje verteld heeft. Er kwam een dag, dat ze hem niet langer verborgen konden houden. Geen wonder - zo'n knaap van drie maanden: die houd je niet meer stil! Dus deden ze in arren moede wat andere ouders blijkbaar ook gedaan hadden. Zo heeft Stephanus het ook begrepen.
( Sprekend over farao zegt hij geëmotioneerd: deze "handelde slecht met de vaderen en liet hen hun zuigelingen te vondeling leggen, opdat het volk zich niet voort zou planten."
Te vondeling leggen was blijkbaar de praktijk geworden.
Waarna hij vervolgt: "te dien tijde werd Mozes geboren ... en toen hij te vondeling was gelegd ... " (Hand. 7 : 19-21). Wat bleef die ouders anders over? Moesten ze soms zelf aangifte gaan doen van de geboorte van een zoon?Of moesten ze maar lijdelijk afwachten tot een Egyptenaar hun zoon kwam doden? Verspeelt wie gelooft het recht te doen wat hij kan? Zoals Abram aan de grens van Egypte (Gen. 12 : 10v.v.) of bij de dreigende twist met Lot (13: 7 v.v.) of bij voortdurende onvruchtbaarheid (16 : 1 v.v.)?
Voor mensen die zwart-wit denken inzake (nood)leugen en waarheid, moet dat eigen initiatief van "te vondeling leggen"
toch eigenlijk ook onverkoopbaar zijn? De reken- en keurmeesters van het geloof zouden hier eigenlijk ook bezwaar moeten aantekenen: waarom bleven bijv. Mozes' ouders niet rustig in het geloof afwachten en toezien? Waren ze niet erg klein-gelovig? Is het geen tijd-geloof als je na drie maanden het heft in eigen handen neemt?
Kanttekeningen
Het bovenstaande lijkt misschien wat ver gezocht. Maar vergis u niet. In de oude Statenvertaling staat als kanttekening op Hebr. 11 : 23 (en zij hebben het bevel des konings niet gevreesd) de volgende ontboezeming: "namelijk niet zo (gevreesd) dat zij het kind naar het gebod des konings zouden hebben gedood, hoewel daar enige zwakheid in hun geloof is gekomen toen zij het evenwel daarna aan de rivier te vondeling hebben gelegd, doch met de hoop dat iemand het zou vinden en grootbrengen, gelijk geschied is.
Een geloof dan - al gaat het met zwakheid gepaard wordt hier ook voor een waarachtig geloof gerekend.
De kanttekenaar geeft Mozes' ouders dus een zwak-voldoende op het punt van geloof, en dat in het hoofdstuk van de geloofsgetuigen! Nog eens: vergis u niet - de prachtige Statenvertaling had en heeft nog een enorme invloed op het kerkelijk, godsdienstig denken. Maar naast het vele goede wordt er zo hier en daar toch ook braaf gemoraliseerd.
De keurmeesters van het geloof kunnen zo hier en daar wel wat van hun gading vinden. Rechtdraads tegen het hele betoog van Hebr. 11 concludeert de kanttekenaar: het te vondeling leggen van Mozes verraadde toch eigenlijk enige zwakheid des geloofs!
Ook die andere kwestie was niet uit de lucht gegrepen.
De kwestie inzake: "toen zij zag dat hij schoon was ... ".
Bij Stephanus zelfs: "schoon voor God". Op dat punt niets dan lof voor de Statenvertaling: "uitnemend schoon" met in de kanttekening een verwijzing naar Nineve, een stad "uitnemend groot". Maar Grosheide (Korte Verkl. op Hand.) vertaalt: "schoon in de ogen Gods, schoon gemeten naar Gods maatstaf." Hij voegt er aan toe: "Onze Statenvertalers hebben dit door 'uitnemend schoon' te schrijven, wat weggewerkt .... De zeer bijzondere schoonheid van Mozes heeft zijn ouders doen verstaan, dat de Heere met het knaapje wat bijzonders voor had. Op deze wijze begint de vervulling der belofte."
Mozes kán eenvoudig geen gewone jongen zijn geweest, naar veler idee. En waar die idee ontbreekt, is er nog wel en andere mogelijkheid: Josephus, een joods geschiedschrijver, vermeldt nog een afzonderlijke openbaring van God aan Amram inzake Mozes' toekomstige grootheid!
Maar de bijbel vindt het voldoende dat in Jochebed dezelfde gedachte opkomt als die God uitspreekt na het eind pan elke scheppingsdag Zij zag dat haar kind "goed" was! Dat was genoeg ... Daar hoeft geen speciaal kenmerk bij te komen: Mozes zoals hij was, was al mooi genoeg.