Buiten het boekje (slot)

1981-03-06
  • Jaargang 25
  • nummer 9
Gommer en Armijn te hoof
dongen om het recht geloof.
Ieders ingebracht bescheid
in de weegschaal werd geleid.

Zo begint Vondel zijn hekeldicht over wat hij noemt "De Hollandse Transformatie" .
Gomarus en Arminius leggen hun verschillende inzichten voor aan de rechtbank: wie heeft het rechte geloof?
Gomarus komt met argumenten waarbij hij zich beroept op beroemde theologen, Beza en Calvijn.
Arminius moet het meer van een slimme redenering hebben en schakelt bovendien de invloed in van Oldebarneveld en andere machthebbers.
Daar kan Gomarus niet tegen op. Maar wat gebeurt er dan?
Prins Maurits komt hem te hulp; hij werpt zijn zwaard, zijn leger dus, in de weegschaal en dan is de kans voor Arminius verkeken.

Gommer zag vast hier en ginds,
tot zo lang mijn heer de Prins
Gommerts zijde die boven hing,
troostte met zijn stalen kling,
die zo zwaar was van gewicht
dat al 't andere viel te licht.
Toen aanbad elk Gommerts pop
en Armijn die kreeg de schop.

De theologische verschillen zijn opgelost met wereldse machtsmiddelen!
En daar legde Vondel op pijnlijke wijze de vinger bij. Gij, geheel anders? Er is gezegd dat de moderne literatuur het ambt in opspraak brengt en dat ook in ónze kring het ambt “ter discussie" word gesteld.
Voor een goed begrip: dat doe ik in elk geval niet! Het is me trouwens ook niet bekend dat dat in onze kring wel gebeurt. En Vondel brengt evenmin als Maarten 't Hart, het ámbt in opspraak, hij wijst op misbruik van het ambt door zowel kerkelijke als wereldlijke leiders.
Het is Vondel niet in dank afgenomen en ik heb ook felle reacties op Maarten 't Hart gehoord. Van bewogenheid heb ik niet zo veel gemerkt, bewogenheid met het "afgedwaalde schaap". Veel meer de afkeurende houding ten opzichte van het zwárte schaap, het afvallige kerklid.
Laat ik nog eens citeren wat K. v. d, Toorn schreef in zijn bespreking van "Een vlucht regenwulpen": "Keert hij (M. 't H.) zich zo tegen de God der vaderen of neemt hij wraak op een verwrongen godsbeeld?
Ik ontkom niet aan de indruk dat Maarten zo afstand doet van een benauwend mengsel waarin het goede zaad der ware godskennis dreigt te verstikken in het onkruid van tirannieke ouderlingen en een vader voor wie al het vreemde zonde is." Nog eens: niet het ámbt is in opspraak, maar het gaat erom dat het ambt soms misbruikt wordt (en slachtoffers maakt).

Zo kom ik dan nu bij de vragen die ik wilde stellen. Hoe denken wij het misbruik van ambt tegen te gaan? En in verband daarmee: hoe gaat bij ons de mondigheid der gemeente functioneren? Hoe denken wij wél het recht goed te hanteren?
Er zijn er die zeggen dat er geen enkele reden is de kerkenorde en het kerkrecht te herzien, want, zeggen zij, "Wij zijn gebleven die wij voor 1969 waren". Dat ziet er dan niet best uit, want dat betekent dat wij van de toen gemaakte fouten weinig hebben geleerd! Ik herinner mij dat op de Landelijke Vergadering in Wezep nogal eens een predikant aan het woord was die herhaaldelijk zei: "De kerk van wil dat er ... , en de kerk van is van mening dat ... ". Maar hij mocht dat in feite helemaal niet zeggen.
Hij was daar als afgevaardigde van een classis, een regio. Maar wat nog erger was, 'hij had moeten zeggen: "Ik wil... en ik ben van mening ... ". Dat brengt mij 'tot de vraag hoe wij zoiets gaan regelen.
Als een predikant zegt dat hij namens een kerkeraad spreekt, vertegenwoordigt hij dan ook de gedachte van de gemeente? Het is toch heel goed mogelijk dat die predikant zegt wat hij wénsten dat hij in feite helemaal niet de mening van zijn kerkeraad vertolkt? En als hij door een bepaald overwicht de meerderheid van een kerkeraad achter zijn standpunt heeft gekregen, hoeft dat toch niet in te houden dat ook de gemeente het daarmee eens is?

Zodra er meningsverschillen ontstaan, kunnen er spanningen rijzen.
Ik schreef al: Het blijkt dat algemene waarheden dan niet, of slecht functioneren. We moeten elkaar aanvaarden, elkaars mening respecteren, broederlijk met elkaar omgaan.
Maar in concrete praktische situaties gaat het erom wie beslist en hóe dat gebeurt! En dan blijkt dat gemeenteleden, hoe wijs, hoe vroom ook, in feite geen zeggenschap hebben, als zij geen ambtsdrager zijn. Daarom stel ik nog eens, net als twee jaar geleden (ook in Opbouw) de vraag: Waarom ligt het beslissingsrecht altijd principieel bij een kerke raad? Het is een heel belangrijke vraag. Bij voorbeeld als er verschillend gedacht wordt over de "Open Brief" of over de manier waarop het Evangelie naar buiten gebracht moet worden. Maar ook als het gaat om zaken die de Landelijke Vergadering zal behandelen.
Waarom hoeft de gemeente daar niet in gekend te worden, zelfs niet als het erom gaat of een zinsnede als "tot heil der kerk" wél of niet in de nieuwe K.O. hoort te komen?
Waarom ligt het beslissingsrecht b.v. niet bij een gemeentevergadering?
Is dat het gereformeerde kerkrecht?
Waarom veranderen wij dat dan niet?

Een tweede vraag: Het kan voorkomen dat iemand zich tot een regionale vergadering wendt, b.v. om zich te beklagen over zijn kerkeraad.
Waarom mag hij daar dan niet meepraten, maar de vertegenwoordiger van zijn kerkeraad wél?
Het kan zelfs gebeuren dat degene tegen wie de klacht is gericht, erop aandringt dat de vergadering in comité gaat. Dan mag de klager zelfs niet meer hóren wat er gezegd wordt. Behalve als hij ambtsdrager is! Is dat het gereformeerde kerkrecht?
Waarom houden wij dat dan zo?

De lijst moet niet te lang worden, daarom nu tenslotte: hoe is het te verdedigen dat ongeveer de helft van zulke "meerdere" vergaderingen vrijwel steeds uit dezelfde personen bestaat? Dat houdt toch in dat die telkens weer rechter in eigen zaak kunnen zijn? Waarom handhaven wij een systeem waarvan wij in het verleden al zo veel narigheid hebben ondervonden?

Het was misschien een wat lange weg: van de literatuur naar de kerkelijke praktijk Maar deze vragen hebben me al lang bezig gehouden.
Tegelijk denk ik wel eens: zijn ze eigenlijk wel zo belangrijk? Wie het nieuws voor de radio hoort of naar het journaal voor de t.v. kijkt, zal ook wel eens denken: wat betekenen onze kerkelijke probleempjes eigenlijk, vergeleken bij de verschrikkelijke dingen die er om ons heen gebeuren? Hebben wij niet iets belangrijkers te doen dan ons druk te maken over een koers of een kerkverband? Maar hier liggen toch ook weer bepaalde mogelijkheden.
Gaan wij nu eens iets laten zien van dat: gij, geheel anders? Ik hoop dat er lezers zullen zijn die reageren, via Opbouw of aan mijn eigen adres, dat ik voor het gemak hieronder vermeld. Misschien kan dit uitstapje "buiten het boekje" ook dienen tot opbouw van het gereformeerde leven.
Of vindt u dat ik mijn boekje te buiten ben gegaan? Ook dát mag dan gezegd worden.

Spoolderbergweg 18, 8019 BD Zwolle

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief