Homofiel zijn, wat moet je er mee? (1)
1981-03-13
Naar aanleiding van mijn boekbespreking van 'Vrienden van vroeger' ontving ik een brief van een moeder die een homofiele zoon heeft. Graag wil ik enkele gedeelten uit deze brief hier overnemen: - Jaargang 25
- nummer 10
'Ruim twee jaren weten we nu van de geaardheid van ons kind.
Gelukkig hebben we na de eerste schok het gesprek steeds gaande gehouden.
Het zou te ver voeren U alle ups en downs te beschrijven, 't verdriet, de hoop en de wanhoop .. .'
Deze moeder wil vooral aandacht vragen voor het volgende: 'Dat is de verhouding: gemeente-homofiele broeder/lesbische zuster. Door de toenemende openbaarheid van zaken die vroeger taboe bleven, komt ook dit probleem natuurlijk aan de oppervlakte.
Ons kind Iron op een gegeven ogenblik geen kant meer uit, waar predikanten ongenuanceerd en met de botte bijl de homofilie uit 't bekende rijtje ergerlijke zonden lichtten en nog eens extra omlijstten met de bekende kreet van godloochende groeperingen. 'Doe wat je voelt', want dat is goed voor je, daarmee alles en iedereen afdoende op één hoop vegend. Is het een wonder dat wij thuis dan als reactie te horen kregen: 'Ik word er niet goed van en ik kan er niet meer tegen?'
Je kunt thuis nog zoveel relativeren als je wilt, maar je krijgt zo langzamerhand wel het gevoel dat geduldige en liefderijke benadering van eigen gehandicapte jonge kerkleden niet of nauwelijks aanwezig is.
Op deze wijze dreigt de kerkdeur voor hen zich te sluiten omdat men geen kant meer op kan met zijn of haar problemen, erger nog, onze kinderen (bondskinderen) dreigen in handen te vallen van groepen, waar geen rekening gehouden wordt met Gods Woord en waar een geest heerst die ver van de onze afligt.
Wij kunnen deze zaak met zonder meer afdoen met een paar bijbelgedeelten en daarna wat welgemeende woorden.
Wat mij het meest bezeerd heeft is dat ik het oneerlijk vind (op zijn minst de indruk te geven) onze medebroeders en -zusters op één lijn te stellen met al die goddelozen uit Romeinen 1. De Schrift spreekt toch duidelijk dacht ik over hen die er een behagen in scheppen ergerlijke zonden te doen. Hier is dan sprake van opzet, van zonde doen, over aanleg wordt niet gesproken.
Je moet er maar mee behept zijn om dan tegen een muur op te lopen.
De harde, ik noem het maar kortzichtige opstelling die ,ik hierboven aanhaalde, voelen onze kinderen (in ieder geval mijn kind) zuiver aan. Als een dominee uit onze kerken na een gedachtenwisseling hierover mij tot slot nog toevoegt: 'En als ze niet anders willen, moeten ze maar synodaal worden want daar mag alles, dan doet dit voor mij de deur dicht. Ik was er kapot van en ben weer van streek als ik er aan denk. Zo maak je alles stuk, dit is het omgekeerde van wat je wilt.’
Voorlopig laat ik het hierbij, Het zal onnodig zijn te zeggen dat ik het met de inhoud van de brief eens ben. Ik wil herhalen wat ik eerder schreef dat het hoog en hoog tijd wordt dat we, als we het over homofilie hebben, niet in de eerste plaats gaan praten over de homofiel en wat hij wel of niet mag doen, maar dat we allereerst gaan praten over onszelf, ons gaan afvragen of we werkelijk bereid zijn om op een christelijke manier met een homofiel mee te lopen, precies zoals Jezus deed op de weg naar Emmaüs. Als we niet méér weten te doen dan het weggeven van enkele bijbelteksten (en als het de bekende uit het rijtje zijn nog ten onrechte ook) dan doen we als Kaïn die het vertikte zijn broeders hoeder te zijn. Dan zijn we gelijk aan de farizeeën die op afstand bleven van iedereen die niet in hun straatje wandelde.
De moeder die de brief schreef is met de enige in onze kerken die een homofiel kind heeft. Is het niet erg dat ook deze moeder moet vragen haar naam niet te noemen? Is het niet erg dat homofielen niet voor hun identiteit durven uit te komen binnen Gods gemeente omdat ze bang zijn aan de kant te worden gezet?
Het kan best zijn dat iemand kritiek heeft op b.v. hetgeen door de synode van de gereformeerde kerken werd vastgelegd, maar niemand heeft het recht te stellen dat 'daar alles mag'. Zolang we zelf geen kans zien de lasten van de homofiele medebroeder of -zuster te dragen, moeten we maar zwijgen over wat anderen hierover zeggen óf trachten tot een echt schriftuurlijk gesprek te komen.
Gemeenschap binnen de kerk van de Here Jezus dient te behouden, ook die homofiele jongen die zich aan de kant voelt gezet.