Het Liedboek
1981-03-13
Lied 72 - Jaargang 25
- nummer 10
Dit Lied is o.i., een duidelijk voorbeeld van een "Bijbellied"
waarbij de essentie van het gebeuren (Christus en de Emmaüsgangers) volkomen schuil gaat onder een sterk exemplarische weergave en toepassing. En dat ondanks de mededeling van de dichter dat "de eerste drie strofen het evangeliebericht kort samenvatten en de vierde het toepast". (Comp. p. 269). Zo zegt strofe 2 o.m. "in 't breken van ons brood zijt Gij ons in ons eigen huis nabij", terwijl in de toepassing in strofe 4 de avond van de Opstandingsdag wordt tot "de levensavond" en de opgestane Heer tot "onze laatste reisgenoot, een metgezel in alle nood".
"De bijzonderheid uit Lucas 24: 29, het is bij de avond en de dag is gedaald, geeft aanleiding tot deze toespitsing op de uitgang van ons leven", aldus de mening van de dichter. Merkwaardig staaltje inlegkunde! De melodie is dezelfde als die van de onder ons welbekende Avondzang .
(Gezang 9 van de bundel 29).
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 73
De bij het voorgaande lied gemaakte bezwaren gelden, zij het in iets mindere mate ook hier. De dichter zegt trouwens: "had ik gezang 72 gekend, gezang 73 was ongeschreven gebleven!", waaruit duidelijk de overeenkomst van beide liederen blijkt. Opvallend is het naast elkaar gebruiken van de verleden en de tegenwoordige tijd. Zo heeft strofe 1in de verleden tijd: "Hij Die ons Zijn gezelschap bood" en "geduldig tekst en uitleg gaf", terwijl strofe 2 t/m 4 spreken in de tegenwoordige tijd: "de avond daalt, Hij deelt met ons het dagelijks brood."
"Het is geschreven als aansluiting bij de Schriftlezing", aldus de dichter (Comp. p. 270).
De melodie is weliswaar onbekend, maar erg gemakkelijk te leren.
Tekst: 2; melodie: 3.
Lied 74
Ook voor dit Lied geldt dat het sterk exemplarisch van opzet is. "Wij, als gemeente, moesten ons identificeren met de discipelen van Jezus. Wij moesten met Jezus en Maria aanzitten aan de bruiloft te Kana en daarvan zingen," zo meent de dichter. (Comp. p.272).
We vragen ons dan wel af welke zin zou het hebben als wij deze gebeurtenis al zingend gaan overdoen, Op deze wijze gaat toch de eigenlijke betekenis van dit feit voor toen en nu verloren. En dan laten we het slot van strofe 5 nog maar buiten beschouwing: "Hij draagt ons over de watervloed", etc. Hierin is geen enkel verband meer met het Schriftverbaal te bespeuren. .
De melodie past erg goed bij het bruiloftsfeest. Jammer dat vanwege de niet-acceptabele tekst deze verloren gaat.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 75
Belangrijk beter en volkomen aanvaardbaar is dit Lied waar, in tegenstelling met de voorgaande, de betekenis van het aangegeven Schriftgedeelte behouden is gebleven: "Gij zijt het brood, ... het water, ... het licht, ... de wijnstok, ... de herder, ... de weg, de waarheid en het leven ... ".
"Wat het gebruik betreft, - ik stel mij voor, dat van dit Lied telkens de eerste en de laatste en, al naar gelang, één of meer van de tussenliggende strofen worden gezongen". (Comp. p. 274).
De melodie is in verschillende versies bekend, zodat het zaak is "dat de kerkzangers goed op de noten letten om deze prachtige melodie niet weifelend (of twee-stemmig hier en daar) te laten klinken". (Comp. p. 973).
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 76
Dit Lied spreekt in vraag en antwoord goed aan tegen de achtergrond van onze tijd. Het is bedoeld voor een "belijdeniszondag" en als zodanig uitstekend bruikbaar.
"Ik zie dit Lied in de eerste plaats functioneren in een bevestigingsdienst: de gemeente als geheel zingt de strofen, vragend, de jonge leden zingen het refrein, antwoordend". (Comp. p. 274).
De melodie, goed passend bij de tekst, zal even geleerd moeten worden.
Tekst: 3; melodie: 3.
A. t.a.v., de tekst der liederen: het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, bv., vanwege het humanistisch karakter of door een sterk piëtistische inslag; het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst; het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.
B. t.a.v., de melodie der liederen: het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie; het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die met bepaald tot "de beste" behoort; het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.