DUIKBOTEN
1981-03-20
Het rumoer over de levering van duikboten aan Taiwan is op dit moment tot rust gekomen. De Tweede Kamer heeft er ineen uiterst kleine meerderheid en in tweede instantie tegengestemd. Toch kon dat aarzelende "neen", dat bovendien nog te laat kwam, de regering er niet toe bewegen om op haar eerder gegeven toestemming terug te komen, Zo werd de gegeven toestemming aan de scheepswerf in Rotterdam bekrachtigd en werden de konsekwenties van die daad geaccepteerd: de ambassadeur of zaakgelastigde in China werd naar Nederland teruggestuurd en de betrekkingen met de volksrepubliek China zullen op een laag pitje gedraaid worden. De bouw kan nu beginnen en de rust is weergekeerd.- Jaargang 25
- nummer 11
Toch heb ik er een behoefte aan om op deze zaak achteraf nog eens terug te komen. Ik doe dit in de rubriek 'kerkelijk leven'. U zult zeggen: er is weinig 'kerkelijks' aan dit politieke en economische vraagstuk te ontdekken. Toch vergist u zich.
U had dan moeten kijken naar de Ikon-uitzendingen op de T.V. op zondagmiddag 11, 18 en 25 januari om 5 uur. Dat heeft u waarschijnlijk niet gedaan omdat u de eigen kerkgang verkoos boven het T.V.-kijken. Wie een video-rekorder heeft, heeft die programma's achteraf toch kunnen bekijken en omdat ik tot die gelukkigen behoor heb ik nu ai twee keer in alle aandacht de drie halve uren bestudeert! waarin de duitse theologe Dorothée Sölle haar bewogen visie gaf op onze samenleving.
Ook al begin ik met de duikboten (waar Dorothée Sölle
met geen woord over sprak) toch gaat het mij in dit en het volgende artikel in feite om de theologie van Dorothée Sölle: haar kracht en haar zwakheid.
Ik begin graag met de kracht van Dorothée Sölle's boodschap. Wie deze vrouw leest of beluistert komt onder de indruk van haar diepe, totale en eerlijke protest tegen het onrecht in deze wereld, dat ons onzichtbaar omgeeft en waar wij vóór wij er erg in hebben aan medewerken.
Om dat te verduidelijken kies ik nu het voorbeeld van de affaire van de levering van duikboten aan Taiwan.
De vóór-stemmers van dit projekt hebben voor .de levering van deze duikboten de volgende argumenten gebruikt:
1. het betekent een bijzondere injektie voor onze werkgelegenheid.
De scheepsbouw ligt toch al bijna op zijn rug. Met deze opdracht is de werkgelegenheid voor vele arbeiders voor vele jaren gegarandeerd.
2. De betrekkingen met de volksrepublîek China is altijd al liefde van één kant geweest en heeft ons nog nooit iets opgeleverd.
De tegenstemmers tegen dit projekt brachten hiertegenover de volgende tegenargumenten ter tafel:
1. Het zal ons uiteindelijk meer werkgelegenheid ontnemen, dan het ons brengt, omdat China ons zijn handelen scheepvaart onthoudt.
2. De betrekking met China zal ons op de duur veel meer goeds opleveren dan die met Taiwan.
Nu gaat het mij bij het aanhoren van deze argumenten niet om het afwegen van deze verschillende belangen: ik zal mij daar geen oordeel over kunnen aanmatigen. Het gaat mij er hier alleen om dat ik iets heb gemist in heel deze diskussie - en dat ik het graag aan u wil voorleggen om uw gedachten hierover te prikkelen en u oog te geven voor wat m.i. een vrouw als Dorothée Sölle drijft:
1. Bij geen van de aangehoorde sprekers - noch pro, noch contra, heb ik gehoord dat zij er moeite mee hadden dat wij onze werkgelegenheid moeten gaan opkrikken met het smeden van wapens voor een ander land.
Want deze duikboten zijn wapens.
Deze scheepsbouw-industrie is eigenlijk oorlogsindustrie.
Er varen straks in de wateren rond Ohina vuurspuwende monsters rond. die in het vreedzame Nederlandje werden gemaakt om er onze welvaartseconomie mee in stand te houden. Of het nu voor Taiwan is of voor China is daarbij niet doorslaggevend, ook al gaat die wonderlyke Nederlandse voorkeur voor de volksrepubliek China mij boven de pet, het punt is dat wij om onze welvaart in stand te houden en onze industrie te behouden hier wel moeten overgaan tot het smeden van wapens voor derden.
2. Waarom valt het niemand op hoe uitermate zelfzuchtig àlle genoemde argumenten "pro en contra" zijn. Waarschijnlijk zal iedereen mij voor half-zacht verklaren als ik dit argument naar voren breng, maar: is het wel zo vanzelfsprekend, da:t een regering en een volksvertegenwoordiging bij het afwegen van belangen uitsluitend kijkt naar het eigen voordeel dat wij als Nederlands volk bij deze of gene positie-keus zullen behalen?
Of met andere woorden gezegd: mag een land en een volk in het publiek wèl doen, dat waarvoor wij ons ais privé-persoon zouden schamen? Want als de vraag aan ieder van ons privé zou worden gesteld of het geoorloofd is om je zelf te verrijken met het verkopen van gevaarlijk wapentuig aan je buurman, zouden wij die vraag verontwaardigd van de hand wijzen.
En als wij bij het kiezen van onze persoonlijke vrienden - zèlfs bij het kiezen van zakenvrienden - ons alléén laten drijven door de vraag wat mij 'persoonlijk het meeste winst oplevert, dan is dat toch moreel geheel te verwerpen? Waarom ligt dat nationaal gezien ineens anders - en beheerst een blind egoïsme daar ineens alle discussie over wie onze nationale vrienden mogen worden en wie niet?
Ik snap dit niet.
Maar waar het mij in dit artikel om gaat is om u aan de hand van dit voorbeeld te laten zien wat Dorothée Sölle beweegt: namelijk dit: dat wij ons christen-zijn niet mogen opsluiten binnen het terrein van ons privé-leven maar dat wij het koste wat het kost moeten toepassen op de politiek-economische situatie van onze landen. Daarbij wijst zij erop hoe wij ongemerkt in een systeem kunnen gaan meewerken dat onze welvaart 'alleen weet: te verzekeren dankzij onrechtvaardige middelen - zoals een stuk wapenindustrie en met het verborgen motief van puur eigenbelang.
Dorothée Sölle meent dat wij al veel dieper dan wij zelf beseffen in zulke onrechtvaardige en onderdrukkende en uitbuitende systemen terecht gekomen zijn.
Ik geef een paar citaten uit haar boek "Kies het leven".
Alle instellingen van onze maatschappij zijn door een bezettingsmacht overgenomen. "Zie hier enkele kernwoorden uit de geloofsbelijdenis van deze macht: groei tot elke prijs, winst toll:elke prijs, concurrentie tot elke prijs, vuistrecht van vrije onderneming tot elke prijs, prestatie tot elke prijs, discipline, liefdadigheid, toezicht, controle, beperkte aansprakelijkheid en vrije 'tijd' ... " (blz. 13, 14).
"De onderwerping van het leven aan deze waarden voltrekt zich niet met geweld, zoals onder het oude onverbloemde militaire fascisme, maar 'soft' als televisiereclame, die het bewustzijn van kinderen beïnvloedt." (blz. 14) "Van iedere belasting-dollar in de U.S.A. wordt 48 cent besteed aan doods-produktie." (blz. 21).
"Lijden vermijden, lichamelijk door pillen, psychisch door afleiding, politiek door blindheid, is in de cultuur van het consumisme uitgegroeid tot een wezenlijke levensstrategie" (blz. 25).
"Binnen de cultuur van het consumisme wordt geluk gedefinieerd als hebben, niet als zijn. Dit hebben doorloopt verschillende fasen en stijlen, van stil genieten, tot doortastend graaien. Europa zit in de overgang naar het consumisme en ie ziet hoe de oude waarden van de burgerlijke cultuur er verdwijnen: spaarzaamheid, gezinsleven, altruïsme, ze worden systematisch ondermijnd door de reclame: "Met minder hoeft u geen genoegen te nemen, gun uzelf eens wat", zo horen wij bijvoorbeeld ... blz. 74.
"De materiële ellende van de derde wereld en de psychische ellende van de eerste wereld hangen samen ...
Wij lijden aan dezelfde kanker" blz. 76.
"Vaak denk ik dat Christus zo weinig thuis is in onze kerken, omdat hij er aanbidders vindt, maar geen vrienden", blz. 97.
Ik heb u hierbij zomaar betrekkelijk willekeurig een aantal citaten van Dorothée Sölle uit dit ene boek gegeven, om u een indruk te geven van wat haar beweegt: een christen zijn dat alle ongemerkte en verzwegen politiële-sociale achtergronden in een kritisch daglicht stelt en dat ernaar verlangt dat onze navolging van Christus in de samenleving zichtbaar wordt in talloze keuzes tegen 'het onrecht en uitbuiting tegen oppervlakkig consumeren en mee doen aan machtssystemen die onze aarde en ons milieu vervuilen en bedreigen en alle echte menselijkheid smoren.
Tot zover over de kracht van Dorothée Sölle. Zij schudt ons wakker en leert ons kritisch te bezien wat iedereen vanzelfsprekend vindt.
Voor dit keer wil ik het hierbij laten.
Ik hoop u hierbij te hebben overtuigd van de kracht van deze Dorothée Sölle. In een volgend artikel wil ik stilstaan bij dat wat ik haar zwakheid vind. Wacht u dus even voordat u mij bestempelt als een aanhanger van Dorothée Sölle's theologie. Anders zou u na het volgende artikel wel eens vreemd kunnen opkijken.