EEN BURNS-AVOND
1981-03-20
Officieel is 25 Januari de herdenkingsdag van de Schotse volksdichter Robert Burns. Maar eigenlijk wordt zijn verjaardag wel twee weken achtereen gevierd. Dat gaat in Burns-avonden, Burns-suppers, Burnsdances en zo voort. De shintyclub en de sprekersclub, de labourafdeling en de Ware Burns Club organiseren elk hun Burns-avonden. Normaal is zo'n feestavond alleen voor mannen toegankelijk; want Burns was een man en daarmee uit. Maar wij hebben gewacht tot er een Burns-avond kwam waar ook de "lassies" welkom zouden zijn - en dat was dit jaar!- Jaargang 25
- nummer 11
De Conservatieve Partij (zeg maar het Britse CDA) gaf in Oban een gemengde party; misschien wel omdat onze premier een vrouw is.
Waar is de dichter voor wie een gans volk na twee euwen nog warm loopt?
Is het Cats? Is het Vonden Welke bard heeft de volksziel zo getroffen, zo het nationale karakter helpen vormen als Robert Burns, de brave boerenzoon? Nu, dat nationale karakter wordt zichtbaar in een avond van kilts en tartans, van doedelzak en fiddle, van haggis eten en whiskey drinken, van Burnsliederen zingen, Burnsgedichten reciteren en elkaar met snedige Burnseitaten te woord staan.
In de toegangsprijs is de maaltijd verwerkt: niet te duur, Schots zuinig.
Alleen het drinken gaat naar ieders vermogen - en dat vermogen is bij de sterk gestegen prijzen en achtergebleven lonen niet om je van te bedrinken.
Hetgeen het niveau van de feestavond geen kwaad doet.
Na een inleidend drankje en praatje aan de bar worden de gasten genodigd zich naar hun plaatsen in de eetzaal te begeven. Want de "toptabIe" wordt "ingepijpt". Voorop schrijdt de bagpiper met een statige Schotse mars; daarachter komen bestuur, eregasen en medewerkers, Ze gaan de hele zaal rond (ieder blijft op zijn plaats staan tot de top gezeten is) en dan zetten allen zich neer. Een jonge notaris is de voorzitter, de chairman, Hij houdt een kort welkomstspeechje en kondigt de "grace" aan: het dankgebed voor het eten. Zo zijn we hier; zelfs een Burnsavond wordt met gebed geopend. En dat gebed is vandaag uiteraard Burns' bekende Selkirk grace: "Sommigen hebben voedsel maar kunnen niet eten, sommigen missen voedsel dat ze zouden wensen, maar wij hebben voedsel en kunnen eten, dus laten wij de Heer danken". Van alle kanten hoor je: amèn. De Burnsavonden is notarieel en in stijl geopend.
De soep wordt opgediend. Spieken op het menu maakt je niet wijzer, want weet u hoe "cock-a-leekie" smaakt? Maar de naaste gasten vertellen welwillend, dat het soep met prei is. Zo'n soepje, dat 24 uur op een zacht pitje heeft gestaan: stevig als een slappe pastei.
Het hoofdgerecht wordt wederom ingepijpt, Het is de oprechte Schotse haggis, gemaakt van al die slachtproducten, die bij ons respectievelijk zult, hoofdkaas en rolpens opleveren, dit alles samen met veel kruiden in een schapenmaag opgediend. De Engelsen hebben de Schotten altijd om dit "afvaleten" gehoond - maar de Schotten zijn belangrijk trots op dit hun nationale maal. De bagpiper zijn tune voleindigd hebbende geeft de voorzitter, tot vreugde van alle aanwezigen, Burns' Ode aan de Haggis ten beste; acht forse kwatrijnen, uit het hoofd voorgedragen en wel als volgt:
"Plezierig geval met je goed en vrolijk voorkomen, groot opperhoofd aller pasteiën! Boven pens, rolpens of zult neem jij je plaats in. Goed klaargemaakt ben je waard een dankzegging, zo ver mijn armen reiken.
"De broodplank kreunt onder je gewicht. Je rondingen zijn als verre heuvels, je top kan als molenberg dienen, terwijl uit je poriën de damp opstijgt als een krans van amber.
"Zie de landman zijn mes trekken om je met een forse snede te openen, kervend je puilende ingewanden, vrolijk alsof hij een greppel graaft. En dan: wat een kostelijke aanblik, hoe warm, hoe geurend en rijk!
"Schijf voor schijf wordt uitgelegd. De duivel kan het staartje krijgen. Dat gaat door tot alle gevulde magen als trommelvellen staan gespannen. En dan, waarde gastheer, kun je op kreten van waardering rekenen!
"Is er iemand, die van achter zijn Franse ragoût of hutspot (die geen varken zou lusten) of achter zijn fricassé (die een zeug misselijk zou maken) durft neerkijken met hooghartige, beledigende blik op zulk een maal als het onze?
"Arme duivel ... zie hem dan boven zijn eetwaar hangen: zwak als een bevend riet, met spillebenen als een rijzweep, een vuist als een noot, waardeloos geval.
"Maar zie dán de haggis-etende Hooglander. De aarde geeft zijn voetstap dreunend weer. Stop hem een zwaard in de hand en het zal suizen: benen, armen en hoofden worden gekapt als distels!
"Gij machten, die voor de mens zorgt (en hem het leven duur maakt)ons Schotland wil geen afvalv1ees dat in mootjes uiteenvalt. Nee, als ge een dankgebed wilt horen: geef ons dan haggis!"
Zo'n vers, niet in het Engels, niet in het Gaelic - maar in oud-Schots dialect geschreven en uitgesproken, geeft een storm van bijval. Daar tast men op toe, daar drinkt men op. Bij de haggis wordt "mashed neeps and tatties" geserveerd en na enig proeven en nadenken weten we dat het gehakte koolrapen met puré is. De wijn is voor eigen rekening en risico, het slotgerecht bestaat uit koekjes met veel soorten kaas en koffie. Sober en gezellig, want in deze kleine wereld kent iedereen ieder. En ieder is bezield van Robert Burns, die op vele wijzen geëerd en herdacht wordt; omdat hij aller zielen koestert met het nationale vuur.
Onderwijl brengt de notaris de toast op Hare Majesteit uit, waarna het ieder vrij staat te roken. Een zangeres - gewone natuurstem zonder scholing - presenteert liederen van Burns, maar uit de kunst! "Lord Gregory" is de ballade van een verleid meisje, dat door vader de deur is uitgezet en door genoemde Lord versmaad. - "My love sh's but a lassie yet" is een grimmig drinkliedje, in deze stijl: "mijn liefje is nog maar een meisje. We zullen haar een of twee jaartjes laten wachten, dan wordt ze minder trots.
Jammer dat ik er werk van maakte. Wie haar krijgt hoeft nooit te zeggen dat ze wel wilde - hij kan alleen zeggen dat hij haar duur gekocht heeft.
Kom, neem een drankje van het beste, zoek je plezier waar je wilt, We hebben dorst en we zullen drinken". (De rest is niet om in een net blad af te drukken.) zulke liederen worden zonder begeleiding onberispelijk gezongen. Bij het refrein mag je zacht meezingen. - En ontroerend is het mooie lied: "John Anderson, mijn lieve Jan, toen we elkaar pas ontmoetten waren je lokken nog ravenzwart, je mooie voorhoofd was bruinverbrand.
Nu is je voorhoofd kaal, je lokken zijn als sneeuw - maar er ligt zegen op je witte kruin.
,,John Anderson, mijn lieve Jan, samen zijn we de heuvels opgeklommen en samen hebben we menige mooie dag genoten, Jan. Maar nu zullen we moeten afdalen. Laten we hand in hand gaan en beneden aan de voet samen slapen, Jan".
Een spreker herdenkt de onsterfelijke Burns in goed gevonden citaten, die de aanwezigen verrukken. De voorzitter antwoordt op dezelfde manier.
Een violist geeft enkele "reels" ten beste: snelle refreindansen. aan de doedelzakmuziek ontleend en bijna even populair. - Archie, landbouwconsulent, houdt een pleidooi tot behoud van de Schotse boer. Hij bestrijdt het wegkopen van heuvelgrond ten behoeve van de groteske bosbouw door Staat en gesubsidieerde particulier. Ons gebied telt 600 duizend hectare grond, regt hij. Daarvan zijn nu al 144 duizend hectare, dat is bijna een kwart, bebost of afgerasterd. Het excuus dat de boer wel MI verkopen gaat niet op: zulk geld is gauw verdwenen en het boerenbestaan heeft grond nodig. We hebben 325 duizend schapen, 67 duizend stuks rundvee, zegt hij; die hebben heuvelgronden nodig, soms 1,2 hectare per schaap. (En wij voegen daar in gedachten de duizenden herten aan toe, die ook hun kansen moeten houden - maar nu kind van de rekening worden.)
Archie wordt beantwoord door een eregast, het kamerlid John Mackay.
Die geeft eerlijk toe dat de zorg voor de Hooglanden hem zwaar op het hart ligt. "De farmer", zegt hij, "moet veelal bestaan bij de vriendelijkheid van zijn bankier". En met een knipoog naar Angus: "gelukkig dat ik net een goeie zie zitten".
Een speech ter ere van de lassies, de meisjes, wordt snedig door Bobby van de juwelierszaak beantwoord. Ze hebben, zegt ze, nu eens gezien: waar hun mannen eens per jaar zo bleek en zwaaierig van thuiskomen.
Maar ze vindt alles erg netjes en nogal sober ook.
Een onderwijzer reciteert Burns' gedicht "Tam 0' Shanter": een verhaal van 224 regels Schots dialect, meeslepend en met prachtige versnellingen en vertragingen gebracht, uitgebeeld zowel in harde accenten als in zoetvloeiend gefluister. Een ovatie is 's mans deel!
De steenkolenhandelaar is aangewezen om de voorzitter te danken voor zijn leiding. Elke Schot is welsprekend wanneer zijn onderwerp hem meesleept.
Slater is zulk een Schot. Als hij op dreef is vraag je je af, waar de kolenboer zijn woordenvloed, zijn citaten, zijn treffende grapjes vandaan haalt. Hij heeft niet kunnen weten, wat de voorzitter vanavond zou zeggen.
Maar zo is elke Hooglander: bereid en bekwaam om geestig onder woorden te brengen hetgeen allen samen bezielt.
Als mevrouw Peggy Soandso alle medewerkers gaat bedanken, wordt ze ingeleid met het gedicht "My Peggie's face" en inderdaad heeft Burns haar gezicht aardig juist voorzien. Peggy verandert er niet van maar weet op de rij af alle bijdragen te noemen, te kwalificeren en te bedanken.
De samenkomst wordt gesloten, maar is nog niet uit, Nu zingen we samen Burns' "Auld lang syne": hand in hand, staande, zwaaiend, deinend, lachend en hartelijk. En na zo'n lange, smetteloze feestavond is het heerlijk slapen: een gat in de Zaterdagmorgen!