Homofiel zijn, wat doe je er mee? (2)

1981-03-20
  • Jaargang 25
  • nummer 11
Uit de brief van een moeder (zie vorig artikel) neem ik nog het volgende over:

'Is het niet mogelijk onze broeders en zusters die plaats te geven die hun toekomt en naast hen te blijven gaan op die weg van struikelen, vallen en opstaan, gedachtig aan het woord 'waar één lid lijdt 'lijden alle leden' en laten de Dienaren des Woords, wanneer ze menen iets te moeten zeggen, dan vooral niet vergeten in hun slotgebed deze broeders en zusters te gedenken.
Bij de doop wist de Here al wat Hij van dit maaksel had 'te wachten en hoe klein en zwak zij, maar ook wij, zijn van krachten'.

Als aanvulling hierop geef ik een gedeelte door van wat een homofiele jongen neerschreef:

'In ieder geval is de taboe rond homofilie in zoverre al doorbroken dat het wóórd genoemd kan worden. Maar als dat weleens gebeurt is de reaktie vaker wat gegiechel dan een goed gesprek. Of er worden onbegrijpelijke uitspraken gedaan, uitspraken waar je niets mee aankan.
Zo hoorde ik laatst een dominee over zondag 2 spreken, over 'des mensen ellende'. Hoe die ellende er dan wel niet uitzag illustreerde hij ondermeer met Romeinen 1. Hij verduidelijkte een en ander nog even door te zeggen dat de mensen om wie het hier ging zich aan homoseksuele praktijken hadden overgegeven. Hè, wat bedoelt hij nou? Veroordeelt hij elk seksueel kontakt tussen mensen van hetzelfde geslacht, veroordeelt hij dat die mensen, hoewel getrouwd, bevrediging zochten bij hun sekse-genoten? Niets werd echter ter verduidelijking toegevoegd, de preek kabbelde rustig verder en liet mij in verwarring achter'.

Het is goed om hier even. te stoppen en rustig na te denken. Ik heb er geen behoefte aan kritiek te oefenen op 'dominees of wie dan ook. Maar als uit de brief van een moeder èn uit wat een homofiele jongen schrijft blijkt dat zij met predikanten nare ervaringen hebben op dit punt, mag het toch wel gezegd worden dat dit een trieste zaak is.
Ik kan me voorstellen dat een ambtsdrager er geen raad mee weet als een homofiel bij hem komt om eens uit te praten. Laat hem dan eerlijk zeggen er geen raad mee te weten, dat is geen schande. Een preek moet behoudend werken en mag niemand in verwarring laten zitten. Als een predikant naar aanleiding van Romeinen 1 niet méér weet te zeggen is dat geen schande, maar dan kan hij beter niets zeggen.
In het kerkblad van Gelderland en Overijssel schreef v. O. laatst over het besluit van de synode van de gereformeerde kerken inzake homofilie.
Tijdens de gereformeerde oecumenische synode in Nîmes werd over dit besluit gesproken. Er werd gesteld dat 'het besluit onduidelijk is. Misschien is dit zo, maar dat is toch niet zo erg? Zijn de besluiten van de Iaatste conventsvergaderingen van onze kerken allemaal even duidelijk? De synode van de gereformeerde kerken heeft inmiddels nog eens gesproken over de homofilie en de genoemde onduidelijkheid inzake het woord 'beleving', van de homofilie dus.
In genoemd kerkblad wordt doorgegeven dat besloten werd dat het destijds genomen besluit inzake de beleving van de homofiele relatie ook inhield dat deze wordt uitgelegd 'als het lichamelijk uitdrukking geven aan de onderlinge genegenheid als beleving van de homofiele geaardheid'. De schrijver vraagt zich dan of waar de norm is gebleven en antwoordt daarop: 'Die is gelegd in de mens en in zijn geaardheid! Waar wordt de Schrift genoemd? Blijft die buiten beschouwing?
Er was kort ervoor een rapport aanvaard inzake het gebruik en het gezag van de Schrift.
Dunt men Gods Woord niet meer aan te halen. We willen toch maar eindigen met de Schrift: 'Het huwelijk zij in ere bij allen en het bed onbezoedeld' (Hebr. 13 : 4a).' Het moet me toch van het hart dat op deze manier wel in een handomdraai genoemd besluit wordt verworpen maar dat de bijbel daarbij eveneens dicht blijft. Wat moet een homofiel in zijn situatie met de genoemde tekst aan? Hij zou graag anders willen zijn en trouwen, maar hij kán dat laatste niet. Homofielen hebben behoefte aan en recht op een goede discussie over hun vragen.
Het zou fijn zijn voor hen te ervaren dat binnen Gods gemeente rust wordt geschonken en gevonden (Ps. 36).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief