KIES HET LEVEN
1981-03-27
Onder dit opschrift verscheen in 1980 een boekje van D. Sölle. Het moet dit boekje geweest zijn dat de IKON inspireerde tot de uitzending van de drie bezinningsdiensten op zondag 4, 11 en 18 januari, waarin Dorothee Sölle aan het woord kwam om dit boek nader uit te leggen.- Jaargang 25
- nummer 12
De vorige keer heb ik u iets geschreven over de kracht van Dorothee Sölle: haar bewogen protest tegen onrecht. Dit keer wil ik schrijven over haar zwakheid. Om dat te kunnen doen, moet ik eerst iets breder samenvatten wat Dorothee Sölle 'leert.
Voor Dorothee Sölle is het centrale thema van de bijbel: het Koninkrijk van God, daarna de persoon van Jezus en tenslotte: God.
I. Over het Koninkrijk van God
Dit is een van de meest centrale begrippen in haar theologie. Waar het Jezus in de eerste plaats om ging was: de verkondiging van het Koninkrijk. Jezus stond daarbij altijd "aan de kant van de armen, de godsdienstig ongeschoolden en dus verachten, vrouwen en outcasts als hoeren en tollenaren. Hij recruteerde zijn vrienden uit het plattelandsproletariaat van de vissers. Het doei van zijn strijd, het rijk Gods, was de in klassen verdeelde maatschappij te veranderen ineen maatschappij, waar broederlijkheid en zusterlijkheid konden heersen. De oproep het kruis op zich te nemen, was een oproep zich aan te sluiten bij de strijd. Kies partij, doorbreek de kerkelijk leven neutraliteit, kies de kant van de verdoemden 'van deze aarde." blz. 63.
Hier zien wij in het kort Sölle's samenvatting van Jezus' boodschap.
Al uit haar taalgebruik is af te lezen hoezeer zij deze boodschap van het komende Koninkrijk geheel invult met een marxistische inhoud.
Voor Sölle is er maar één werkelijkheid en dat is de wereldwijde worsteling tussen de elkaar bestrijdende klassen. Deze éne wereld van mensen die elkaar geweld aandoen en uitbuiten - en anderzijds die onder dit geweld lijden en ontmenselijkt worden, dat is de éne werkelijkheid waarmee wij te maken hebben. Er is geen andere.
De hoop die wij hebben is dat er uit dit wereldomvattend proces een wereld geboren wordt van vrede en gerechtigheid. De boodschap van het Koninkrijk van God sluit direct aan bij deze in zichzelf zo troosteloze werkelijkheid. Ze geeft ons moed om vol te houden.
Over Jezus
Jezus speelt in de boodschap van het 'komende Koninkrijk een hoofdrol.
Hij was het die zichzelf totaal vereenzelvigde met de outcasts en de uitgebuiten. Hij treedt niet op "als een machtige superstar en zeker niet als een almachtig God" (87) integendeel: hij heeft geloofd dat het zin heeft om het totaal zinIoze leven in liefde te omarmen, je in te zetten voor de machtelozen, en de kant te kiezen van de zwakken.
Om die reden is hij dood gemarteld.
Het kruis was een martelwerktuig in de klassenstrijd van boven (63), maar de stem van deze doodgemartelde was niet tot zwijgen te brengen.
"Ik ben christen als ik luister naar de stem van Christus, als ik mij inlaat met deze dialoog, met dit proces". (84) "Jezus van Nazareth heeft met zijn leven iets geprobeerd wat ik ook wil, waar mij Ietterlijk alles aan gelegen is. Omdat de afloop aan zijn experiment onzeker is, komt het erop aan dat velen, allen als het kan, mee doen met wonderen doen, lijden, vertellen, delen." (88).
Uzut zeggen: maar is Jezus bij Dorothee Sölle dan alteen maar een goed voorbeeld, dat overigens jammerlijk mislukt is? Neen, zegt zij.
Want of Hij mislukt dat hangt geheel af van uwen mijn inzet. Als wij Hem volgen in Zijn keus voor het leven zal Hij niet mislukken.
Dat zou een bijzonder sterke oproep tot navolging kunnen zijn, waar wij allemaal naar moeten luisteren, ware het niet dat voor Sölle Jezus niets dan een zeer bijzonder mens was. Salie gelooft niet in een persoonlijk God, die de wereld regeert en nog minder in de Zoon van God die gekomen is om alles voor ons te volbrengen.
In Hervormd Nederland stond vorige week een artikel over Dorothee Sölle. De regisseur van de drie IKON-diensten met Sölle had een brief gekregen - zo vertelt hij - van een mevrouw zo maar in den lande die hem schreef. "D. Sölle weet feilloos wat er in de jeugd van vandaag leeft, maar wie zich door haar laat overtuigen verliest zijn Heiland."
Ik denk dat die mevrouw de kern van alle kritiek in één zin onder woorden gebracht heeft.
Over God
Doelbewust noem ik wat Sölle leert over God pas op de derde plaats.
Want met God weet zij als het erop aankomt geen raad. Dat komt omdat zij God alleen maar kan denken als een machtige bovennatuurlijke heer. . . die bovenal geïnteresseerd was in macht", en die er alleen op uit was om ons souverein en almachtig te overheersen en ons van zich afhankelijk te maken. "Het duurde lang", schrijft zij (blz. 107) "eer ik die God kwijt was en de weg vond naar een niet-theïstische theologie, waarin het lijden van Christus' liefde centraal stond."
Ze kan alleen in God geloven als degene die komt en die komen zal in het gewaad van "vrede en gerechtigheid". (blz. 107).
Hoe kan Sölle dan toch blijven spreken van God, als zij niet gelooft in God als een Persoon? Dat kan zij alleen door van God een symbool te marken: een ons door de traditie aangereikt suggestief woord dat kernachtig alles samenvat wat wij aan Iiefde en gerechtigheid in de toekomst van Zijn Rijk verwachten, Bidden is ook bij Sölle niet spreken met God als een persoon, maar "denken aan allen, die op dit ogenblik gemarteld worden, of in de gevangenis wachten op het volgende gehoor enz." (69). Hen gedenken in het licht van wat Jezus' opstanding voor hen belooft en voor ons aan opdrachten inhoudt, dat is bij Sölle bidden.
Vanuit deze grondvisie op onze wereld als één ongelofelijk verdrietig en toch ook hoop gevend proces dat heengroeit naar Gods Rijk, herinterpreteert Dorothee Sölle alle bijbelse begrippen.
Eigenlijk bestaat haar boekje 'Kies voor het leven' uit één grootse poging om de bijbelse kernwoorden: zonde, genade, het kruis, en opstanding, vanuit deze totaal monistische visie op de werkelijkheid opnieuw te interpreteren. Zonde is je neerleggen bij de bestaande machtsverhoudingen - of ook: je laten gebruiken 'in het machtssysteem van de bezittende klasse. Geloof is kiezen voor de underdog en je niet laten meeslepen in cynisme. Het kruis wordt zichtbaar waar liefde strijdt tegen geweld. Berouw is: het vermogen om te lijden. Genade is die diepte in het mens-zijn die mij doet beseffen dat mijn geluk mij geschonken is.
De taal van het geloof, zegt Sölle op blz. 78, helpt mij om mijn ervaringen onder woorden te brengen.
Beoordeling
Volgens mij zien wij hier in Sölle's woorden een heel knappe poging om de bijbel te laten buikspreken.
Na de nieuwe behandeling die de bijbelse woorden voor Sölle gekregen hebben, zeggen ze tenslotte precies dat wat Sölle met haar marxistische levensbeschouwing heeft willen zeggen. Alle bijbelse woorden worden beroofd van hun ware inhoud.
Ze vervluchtigen tot symbolen, of poëzie en staan precies gelijk met inspirerende woorden en dromen die je ook zo kan aantreffen in de sprookjes van Grimm. In een ander boek van haar: "De heenreis", blz. 34, bespreekt zij ook een sprookje van Grimm op precies dezelfde wijze als het bijbelverhaal van Efia (blz. 48). Als zij spreekt over exodus, Egypte, opstanding, God, dan zijn dat bij haar alleen maar symbolische woorden, die ervaringen onder woorden brengen die anderen in hûn traditie met sprookjes van Grimm of wijze woorden van Lao-tse (a.w, blz. 60) onder woorden gebracht hebben.
De wind waait uit het Oosten
Waar SölIe zich juristvan het atheïstisch marxisme afwendt en een pleidooi voert voor een nieuwe religiositeit is dit de religie van de Oosterse godsdiensten. Precies zoals Maarten 't Hart in 'Een vlucht regenwulpen' zien wij ook bij Sölle omschrijvingen van het nieuwe Godsbeeld in de taal van het Oosten: een besef van één-wording, zelfinkeer, het je verboden voe len met het geheel van de kosmos, je opgevangen voelen in de diepten van je bestaan, als je valt, etc. (Zie a.w. blz. 54 e.v.).
Steeds gaat dit gepaard met een felle afwijzing van God als Persoon, God als Vader, God als Heer en een felle afwijzing van iedere bovennatuurlijke werkelijkheid.
Blindheid
Hier ligt dan ook onze zwaarste kritiek op Sölle's onderwijs. Ze is blind voor de realiteit van een persoonlijke God hier en nu! Dat is haar grote zwakheid.
Ja, zwakheid is het goede woord niet.
Het is een handicap -een blindheid, het is de vrucht van een hele cultuur die ons hersenspoelt. Die blindheid is haar monisme. Ik noem dat zo uit verlegenheid omdat ik ook geen beter woord weet. Wat ik ermee bedoel is dit: Sölle gaat geheel mee met die door en door materialistische levensbeschouwing die ons dag in dag uit via radio en t.v. en via artikelen en krant toeroept: er is maar één werkelijkheid en dat is deze handtastelijke te fotograferen realiteit van onze wereld - van onze gevangenissen en concentratiekampen, van onze warenhuizen en van onze tranen. Zo nu en dan licht er iets op in deze werkelijkheid van een andere wereld, maar dat is alleen maar een wereld die in de toekomst ligt. De werkelijkheid wordt zo voor Sölle tot een tunnel, met alleen uitzicht naar voren.
Niet naar boven. H. G. Geertsema heeft deze ontwikkeling in de theologie in zijn proefschrift samengevat met de titel: Van boven naar voren. (zie blz. 87 en 311).
Daarmee is Sölle het uitzicht op God en Zijn geheim als een realiteit hier en nu geheel kwijt geraakt. Juist op dit punt waar de moderne mens al zo hevig is aangevochten krijgt hij van Sölle alleen maar een dreun toe. Ik ben steeds weer opnieuw door haar felheid op dit punt verbouwereerd. Zij zegt bijv. op blz. 87: "De idee van een almachtig sturende God en de hoop op een bestaan na de dood speelt net als in enkele kernverhalen van het N.T. - geen enkele rol in mijn geloof."
Ik ben misschien een slecht voorlichter in een kerkelijk blad, maar ik heb niet eens behoefte om haar te weerleggen, zo duidelijk lijkt mij alles wat de bijbel zegt hiermee in tegenspraak. Wat mij beweegt is de vraag: hoe moeten wij zo spreken over God dat mensen weer zicht op Hem krijgen als de levende Heer die hier en nu ons leven draagt, die tot ons spreekt, die ons leven leidt, die ons veel dieper nabij is dan wij ook maar beseffen.
Hoe kunnen wij toch die blindheid opheffen die de Europese mens heeft bevangen, toen hij ging menen alleen te zijn in het universum? Ik voel nog het meest voor C. S. Lewis beschrijving in The Silver Chair (blz. 152 e.v.) waar hij het een betovering noemt. Het is het werk van de heks die de jongen en het meisje en de dwerg bedwelmt door toverkruid in het open haard te werpen en hen intussen in te fluisteren: maar er is geen God, natuurlijk is er geen bovenwereld, of andere wereld ... Er is alleen maar deze wereld, die jullie hiervoor je zien ...
Tot slot van dit artikel: uit alles wat ik u uit het denken van Sölle heb voorgehouden blijkt dat Sölle dwars door alle studie van de theologie heen toch uiteindelijk een marxistische visie op de werkelijkheid heeft. Verrijkt met de nadruk op de toekomstige heilsverwachting van Bloch. Toegespitst met een aan het existentialisme ontleend vuur: dat ieder mens moet kiezen.
Dit geheel heeft zij als het ware gedoopt in christelijke woorden en motieven, die zij aan de bijbel ontleend heeft.
Daarom kan zij ons niet tot gids zijn. Wel blijft zij boeien en prikkelen op dat éne punt, dat ik u in het vorige artikel genoemd heb: haar felle inzet voor alk arme en uitgebuite mensen. Wie, al was het dàt alleen, van Jezus geleerd heeft, heeft niet weinig geleerd (Lucas 10: 37). Maar het ging Jezus om méér.