HERHALINGEN (2)

1981-03-27
  • Jaargang 25
  • nummer 12
De gemeente lijkt soms op een reisvereniging, die minstens twee maal per kerkelijk jaar een reis naar Israël maakt. Begin december roept de reisleider in z’n preek het gezelschap op, om met hem op weg te gaan naar Bethlehem. Zijn we na vier adventzondagen daar aangekomen, “dan duwen we de staldeur open en leggen onze ruwe handen op de kribbe en brengen het Kind onze hulde”. De tweede preek op de kerstdag eindigt met stemverheffing: “We keren nu met blijdschap naar huis terug”. Voor korte duur overigens, want binnen drie maanden zijn we al weer in Israël, nu in Jeruzalem: “Wij zullen de komende weken de weg der smarten gaan”.
Wanneer dit alleen maar stijlbloempjes waren in de preken, dan kon ’t geen kwaad. Maar “hét”moet weer gaan gebeuren. De heilsgebeurtenissen moeten zich herhalen. Immers: “Al was Jezus duizend maal in Bethlehem geboren, en niet in mij, dan was ik nóg verloren”. De preek zet ons voor het blok: “Kunt u getuigen dat Jezus vandaag in uw hart geboren is? Anders is dit kerstfeest voor u tevergeefs geweest.” Met Pasen wordt zo’n vraag opnieuw gesteld: “Is Jezus in uw hart opgestaan?” In moderne versie hoor je het zó: “Bent u vandaag ook zo opstandig geworden door de Grote Opstandige? “
Dergelijke kreten ontmoedigen heel wat mensen. Ze voelen niet iets nieuws in hun hart. Het stelt bij hen zeker niet veel voor.
Men wil tot geen prijs de kerkelijke feestdagen afschaffen. Maar hoe komt het dan, dat je zo vaak hoort: Ik ben blij dat die bizondere dagen weer voorbij zijn?
Men heeft er te veel van verwacht. Dominee zelf ook.
Als je de mensen op de man af vroeg, wat ze bijvoorbeeld van het komende paasfeest verwachten, dan zou je, denk ik, horen: Laat dominee gewoon in eigen woorden vertellen wat er werkelijk gebeurd is, indertijd, in die hof. Dat horen we graag nog eens. daar komen we voor. Meer hoeft niet.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief