Breukelen vanaf de zijlijn (2)
1981-03-27
Hoe lang, of liever hoe kort, zou een Landelijke Vergadering duren als de kerken er alleen ouderlingen heen zouden afvaardigen?- Jaargang 25
- nummer 12
Die vraag, waarop ik wel nooit antwoord zal krijgen, viel niet te onderdrukken, toen ik vorige week zaterdag na de tweede zitting van de Landelijke Vergadering in Breukelen naar huis reed. Evenals tijdens de eerste zitting namen nl. ook op 21 maart hoofdzakelijk predikanten aan de bespreking deel, en deden de ouderlingen er meestentijds het zwijgen toe.
Overigens is daarmee alleen iets gezegd over de kwantiteit van de bijdragen van dè predikanten en allerminst over de - vaak uitstekende - kwaliteit ervan.
Maar wel blijft de vraag hangen: Zijn onze kerken dan toch nog meer "domineeskerken" dan ik de vorige keer schreef?
Samen op weg
Het ging vorige week zaterdag op de Landelijke Vergadering vooral over onze contacten met andere kerken. Daaronder nemen de Christelijke Gereformeerde kerken, waarmee we als kerken op weg zijn naar eenwording, een heel bijzondere plaats in.
Aan die bijzondere plaats werd door de Landelijke Vergadering duidelijk recht gedaan door - eigenlijk voor het eerst sinds vele jaren - een fundamentele bespreking te wijden aan het "waarheen" en het "hoe" van onze contacten met de Christelijke Gereformeerden. Aan het eind van die bespreking nam de vergadering - op voorstel van de commissie voor contact en samenwerking met andere kerken - met vrijwel algemene stemmen een aantal belangrijke besluiten.
De Landelijke Vergadering riep de kerken op om in daadwerkelijke gehoorzaamheid aan Christus’ gebod tot eenheid met allen die Hem in onverderfelijkheid liefhebben “samen met de Christelijke Gereformeerde kerken de weg naar een vereniging van beide kerken te blijven bewandelen… in het geloof dat de macht van Zijn Geest deuren kan openen die wij gesloten wanen.” Aan de kerken werd o.m. gevraagd om:
- De roeping tot eenheid met de Christelijk Gereformeerde broederschap bij de voortduur in gebed en prediking te betrekken,
- Daar waar totnogtoe nog geen contacten met een genabuurde Christelijke Gereformeerde kerk zijn, die in het geloof aan te gaan,
- En in het gehele kerkelijk leven niet slechts te letten op het eigenbelang, maar ook op dat van de anderen (Fil. 2;4), i.c. de Christelijke Gereformeerde kerken, en op wat de eenheid met deze kerken dient.
Om ook zichzelf nadrukkelijk onder de klem van het streven naar eenheid te zetten, nodigde de Landelijke Vergadering de Christelijke Gereformeerde deputaten uit om enkele afgevaardigden aan te wijzen die verdere zittingen van de Landelijke Vergadering als gastleden zullen bijwonen en aan alle besprekingen kunnen deelnemen. Op deze zitting waren de deputaten vertegenwoordigd door ds Starreveld en ds Van Smeden, die de vergadering ook toesprak.
Federatie-in-wording
Voor het eerst zette de Landelijke Vergadering in zijn besluiten de contacten met de Christelijke Gereformeerde kerken in het perspectief van een federatie die beide kerken in de toekomst zouden moeten aangaan. Zo'n federatie-in-wording zou moeten dienen om concreter dan totnogtoe richting te geven aan de onderlinge samensprekingen in de komende jaren, Aan de andere kant werd door diverse afgevaardigden benadrukt dat zo'n federatieve samenwerking niet als een eindpunt mag worden gezien ("het is geen middel om vrijblijvend met elkaar te kunnen vrijen", zei ds Van den Brink), maar alleen als een tussenstation op weg naar een volledige eenwording van beide kerken.
In onderling overleg met de Christelijke Gereformeerde kerken moet een en ander in de toekomst nog nader worden ingevuld. Wel formuleerde de Landelijke Vergadering een drietal uitgangspunten die in de federatie gestalte zouden moeten krijgen: ,,1. Alle Christelijke Gereformeerde en Nederlands Gereformeerde kerken, buigend voor Gods Woord en hun geloof belijdend zoals omschreven in de Drie Formulieren van Enigheid, erkennen en aanvaarden elkaar als ware kerken van Jezus Christus, ook al kunnen zij helaas vanwege verschil in geloofsbeleving aan deze eenheid nog met overal/nog niet volledig gestalte geven. 2. Alle Ned. Geref, en Chr. Geref. kerken spreken op grond hiervan uit elkaars leden aan de tafel des Heren te willen aanvaarden, zo ook elkaars dienaars op de kansel, ook al kan het vanwege het bovengenoemde verschil, wijs zijn van deze vrijheden en rechten nog geen gebruik te maken.
3. Alle Ned. Geref. en Chr. Geref. kerken spreken uit elkaar niet te zullen afwijzen om verschillen ten aanzien van de kerkorde, zelfs al kunnen zij ondanks pogingen daartoe - kerkrechtelijk nog niet tot overeenstemming komen.
Niet forceren
In de bespreking wezen diverse afgevaardigden op de verschillen in geloofsbeleving die er nogal eens bestaan tussen de Nederlandse Gereformeerde kerk en de Christelijke Gereformeerde kerk ter plaatse. Ze deden een beroep op de vergadering om toch vooral niet via landelijke uitspraken en samenwerkingsvormen plaatselijk de eenheid te forceren.
Ds Moggré waarschuwde ervoor de zaak van de eenwording niet te benaderen vanuit een z.i. vermeend gebód van Christus tot eenheid: "Het wordt dan een must - God wil het - met het gevaar dat de gemeenten met vragen, aarzelingen, twijfels of bezorgdheid onder de dwang van een wettisch moeten, meer gaan doen zonder innerlijk daartoe gereed en bereid te zijn. Je kunt eenheid niet maken onder dwang van een wet, het moet groeien door het ontvangen van meerdere genade als een gave van God. Die genade wordt ons toegeëigend door de Heilige Geest in een proces van verootmoediging, bekering en gebed."
Ds Van Keulen vroeg zich af, gezien de plaatselijke praktijk en de aarzelingen op de jongste Christelijke Gereformeerde synode, of het doen van een uitspraak over een federatie op dit moment wel reëel zou zijn. Hij en anderen bepleiten een soberder besluit, dat niet de indruk zou wekken plaatselijke kerken onder druk te zetten via een op korte termijn tot stand te brengen federatie.
Maar commissievoorzitter ds Mul maakte, samen met commissielid ds Van den Brink, de vergadering duidelijk dat het volstrekt niet de bedoeling was de Christelijke Gereformeerde kerken te overvragen en plaatselijk of landelijk een eenheid te forceren. Ds Van den Brink: "In het federatie-perspectief dat we openen wijzen we een Schriftuurlijke weg, We zeggen: die kant moet het uit, maar tegelijk leggen we niemand erop vast. We maken het plaatselijke kerken die nog lang niet zover zijn, niet moeilijk, maar we laten ze ook niet met rust. We moeten op de Christelijke Gereformeerde kerken een gezonde, Bijbelse pressie uitoefenen door ze niet te binden, maar ze wel de weg te wijzen.
Ook met het oog op hun eerstvolgende synode is dat erg belangrijk."
Ds Mul karakteriseerde de federatie-besluiten als "het uitzetten van een lijn richting kan geven aan ons werken. Maar we leggen ons hier niet vast op een waar we elkaar in de komende jaren telkens aan kunnen herinneren, en die concrete invulling en uitwerking van de federatie."
Kerkverband
"Van harte hoop ik dat het de commissie gelukt is om bij onze Christelijke Gereformeerde broeders-deputaten het bekende fabeltje de wereld uit te helpen dat wij niets van een kerkverband moeten hebben", verzuchtte ds Moggré: "Het gaat niet om: wel of geen kerkverband. Het gaat erom: welk kerkverband?"
Tegelijk drong hij er bij de samensprekingscommissie op aan om goed duidelijk te maken dat de winst die binnen onze kerken geboekt is in de kerkordelijke discussies vrucht is “van reformatie en een bevrijding van wat in de historische ontwikkeling verkeerd was gegroeid”. Onze kerken zijn daarin beslist geen nieuwlichters, zo maakte hij duidelijk in een college kerkgeschiedenis, waarin hij bij de Nederlandse Gereformeerden wat afgescheiden trekjes ontdekte, en de Christelijke Gereformeerden soms meer op de dolerenden vond lijken. Ds. Doornbos vond de commissie te soepel in het tegemoetkomen aan de Christelijke Gereformeerde visie op kerkverband en kerkorde. Hij verklaarde niet weer terug te willen achter wat o.a. in de discussie rond art. 34 bereikt is.
Daarentegen sprak ds Van den Brink als zijn diepe overtuiging uit, “dat we ook in de kerkordelijke discussies in de huis van de Christelijke Gereformeerden moeten kruipen en ons moeten inleven in de manier waarop zij tegen onze kerkverbandelijke praktijk en besluiten aankijken. We zullen bereid moeten zijn hen daarin ver tegemoet te komen.” In dezelfde lijn pleitte ds Mul ervoor om landelijk en plaatselijk geen besluiten te nemen die de zaak van de eenheid zouden kunnen schaden en die “de Christelijke Gereformeerden moeite zouden kunnen geven om met ons de reis voort te zetten. Ook daarin moeten we laten zien dat het ons ernst is als we zeggen samen op weg te zijn naar eenheid.”
Nieuwe impuls
De Christelijke Gereformeerde synode toonde zich vorig jaar september nogal onder de indruk van een door velen gesignaleerde verslechtering in de onderlinge plaatselijke contacten en zag daarin aanleiding om op de weg naar een vereniging met onze kerken een duidelijke pas op de plaats te maken. Daarentegen zijn de besluiten die de Landelijke Vergadering zaterdag nam, bedoeld als een nieuwe impuls voor de samenwerking en het samengáán van beide kerken.
Overigens zou dat ook wel eens het geval kunnen zijn met de opdracht die de Christelijke Gereformeerde deputaten van hun synode kregen - door ds Van Smeden zaterdag als "erg moeilijk" betiteld - om uit te zoeken door welke oorzaken de plaatselijke eenheid wordt tegengehouden en te proberen die weg te nemen. De hoop, die hij uitsprak, mag in de komende jaren tegelijk ook het gebed zijn van alk kerkleden, nl. "dat dwars door alle historisch gegroeide verschillen heen de duidelijkheid mag doorbreken dat we met elkaar bij de Here Jezus Christus horen."
Tenslotte:
- haalde het tijdens de eerste zitting besproken voorstel om voor theologische kandidaten een attest van de theologische studiebegeleiders verplicht te stellen, de eindstreep niet, maar sprak de vergadering in plaats daarvan uit "dat van a.s. Dienaren des Woords wordt verwacht dat zij deelnemen aan de door de kerken ingestelde theologische studiebegeleiding en dat de kerken hierop zullen toezien".
- besloot de vergadering - in navolging van de jongste Christelijke Gereformeerde synode - om met de Christian Reformed Church in Canada en de Verenigde Staten de relatie van "kerkelijke gemeenschap" aan te gaan, wat o.a. inhoudt: het voor elkaar openstellen van de Avondmaalstafel en het openstellen van de kansels voor bezoekende predikanten van de Christian Reformed Church, wanneer deze tijdens hun verblijf in Nederland alleen in de Christelijke Gereformeerde of in onze kerken wensen voor te gaan.
- kreeg de Commissie voor contact en samenspreking met andere kerken opdracht contact te leggen met andere gereformeerde kerken in de wereld, o.a. in Australië, Nieuw-Zeeland, Japan, Amerika, Mexico en Frankrijk.
- besloot de vergadering - mede op" aandrang van onze zendelingen in Zuid-Afrika - om bij de zg. Dopperkerken daar aan te dringen op een spoedige beslissing over het aangaan van officiële correspondentie met onze kerken: een zaak die zich al sinds 1974 voortsleept.
- meldde ds Algra dat de jeugd van zijn Sliedrechtse gemeente grote moeite heeft met aanknopen van banden met blanke Zuidafrikaanse kerken, omdat dat bolwerken van de apartheid zijn, iets wat volgens prof. Schuurman juist voor de Dopperkerken veel minder opgaat dan voor andere kerken in Zuid-Afrika.
- corrigeerde ds Mul het sombere beeld, dat op de jongste Christelijke Gereformeerde synode was geschetst van de plaatselijke contacten tussen hun en onze kerken door erop te wijzen dat maar liefst 97 van de in totaa1175 Christelijke Gereformeerde kerken binnen een straal van 20 km geen genabuurde Nederlandse Gereformeerde kerk hebben en dus doodeenvoudig geen contacten kunnen hebben met één van onze kerken.
- meldde hij ook dat er het laatste jaar sprake is van een verrassende toename in het aantal kerken waar men tot kanselruil is overgegaan.
- benoemde de Landelijke Vergadering tot nieuwe leden van de Commissie voor contact en samenspreking met andere kerken ds J. C.Schaeffer uit Emmeloord en de brs A. J. van Dijk uit Amsterdam en F. Veltman uit Kampen.
- bood de Stichting ter verkrijging van een Schriftgetrouwe Psalmberijming aan alle afgevaardigden het zojuist gereedgekomen Psalter 1980 aan (een in opdracht van deze stichting vervaardigde nieuwe Psalmberijming waaraan jarenlang is gewerkt), waarna aan het eind van de vergadering uit deze bundel Ps. 150 werd gezongen.
- riep praeses ds Van der Kwast in zijn openingswoord de afgevaardigden op om toch vooral te blijven denken om de kinderen, "dat die in deze wereld een schuilplaats vinden waar Gods Woord wordt doorgegeven" .
- lanceerde ds Moggré, die drie jaar geleden in Wezep er nog voor waarschuwde dat je "geen aardappels moet willen rooien in de winter", nu het voorstel om op de eerstvolgende synode van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) "de thermometer eens buiten te hangen" en te kijken "of de dooi daar al is begonnen", waarna zijn suggestie rap van de tafel werd geveegd met het motief dat deze zaak in de plaatselijke kerken niet besproken is.
- bleek een nieuwe druk in voorbereiding van de brochure over onze kerken - uitgegeven door de Commissie voor contact en samenspreking met andere kerken à f 2,- per stuk te bestellen bij ds J. Stuy, Lelystraat 107, Kampen -, nu de eerste oplage van 1500 exemplaren vrijwel is uitgeput.
- werd besloten op de volgende zitting - D.V. 25 april - te spreken over de eventuele toetreding tot de G.O.S., de gezangen en liturgische formulieren, en de geestelijke verzorging van militairen.
- werkte de Landelijke Vergadering op zijn tweede zittingsdag drie van de nog resterende 42 voorstellen en rapporten af, zodat er nog 39 ter behandeling overblijven.