Dichters over hun ouders (4)
1981-04-17
Ook de dichteres Ida Gerhardt heeft haar ouders in gedichten toegesproken en herdacht.- Jaargang 25
- nummer 15
De dicht~res werd geboren op 11 mei 1905 in Gorcum. Zij was het tweede kind. De oudste was ook een meisje en dertien jaar later kwam er nog een meisje bij.
Haar vader was, toen zij geboren werd, directeur van de Ambachtsschool in Gorcum. Nog vóór Ida naar school ging, verhuisde het gezin naar Schiedam, enige jaren later naar Rotterdam en tenslotte naar Wassenaar.
Die verhuizingen waren het gevolg van promoties van de vader, die, als timmermansknecht begonnen, het - zoals gezegd - tot ambachtsschooldirecteur had gebracht, en die op steeds grotere scholen z'n werk ging doen. Dat deze verhuizingen de nodige spanningen hebben teweeggebracht, zeker voor de moeder, behoeft geen betoog. De dochters, dus ook Ida, mochten studeren. Zij ging eerst naar Leiden, maar moest later naar Utrecht, zij het tegen haar zin.
Haar studiekeuze was: klassieke letteren. Zij heeft er de doctorstitel in behaald.
De verhouding met haar moeder was niet bepaald goed. Ze heeft in wezen nooit van haar gehouden. Moeder was nogal heerszuchtig. Ze was mee omhoog gegaan op de maatsschappelijke ladder en stelde nogal wat eisen aan de kinderen. Wel met haar vader had de dichteres een goede band, maar In het gezin had de man weinig in te brengen.
We gaan eerst maar eens luisteren naar een gedicht over de moeder waarin heel veel gezegd wordtover de gevoelens van Ida voor haar.
Sonnet voor mijn moeder
Gij hebt, Moeder, dit leven zwaar gedragen.
Gelijk ik het zwaar draag. Wij zijn verwant.
Wij horen in dit stormbevochten land
van kavels, tussen dijk en stroom geslagen.
Ik heb uw gang: die driftige en toch trage
voetstap, die onverzettelijke trant.
Uw harde hand herken ik in mijn hand,
onwrikbaar om de schrijfstift heengeslagen.
Machtig zijn wij, in liefde en in haat.
Gij hebt u dóódgehaat, hatend het meest
uzelve, om de liefde, die gij schond.
Ik ben genezen van het bittere kwaad.
En eer in stugheid, wie gij zijt geweest:
van mijn talent de donkere moedergrond.
U merkt het wel, de vrij sterke karakterovereenkomst heeft het leven van moeder en dochter niet gemakkelijk gemaakt. Moeder wilde de kinderen op haar manier grootbrengen, passend bij de stand waar ze' door de prestaties van vader in terecht gekomen waren, maar de kinderen wilden gewoon zichzelf blijven. De kinderen hadden geen moeite zich waar te maken, maar de moeder wel. En die kreeg door dat streben een hekel aan zichzelf. Ida haatte haar moeder soms, maar dat is, na de dood van haar moeder, gelukkig voorbij. Ze moet toch erkennen dat juist het wezen van haar moeder, de achtergrond is van haar talent, van haar ijver waar het betreft het doorgeven van haar kennis. De dichteres drukt het op haar dichterlijke wijze zo prachtig uit: de donkere moedergrond.
Dan nu een herinnering aan haar vader.
In memoriam Patres
Mijn vader heeft de waterlaarzen aan.
Wij samen zijn de Lekdijk afgekomen.
Ik ben voor mijn verjaardag meegenomen:
hij moest vandaag bij het gemaal langs gaan.
Gemaal: dat is je vader horen noemen
de vreemde woorden van een andere taal
als hij de waterstand leest van de schaal;
te ademen in het onbenoembaar zoemen
dat gonzend omgaande aanwezig is.
En, niets te zeggen als hij bezig is:
"Dat is een man, daar kun je staat op maken".
Als op de zaken orde is gesteld
doen wij op huis aan. Een lucht van geweld:
Gorcum licht al door wolken overkraagd.
Geen noodweer en geen wereld kan mij raken
als hij, het laatste stuk, mij op de schouders draagt.
Vader en kind, het zal op haar 5de verjaardag zijn geweest, zijn langs de Lekdijk in Gorcum gelopen. Er moet bij het gemaal van de Lek iets niet in orde zijn geweest. Nu, dat moest vader in orde maken, en dat was hem wel toevertrouwd. Hij is in die wereld helemaal thuis. Hij spreekt haar taal. 't Komt ook allemaal in orde. Dan naar huis. 't Is noodweer geworden, maar op de schouders van vader kan haar niets gebeuren.
Geen wonder dat zo'n gebeurtenis haar is bij gebleven.
Als je beide. gedichten goed tot je door laat dringen, ontdek je wel, hoe sterk subjectief haar gevoelens ten opzichte van haar ouders liggen. Je zou kunnen zeggen: een kind wil z'n gevoelens wel eens kwijt. In dit gezin ging dat In zekere zin bij geen van beide ouders, maar voor vader was er het excuus dat hij erg druk met zijn werk was.
Hier zou ik het bij kunnen laten, maar dan is niet alles gezegd. De dichteres heeft zich achteraf wel iets te verwijten wat haar zorg voor haar vader betreft, die na de dood van haar moeder alleen achterbleef.
Het verlatenhuis
Steeds rond het uur van middernacht, gelijk de schim van Hamlets vader verschijnt hij en komt slepend nader, stokoud, afzichtelijk van verval, een ezel met verflarde vacht en al ontblote tandenwal.
En heffend het skeletgelaat hijgt hij met hese en doffe zuchten de aanklacht van wie is gesmaad en doet mij wraak en onheil duchten, het aan mijn muren schurend dier. o Hamlets vader, 0 King Lear, vertwijfeld mij uw aanklacht maakt om wat ik schrikkelijk heb verzaakt.
Mijn vader, mijn vader die ik verliet, wiens ouderdom ik verstiet!
Dit gedicht is wel een heel scherpe aanklacht tegen zichzelf. Ze had haar vader beter moeten verzorgen.
Zoals bij het treurspel HamIet; van de grote Shakespeare, de vader van Hamlet ondank als loon ontving, en zoals King Lear, eveneens in een toneelstuk van dezelfde schrijver, z'n twee dochters bevoorrechte boven de derde, die hem niet wilde vleien, maar toch van die twee slechts ondank ontving, zo heeft zij gehandeld, meent ze.
's Nachts heeft ze daar vaak last van. En bekend als ze is met de klassieke lieratuur, komen dan deze voorbeelden haar voor de geest.
t Is wel een trieste zaak, vooral omdat het niet te herstellen valt. Er is alleen maar vergeving te vinden bij de barmhartige Vader in de hemel.
Laten we hopen dat de dichteres, die zeker niet los staat van de bijbel het daar ook zoekt. Overigens, dit artikel is wel wat triest. De volgende week hopen we D.V. een wat vreugdevoller artikel te brengen, te weten over gedichten van Muus Jacobse. Dat zal dan, wat deze serie betreft, het laatste zijn.