Stichting Redt een Kind
1981-04-24
"De armen toch hebt gij altijd bij u", zei de Here Jezus in Lukas 12. Door de tijden heen waren er armen. Ook een terugblik op ons werk geeft dit te zien.- Jaargang 25
- nummer 16
Wij krijgen nogal eens de opmerking te horen, dat het werk van de Stichting Redt een Kind nog zo weinig bekend is.
Daarom lijkt het ons goed eens terug te gaan naar het begin. In 1967 ontving wijlen prof. dr H. R. Rookmaaker het verzoek uit India om een kindertehuis te ondersteunen. Na onderzoek bleek dat er veel nood was in India en dat in het bijzonder de kinderen daarvan de dupe waren. Daarom werd in maart 1968 de Stichting Redt een Kind opgericht. Wij zijn toen begonnen om drie kindertehuizen te ondersteunen, die werden geleid door bijbelgetrouwe christenen. Wij deden dit door middel van financiële adopties.
De eerste twee kinderen die wij gingen helpen waren Rebecca en Simeon.
Een wereld van leed en armoede schuilt er achter hun geschiedenis. Zij waren door een man, vermoedelijk een ver familielid, achtergelaten in een restaurant.
Niemand kwam hen daar ophalen. Na een paar dagen wachten bracht de restauranthouder hen naar een kindertehuis van de Bethel Fellowship in Zuid-India.
Dit werd hun nieuwe thuis. Zo ook voor Kannichamy Thomas. Zijn vader stierf en zijn moeder kon ondanks hard werken haar kind niet verzorgen. Nadat ze ziek was geworden smeekte ze de mensen van het kindertehuis om de zorg voor Thomas over te nemen. Dit was in 1968.
Tot 1971 hielpen wij alleen in India. In dat jaar bereikte ons het verzoek of wij wilden helpen bij de oprichting van een kindertehuis in Oeganda. Hieraan kon worden voldaan. Het was een grote schok dat dit tehuis door de terreur van de beruchte dictator Amin moest worden gesloten. Alle pogingen om nog iets / voor de kinderen te doen mislukten. Dit, was in 1973.
Door deze pogingen kwam wel het contact tot stand met een bijbelgetrouwe kerk in Kenya, de Africa Inland Church, Men vroeg of wij daar zouden kunnen helpen bij de opvang van arme kinderen.
Dit was in 1974. Wij besloten dit te doen en op dit moment heeft deze kerk 16 kindertehuizen die financieel van ons afhankelijk zijn.
Na de val van Amin in 1979 en de strijd die daarvoor nodig was bleef de bevolking in Oeganda in een onbeschrijflijke nood achter. Daarbij kwam nog een grote hongersnood en toen er weer een beroep op ons werd gedaan konden wij niet weigeren. Kinderen, die zagen hoe hele dorpen werden uitgeplunderd, hoe hun ouders werden vermoord of mishandeld, kinderen die vaak jarenlang alleen op straat hadden geleefd, worden geholpen in twee kindertehuizen die wij daar steunen. Ook kinderen uit het hongergebied zijn hier opgenomen. Er komt hulp uit verschillende landen voor Oeganda, maar nog lang niet voldoende.
Zambia is het vierde land waar de Stichting sinds 1978 helpt in één kindertehuis.
Het bijzondere hier is, dat kindertehuizen officieel zijn verboden. Men vindt dat de kinderen in gezinnen binnen hun stam moeten opgroeien. Dit is een goede regel, maar helaas vaak onmogelijk.
Een bevestiging dat het werk van dit kindertehuis ondanks het verbod door de overheid op prijs wordt gesteld.
kwam doordat onze secretaresse tijdens een bezoek aan Zambia door niemand minder dan president Kaunda werd ontvangen.
De president beloofde dat hij zou proberen iets aan dit verbod te doen.
De leider van het kindertehuis schreef later, dat het fijn is als je werk op deze wijze wordt gewaardeerd.
De leiding van alle kindertehuizen en ook wijzelf zien het werk in de eerste plaats als een opdracht van de HERE, zoals o.m. staat geschreven in Hebr. 13 : 16: "En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet, want in zulke offers heeft God een welgevallen." Als we dit Schriftwoord lezen kunnen we alleen maar dankbaar zijn als we zien hoeveel kinderen uit India, Kenya, Oeganda en Zambia vanuit Nederland door ons geholpen kunnen worden.
Ook vandaag nog worden vele kinderen in heel ongelukkige omstandigheden aan ons toevertrouwd. Zoals Rielbag, een jongen uit India, die nog op "adoptie" wacht. Zijn ouders kwamen verleden jaar om bij een grote overstroming in de staat Bihar in India. Hun huis werd weggespoeld. Rielbag werd doodziek naar het kindertehuis gebracht. Wie helpt hem of een van de vele andere kinderen? Voor 155,- per maand ontvangt een kind in een kindertehuis een volledige verzorging. Zij groeien op in een christelijke omgeving. Voor 125,-
per maand kan een kind van arme ouders voedsel, kleding en onderricht tot 15 jaar ontvangen. Zij blijven thuis.
Een zondag school zorgt er voor dat de kinderen het Evangelie horen. Bij beide soorten "adopties" ontvangt u een foto en enige achtergrondinformatie van het kind, alsmede het adres.
Er is echter meer nodig om kinderen zoals Rielbag en de vele anderen te verzorgen.
Er zijn gebouwen nodig om ze onder te brengen, er moet water zijn, er is transport nodig. Ook hiervoor moet gezorgd worden.
Men vroeg ons O.a. om: twee nieuwe gebouwen, ieder voor 100 kinderen in Zd-India. Hiervoor is nodig ca. f140.000,-.
Een jongensslaapzaal in Dehra Dun, India, ca. f 25.000,-Een jeep, 2e hands voor een nieuw kindertehuis in Roorkee, India, ca. f 5.000,-. Waterinstallatie bij het Mbooni kindertehuis in Kenya, ca. f 32.000,-. Verbouwing kindertehuis in Kampala, Oeganda, ca. f. 30.000,-.
Wij zijn de HERE dankbaar voor Zijn hulp en leiding, die Hij ons in de afgelopen dertien jaar gaf. Hij wil ook deze kinderen redden van zonde en dood. Wij vragen u, helpt u ons: redt een kind.
Secretariaat: A. M. Rookmaaker-Huitker, Dr Guépinlaan 23, 4032 NH Ommeren, tel: 03443-2079, of b.g.g.: 03449-1659.
Postgiro: 1599333 t.n.v. Redt een Kind te Berkum-Zwolle. Bank: Raiffeisenbank, Zwolle, rek.nr. 37.73.32.860.
U kunt bij ons bestellen een boekje van Kees Rookmaaker: "door India". Dit is een verslag van een reis langs de verschillende kindertehuizen in India. Het kost 18,75, incl. porto.