Funktieverlies

1981-05-01
  • Jaargang 25
  • nummer 17
Op m’n boekenplankje staan enkele werkjes met pastorale notities: De dominee en zijn gemeente, dan Ian Maclaren, Schetsen uit de pastorie van Mastland, van Koetsveld; en Vademecum pastorale, van J. v. Andel. Je hebt er niets aan in deze tijd, maar ze zijn leuk om te lezen hoe het vroeger was. Hoe genoeglijk rolde toen het leven des gerusten pastors heen! de dominee wás iemand. Hij werd om raad gevraagd en men volgde die dan op. Zijn woord was de waarheid. Trouwens, ’t moest alles naar zijn wetten horen. Tegenwoordig spreekt en schrijft men verontrust over het funktieverlies van het kerkelijk pastoraat. Ziehier een verzonnen bladzij uit het dagboek van een herder. De telefoon, in plaats van het gesprek. De telefoon is praktisch, want als je tegengas wilt geven, zegt het andere eind van de lijn: Nou, ik hang maar op. Eerste “gesprek”: Dominee, ik wou even zeggen dat we uit elkaar zijn. En de ds herinnert zich de trouwplechtigheid van twee jaar geleden; die twee hadden nogal wat noten op hun zang, we wilden het graag zo en zo bij de overtrouw in de kerk. Hij zegt: ik wil er graag over komen praten, nu meteen. Dat kan niet, wordt gezegd, want ik moet vanavond nog uit en Bart is toch ook niet meer thuis, nee, doet u geen moeite. Volgende telefoontje. Ik weet niet of u ’t wist, maar ik heb promotie gemaakt, we gaan verhuizen naar een andere hoek van ’t land. Nee, tijd om afscheid te nemen, heb ik tot m’n spijt niet, maar u kunt me misschien wel informeren, is er daar ergens een geschikte kerk voor ons of zijn ze daar allemaal rooms? Derde gesprek die avond: Dominee, moet ik bij u wezen of bij iemand anders, want ik wou graag m’n doopbewijs, ik ga nu met m’n vriend naar een andere kerk.
In al die gevallen wordt de predikant van de beslissing in kennis gesteld, zonder dat hij ergens in gekend is. Toch weet ik niet, of je dit funktieverlies moet noemen. Misschien wist men te goed waar men met zijn pastor aan toe is en wanneer hij gepasseerd wordt, kon dat wel eens een bedekte erkenning zijn van de goede kwaliteit van zijn werk. Achab voelde er ook niets voor, om vooraf Micha te raadplegen, de zoon van Jimla (1 Kon. 22). Hij dramde liever door met z’n eigen plan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief