Democratie (2)
1981-05-01
Een staatsburger is medeverantwoordelijk- Jaargang 25
- nummer 17
In ons land is aan de burgers kiesrecht toegekend. De burgers hebben dan ook medeverantwoordelijkheid voor het overheidsbeleid.
Deze medeverantwoordelijkheid betekent echter niet, dat het overheidsgezag van de burgers is afgeleid.
Wij belijden, dat het souvereine gezag van God de grondslag is voor het overheidsgezag, het volk, de burgers, zijn niet souverein.
Maar ze zijn wel verantwoordelijk.
Voor de christen geeft de democratie aan de mens de mogelijkheid om voor Gods aangezicht zijn verantwoordelijkheid voor het staatsverband te beleven, opdat ook door zijn toedoen de staat overeenkomstig de goddelijke structuur zal functioneren.
We moeten hierbij wel in het oog houden, dat er twee relaties zijn te onderscheiden, nl. die van onderdaan en die van staatsburger.
Als onderdaan zijn we aan de overheid onderworpen. Iets wat steeds meer genegeerd wordt gezien de ongehoorzaamheid, die op grote schaal wordt betrachten die door de overheid niet wordt bestrafd.
Als staatsburger, als deelgenoten in de staat zijn we medeverantwoordelijk voor de gang van zaken. Wij moeten als burgers ons verantwoordelijk weten en meeleven met de politieke zaak en daarop invloed trachten uit te oefenen.
Ons democratisch regeringsbestel geeft de mogelijkheid onze medeverantwoordelijkheid voor het staatkundig gebeuren tot uitdrukking te brengen.
Bij de verkiezingen wordt elke burger met zijn persoonlijke verantwoordelijkheid geconfronteerd.
De positie van de Staten-Generaal
In ons democratisch bestel speelt de volksvertegenwoordiging een centrale rol. Fabius schreef eens, dat het parlement het volksgeweten behoort te zijn. Dat geweten functioneert helaas gebrekkig.
Revolutionairen zijn van oordeel, dat de macht van een parlement zonder permanente democratie in bedrijven, kantoren, scholen enz. gelijk is aan die van een kaartenhuis.
Van reëele democratie kan geen sprake zijn, zo meent men, zolang de tegenwoordige productiewijze gehandhaafd wordt. Er moet een andere maatschappelijke orde komen.
Gewelddadige acties laten zien, dat men het vertrouwen in onze parlementaire democratie in feite verloren heeft en het recht in eigen handen genomen heeft.
Maar ook vele niet revolutionaire burgers zijn van oordeel, dat hun belangen onvoldoende door de volksvertegenwoordigers behartigd worden. Tal van actiegroepen trachten door buiten-parlementaire acties hun eisen door te drukken.
Men is over allerlei zaken vaak echt verontrust en heeft geen vertrouwen meer in de zelf gekozen volksvertegenwoordigers.
Dit wantrouwen is niet zonder reden.
De taak van de overheid is zo enorm toegenomen, dat de volksvertegenwoordiging niet meer in staat is haar controlerende taak afdoende te vervullen.
De regering is in ons land verreweg de grootste onderneming geworden.
Blijkbaar om deze onmacht te verbergen wordt nu door het parlement onevenredig veel aandacht aan details en incidenten geschonken.
Het regent vragen van Kamerleden en daar zijn veel overbodige en ook domme vragen bij.
Men heeft getracht de positie van de Staten-Generaal te versterken.
De technische outillage is verbeterd.
Een hele staf van assistenten staat aan de Kamerleden ter beschikking.
Het Kamerlidmaatschap is een volledige dagtaak geworden. Enerzijds is men meer professioneel geworden, anderszijds is het contact met het maatschappelijke leven daardoor minder geworden.
De discussies in de Kamer geven soms de indruk, dat men spreekt over een maatschappij, die helemaal niet bestaat.
Naast de gewone Kamerzittingen zijn er openbare commissievergaderingen gekomen. De openbaarheid is veel groter geworden.
Maar het heeft weinig geholpen.
Integendeel, de Kamer doet steeds meer pogingen om op de stoel van de regering te gaan zitten. Niet ten onrechte merkte dr L. Klinkers laatst in "Binnenlands Bestuur" wat spottend op, dat we nu een Tweede Kamer met 150 ministers hebben.
De Kamer is, zonder het zelf te beseffen, bezig zichzelf te laten ontploffen.
Deze gang van zaken komt de parlementaire democratie niet ten goede.
De positie van de partijen
Ook de politieke partijen ontkomen niet aan vaak gerechtvaardigde kritiek.
Door de merkwaardige verhoudingen in de nederlandse politiek kan men niet kiezen tussen alternatieven, maar tussen nuances.
Om dat te camoufleren maakt men zich nog al eens schuldig aan demagogie.
De burger moet toch vooral het idee krijgen, dat de verschillen groot zijn.
Een slechte zaak is ook, dat de greep van de politieke partijen op de landspolitiek versterkt is. Het parlementaire stelsel verwordt steeds meer tot een zaak van de partijorganisaties. Het bontst maakt het in dit opzicht de P.v.d.A.
Het mag nooit het doel van een politieke partij zijn zelf te regeren.
Een onjuiste ontwikkeling is ook, dat de wilsvorming van veel partijen een oligarchist karakter draagt.
Mede door de onverschilligheid van veel partijleden vindt er elitevorming plaats en heeft een kleine top de touwtjes in handen.
Zelfs bij de kandidaatstelling is de invloed van de grote massa der partijleden maar gering.
Op deze wijze wordt de verantwoordelijkheid der burgers ondermijnd.
Men wordt onverschillig en opstandig. Het is niet te verbazen, dat het aantal partijleden in de loop der jaren sterk is teruggelopen.
Kabinetsformatie
Ook bij de kabinetsformatie dreigt de democratie te ontsporen.
Ik ga nu maar voorbij aan het wonderlijke spel om vooraf bekend te maken met welke partij men wel of niet wil samenwerken. Een misselijk spelletje overigens, dat helemaal niet past in onze staatsrechtelijke verhoudingen en aan de democratie een kwade dienst bewijst.
Na de oorlog is het parlement steeds meer bij de kabinetsformaties betrokken.
Via de fracties wordt de regering met een zeer gedetailleerd program opgezadeld, dat in de snel wisselende situaties onmogelijk volbracht kan worden, Voor mij persoonlijk is dat indertijd o.m. de reden geweest om bij de formatie van het kabinet-Cals mij niet te willen binden aan de uitvoerige afspraken, die gemaakt werden.
Steeds meer verliest men uit het oog, dat bewindslieden en fracties hun eigen verantwoordelijkheid hebben.
Ook een parlementair kabinet behoeft niet van a tot z uit overleg tussen fracties en partijleiding tot stand te komen.
Het is ook een weinig gelukkige zaak, dat men bij een kamnet te veel zoekt naar uitgesproken partijmannen.
Dat leidt nog wel eens tot verlies aan kwaliteit.
Toch democratie
Al deze minder goede ontwikkelingen mogen er niet toe brengen af te zien van de parlementaire democratie.
Het is de minst slechte oplossing.
Wel zal gestreefd moeten worden naar opheffing van tal van gebreken.
Zo is het nodig, dat taak en verantwoordelijkheid van regering, parlement en politieke partij juister gewaardeerd worden.
Het parlement zal weer echt als geweten van het volk moeten gaan fungeren.
Bovenal echter, om een woord van Talma te gebruiken, een democratie, die zich laat beheersen door Christus.
Democratie als zodanig geeft nog geen veiligheid. Wanneer regering en meerderheid van het volk het samen eens zijn over een beleid, dat de vrijheid aantast, loopt de vrijheid toch gevaar.
Wie zal de bewakers bewaken?
Democratie zal de vrijheid alleen kunnen waarborgen als ze recht en gerechtigheid dient, als erkend wordt, dat God de mens, geschapen naar Zijn beeld en als heer der schepping heeft aangesteld.
Democratie, spreiding van bevoegdheden en verantwoordelijkheden voorde gemeenschappelijke is een groot goed.
Laten wij dat nooit vergeten, vooral nu niet, nu we op 26 mei onze medeverantwoordelijkheid als staatsburger mogen beleven.