Derde van de kerken heeft minder dan 200 leden

2008-08-29
  • Jaargang 52
  • nummer 17
Elk jaar verschijnt het weer. Het Informatieboekje van de Nederlands Gereformeerde Kerken. In de wandelgangen het 'blauwe boekje' genoemd. Met gegevens van de plaatselijke kerken, over het landelijk kerkverband en een jaaroverzicht.

Ds. L.G. Compagnie uit Katwijk schreef dit keer het jaaroverzicht. 'Hoe kan de kerk goed toegerust worden om haar leden toe te rusten en de wereld om haar heen te bereiken?' zo vraagt hij zich af. Daarbij gaat hij direct in op de tweede dienst op zondag. In een aantal NG-kerken wordt geen middag- of avonddienst meer gehouden. In andere kerken is het bezoek aan die dienst schrikbarend laag. Hoe komt dat? Compagnie citeert daarbij onder anderen de predikanten G. van Keulen en G.J.
Zwarts, die beiden de vraag stellen hoe het zit met onze relatie tot God. 'Wanneer we gericht zijn op God, dan gaan we niet minderen, maar juist méér zoeken.' Het zijn confronterende geloofsvragen die hier aan de orde gesteld (moeten) worden. Tegelijkertijd valt de slechte opkomst in de tweede dienst mijns inziens niet alleen te verklaren uit 'geloofsarmoede'. Dr. Stephan Paas noemt in het CGK-jaarboekje 2008 in dit verband de cultuur waarin we leven. Mensen raken moe van alle informatie. Terecht schrijft Compagnie dat de tweede dienst te vaak een herhaling is van de ochtenddienst. Maar een andere 'vormgeving' van de tweede dienst blijkt het tij echter zelden te keren… Daarnaast wil ik op een andere ontwikkeling wijzen.
Mensen zoeken nog steeds, maar minder binnen kerkelijke kaders. Er zijn veel congressen en weekends om geestelijk bij te tanken. Soms lijkt het of deze bijeenkomsten de belangrijkste 'accu' zijn geworden. Daarom is ook de vraag welke plaats de eigen christelijke gemeente in ons leven heeft van groot belang.

Kerkverband
Het jaaroverzicht behandelt een groot aantal gebeurtenissen in het kerkverband, zoals kerkelijke vergaderingen, de Ontmoetingsdag, de Vrouwencontactdag, de publicatie van ds. W. Smouter ('Herstelwerk') en natuurlijk de Landelijke Vergadering. Ook het beroepingswerk wordt geregistreerd.
Daarna komt de kerk in een breder verband aan de orde: kerk in de samenleving. Onze kerken zijn regelmatig betrokken bij aanloophuizen, voedselbanken, hospices en andere diaconale projecten. Tevens bieden veel gemeenten hulp over de landsgrenzen.
In het Informatieboekje vinden we ook informatie over zendingsactiviteiten vanuit de plaatselijke kerken. Het aantal plaatselijke kerken bleef met 91 gelijk. Er zijn 87 dienstdoende predikanten (van wie zes CGK predikanten en één vrijgemaakt-Gereformeerd predikant).

Kerkelijke statistiek
Achter de kille cijfers van de kerkelijke statistiek gaan mensen schuil. Het feit dat ruim 300 mensen zich onttrokken zonder zich bij een andere kerk aan te sluiten betekent 300 maal verdriet. Soms voor de mensen zélf, veel vaker voor hen die achterblijven. Wat gaat er door ouders heen als hun kind de band met de kerk verbreekt? Tegenover de leden die vertrokken naar 'geen kerk', staan 53 leden die van buiten de kerk zijn overgekomen. In de regio's Alkmaar/Zaandam, Amsterdam/Haarlem, Den Haag en Harderwijk daalde het ledental, de regio Enschede/Zwolle bleef gelijk en de andere regio's groeiden. Hardste groeiers waren de regio's Noord-Nederland (+121) en Utrecht (+ 110). Dat het ledental van de NGK groeide komt door het kerkelijk grensverkeer. Er komen meer leden over uit andere kerken dan dat mensen vertrekken (+ 950/ - 631). Het meeste kerkelijke grensverkeer is er met de PKN (+ 371/ - 213) en met de vrijgemaakt Gereformeerde kerken (+ 220/ - 40). In totaal telden de Nederlands Gereformeerde Kerken 1 januari 2008 32.579 leden (een plus van 250 leden).

Groot en klein
Wat gaat achter al die namen en adressen schuil? Hoe functioneert een plaatselijke gemeente? Betekent een veelheid aan adressen ook dat een gemeente zeer actief is? Het blijft de buitenkant. De binnenkant onttrekt zich aan het blikveld van de lezer van het Informatieboekje. Vaak zijn onze kerken klein. De 91 kerken tellen ruim 32.000 leden (een 'gemiddelde gemeente' telt ongeveer 360 leden). Er zijn vijf kerken met meer dan 1000 leden: Kampen (2199), Bunschoten (1756), Ede (1316), Wezep (1293) en Houten (1189).
Een derde van de kerken heeft minder dan 200 leden. Dat brengt zorgen met zich mee. Kunnen de ambten nog wel vervuld worden? Kunnen we een predikant betalen? Hoe moet het met het jeugdwerk?
Bij de 31 gemeenten met minder dan 200 leden is alleen het aantal NG-leden genoemd. In een deel van deze plaatsen is echter sprake van nauwe samenwerking met een andere kerk (meestal CGK), waardoor de taken over meer schouders worden verdeeld. Er blijven echter kleine kerken over zonder plaatselijke samenwerking. Ze verdienen onze aandacht en ons gebed.

Grote steden
In Amsterdam was een wijk, die in de volksmond de 'orgelbuurt' werd genoemd. De huizen waren van Patrimonium, een christelijke woningbouwvereniging. De bewoners waren in de jaren twintig en dertig meestal Gereformeerd. Op zaterdag en zondag kon je gezinnen horen zingen bij het harmonium. Wie nu op zondagmorgen door zo'n wijk loopt, zal van dit beeld niets meer herkennen. Alleen al een blik op de naambordjes laat zien dat een complete cultuuromslag heeft plaatsgehad. Vaak zijn Nederlandse namen in de minderheid.
Dit tekent de positie van de Gereformeerde kerken in de grote steden. Het zijn ook de plaatsen waar een deel van onze jongeren gaat studeren. Er zijn nog altijd reformatorische kerken, maar ze zijn klein. Van de duizenden Gereformeerden in de oude wijken van Amsterdam, Den Haag en Rotterdam resteert nog maar een zeer klein deel. Ze wonen vaak in wijken waar de helft van de bevolking moslim is.
Gelukkig zien we juist daar verblijdende nieuwe initiatieven. Groei blijkt in deze wijken mogelijk. Maar ook deze kerken hebben de aandacht en het gebed vanuit de landelijke kerken hard nodig.

Plaatselijke samenwerking
Hoewel de synodes van CGK en GKv terughoudend zijn ten opzichte van kerkelijke samenwerking, zijn er plaatselijk steeds meer initiatieven tot onderlinge ontmoeting tussen NGK, CGK en GKv. In 35 gemeenten is sprake van samenwerking met de CGK, in elf plaatsen worden alle kerkdiensten samen gehouden. In zeven plaatsen is nauw contact met de plaatselijke GKv. In Zaandam worden alle kerkdiensten van NGK en GKv samen gehouden. In Alkmaar en Deventer worden regelmatig kerkdiensten belegd van CGK, GKv en NGK samen.

Genade broodnodig
We zijn een klein verband van kerken. Een verdwijnend klein aantal mensen in de grote samenleving. 'We moeten blijven bidden om Gods genade. Die genade hebben we allemaal broodnodig, tot de dag van de wederkomst van onze Heer', zo besluit ds. Compagnie zijn jaaroverzicht.

Naar aanleiding van: Informatieboekje 2008 voor de Nederlands Gereformeerde Kerken. Onder redactie van drs. L.G.
Compagnie. Een uitgave van Buijten & Schipperheijn Motief in Amsterdam.

Henk Algra is lid van de CGK/NGK in Alkmaar.

Ontwikkeling ledental sinds 1971
1971: 27.569 leden, 93 kerken
1978: 29.303 leden, 94 kerken
1988: 29.654 leden, 95 kerken
1998: 29.963 leden, 93 kerken
2008: 32.579 leden, 91 kerken

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief