Het graf van Calvijn

1981-05-01
  • Jaargang 25
  • nummer 17
In het Auditoire de Calvijn te Genève toont men U met enige trots "de" stoel van Calvijn en in de prachtige kathedraal vlakbij staat een vrijwel gelijke stoel, waarvan de gids eveneens graag vertelt, dat Calvijn die stoel - en vooral geen andere - tot het einde van zijn leven gebruikte. Och, waarom zou het niet waar kunnen zijn?
In de Rue Jean Calvin is in de gevel van het huis waar Calvijn tot zijn dood toe woonde een grote steen aangebracht, waarop het bijzondere van deze woning wordt omschreven, terwijl de bouwers van het bekende Reformatie-monument vanzelfsprekend ook aan Calvijn de nodige aandacht hebben besteed.
Als U echter in Genève zoeken gaat naar het graf van Calvijn wordt het moeilijker. Op het kerkhof van Plainpalais geen grote graftombe, geen grote zerk, geen enkele aanduiding waar het graf is. Zonder hulp van de "oppasser" vind je Calvijn's graf niet. Het graf van Calvijn is een eenvoudig graf.
Tegen de stam van een hoge boom aan een met laag groen begroeid graf met een hekje er om heen. En als je het groen met je handen wat wegdoet, zie je een kleine steen met de letters J. C.
Een eenvoudig graf voor een groot man.
Je ziet het vaak andersom: opvallende graven voor kleine mensen.
In Lukas 17 : 7-10 vertelt de Here Jezus aan Zijn discipelen het volgende verhaal (ik citeer de Willibrord Vertaling):

"Wie van u zal tot de knecht die hij in dienst heeft als ploeger of veehoeder bij diens thuiskomst van het land zeggen: Kom meteen aan tafel en tast toe? Zal hij niet eerder zeggen: Maak mijn maaltijdklaar, omgord je en bedien mij terwijl ik eet en drink, daarna kun je zelf eten en drinken?
Moet hij die knecht soms dankbaar zijn, omdat hij heeft uitgevoerd wat hem is opgedragen?
Zo is het ook met u: wanneer ge alles hebt gedaan wat u opgedragen werd, zegt dan: Wij zijn onnutte knechten; wij hebben alleen maar onze plicht gedaan."

Een preek om over na te denken.
Een preek recht op ons af.
Een preek om ons met beide benen op de grond te houden.
Een preek om ons af te halen van het platform waarop we ons zelf gezet hebben, omdat we misschien wat meer doen dan een ander in de kerk.
Een preek om ons te doen beseffen, dat, áls we misschien wat harder werken dan een ander - gewoon overdag maar ook 's avonds -, we toch nooit meer doen dan onze plicht.
Op rooms-katholieke kerkhoven in Zuid-Limburg staan veel grafstenen met het opschrift: Jezus barmhartigheid.
Jezus is barmhartig.
Dat is maar gelukkig.
Want hoe harder we werken, hoe meer fouten we maken.
Maar de Heiland is barmhartig en genadig en wil eenvoudigen gadeslaan.
En aan bet eind van ons leven op deze aarde komen we terecht in een graf, waar "geen denken en doen, geen kennis en wijsheid" meer is (Pred. 9 : 10).
In het graf loven we niet meer (Pr. 6 : 6), de doden prijzen God niet (Jesaja 38 : 18).
Aan deze dingen moest ik denken, toen ik het graf van Calvijn zag.
Ik, Calvinist.
U, Calvinisten.
We kunnen er iets van leren.
En eens gaat ook dit graf van Jean Calvin open, want de letters J. C. betekenen ook Jezus Christus.
Maar de argumenten van commissierapporteur Goudriaan - twijfelt aan de haalbaarheid, vooral op korte termijn; kortsluiting met wat de kinderen op veel christelijke scholen leren en met de geloofsbeleving van veel jongeren; en de waarschuwing dat in zo'n reformatorische bundel veel goede liederen uit het Liedboek vanwege de auteursrechten niet kunnen worden opgenomen - bleken voor de meeste afgevaardigden overtuigend.
De "gezangenkwestie" werd overigens nog niet afgerond. Over het commissieverzoek om de nog niet voltooide opdracht die de vorige Landelijke Vergadering deze commissie gaf - nl. het samenstellen van een aanvullende bundel - te mogen afmaken, werd nog niet beslist.
Diverse afgevaardigden pleitten ervoor om daarbij te zoeken naar mogelijkheden van samenwerking met de Christelijke Gereformeerde deputaten.
De commissierapporteur attendeerde de vergadering erop dat het in deze aanvullende bundel vooral gaat om nieuwe liederen - conform de bedoeling van Wezep - en om het opvullen van leemten in de Liedboek-selectie.

Tenslotte
-zal menigeen zich afvragen, waarom in de Liedboekselectie het inmiddels bij velen al bekende en geliefde lied 300 (Eens als de bazuinen klinken) niet is opgenomen.
-blijkt de uit 12 leden bestaande gezangencommissie een titanenwerk verzet te hebben door sinds de instelling begin 1979 vrijwel maandelijks (!) te vergaderen om de liederen uit het Liedboek te beoordelen.
-kon prof. Schuurman, één van de waarnemers naar de GOS in Nîmes, door verblijf in Japan de bespreking over deze zaak niet meemaken.
-vond de bespreking over de GOS plaats in aanwezigheid van dr Paul G. Schrotenboer, secr.-generaal van de GOS. (ds Van der Kwast: "Grote mannen mag je bij de voornaam noemen, maar wij zijn nog niet zover.") erkende deze in zijn toespraak tot de afgevaardigden dat de GOS "in een beslissende fase" van zijn bestaan verkeert.
-waren de Christelijke Gereformeerde deputaten vertegenwoordigd door ds K. Boersma en ds J. C. L. Starreveld.
-zullen op de volgende zitting, D.V. 30 mei aan de orde komen: de liturgische formulieren, de geestelijke verzorging van de militairen en het staartje van de gezangenkwestie.
-werkte de Landelijke Vergadering op zijn derde zittingsdag twee van de nog resterende 38 voorstellen en rapporten af, zodat er nog 36 ter afhandeling overblijven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief