Benedictus en zijn regels

1981-05-08
  • Jaargang 25
  • nummer 18
De Benedictus-tentoonstelling in de Pieters-abdij te Gent was vorig jaar een bezoek waard. Je kunt als protestant nog zoveel bezwaren hebben tegen kloosters en de wijze waarop mannen en vrouwen hebben gemeend God te moeten dienen achter gesloten muren, toch kom je onder de indruk als je leest, hoort en ziet van de toewijding waarmee velen zich op deze wijze aan God hebben gegeven.
Voor de ontwikkeling van het kloosterleven is Benedictus van Nurcia (geboren ongeveer 480 en gestorven in 547) van grote betekenis geweest.
Allerlei wonderverhalen rondom hem hebben in de loop der eeuwen geschiedenis gemaakt, we laten die nu maar rusten. Duidelijk is dat hij reeds als jongen van 14 jaar, toen hij in Rome op school was, de grote stad ontvluchtte vanwege het slechte gedrag van zijn medescholieren en de eenzaamheid zocht om zich zó aan God te kunnen wijden. Als anderen hem ontdekken wordt hij voor een heilige aangezien, hij verzamelt mensen om zich heen die hem als abt erkennen. Benedictus heeft in Johannes de Doper het bijbels voorbeeld van een monnik gezien. Bij Johannes gaat het immers altijd om de Heer Die ná hem komt, hij was de vriend van de bruidegom die de mensen naar de bruidegom zelf moest brengen.
In 529 werd het eerste klooster door Benedictus gesticht. Direct daarna begon hij met het samenstellen van de 'Regel voor monniken.
Als je deze handleiding voor het monnikenleven leest is het eenvoudig om kritische kanttekeningen te maken, maar het is wellicht beter voor jezelf om de gedachten van Benedictus 'eens rustig op je te laten inwerken, vooral omdat hij in zijn schrijven zo dicht bij de bijbel blijft. Hij heeft het niet alleen over het navolgen van Christus maar vooral ook over Christus Zelf.
Benedictus wijst er op dat monniken ikonen van vrede moeten zijn.
Het griekse woord ikoon betekent evenbeeld. Welnu, de monniken moeten als het ware Gods vrede uitbeelden, laten zien, de vredebrengers worden immers zalig gesproken (Matth. 5 : 9) en allen worden toch tot vrede geroepen (1 Kor. 7 : 15). In het klooster, huis van God, moet vrede heersen, voor ieder moet daar een plaats van rust zijn.
Het is de moeite waard iets van deze Benedictus te lezen, zijn heiligverklaring kunnen we dan rustig vergeten. Hij heeft de monniken van zijn dagen in ieder geval een stuk bijbelse wijsheid meegegeven waarvan de aktualiteit vandaag niet verdwenen is. Ik wil hier overnemen hoofdstuk 6 waar het gaat over de zwijgzaamheid.

'Laten wij doen wat de profeet zegt: "Ik sprak: mijn wegen zal ik bewaken om niet te zondigen met mijn tong. Ik heb bij mijn mond een wacht gesteld; ik heb niet gesproken, maar ben bescheiden geweest, en zelfs over goede dingen heb ik gezwegen". 1) Hier wijst de profeet erop, dat als men goede gesprekken soms terwille van de zwijgzaamheid moet achterwege laten, men dus zeker de slechte moet vermijden omwille van de straf die op de zonde volgt Daarom zal aan volmaakte leerlingen vanwege het groot belang van het stilzwijgen maar zelden verlof gegeven worden voor een gesprek, zelfs als het goede, heilige en vruchtbare gesprekken betreft.
Want er staat geschreven: "Bij veel spreken kan men de zonde niet vermijden? 2), en elders: "De tong heeft macht over dood en leven" 3).

Het citaat gaat nog verder, maar ik stop hier omdat de opmerking dat het de taak van de meester is om te spreken en de leerling dient te luisteren me niet zo aanspreekt.
Trouwens, ik zei het al, als protestant heb je moeite met alles wat met monniken en kloosters 'te maken heeft.
Maar van die toewijding aan God kunnen we als nuchtere gereformeerden wellicht nog wat leren.
Als we tenminste nog weten wat dat betekent: toewijding.

1) Ps. 39:2, 3; 2) Spr. 10:19; 3) Spr. 18:21.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief