Berthold Brecht: Is het christelijk geloof een ideologie?

1982-06-18
  • Jaargang 26
  • nummer 24
De bekende Duitse schrijver Berthold Brecht schreef in zijn boek “Kalendergeschichten" een korte anekdote "over de vraag of God bestaat". "Iemand vroeg aan meneer K. of God bestaat of niet. Meneer K. antwoordde: mijn advies aan u is: vraag u zelf eerst af of uw gedrag zou veranderen als u zou ontdekken wat het antwoord is. Zou uw gedrag veranderen? Als het niet zou veranderen - ongeacht het antwoord kunnen wij de vraag wel laten rusten.
Waarom zouden wij praten over een vraag, die uw gedrag niet zou veranderen? Maar als uw gedrag zou veranderen, kan ik u alleen nog maar behulpzaam zijn met te zeggen: u hèbt de beslissing al genomen, u hebt een God nodig!"

In deze kleine anekdote zitten alle punten opgesloten waarover ik vanavond zou willen spreken. *) Allereerst hebben wij de spontane neiging om Berthold Brecht bij te vallen. Is deze anekdote niet een satire op een verburgerlijkt christendom dat naar zulke vaste patronen verloopt en met zo'n eigen wetmatigheid dat het voortrolt als een trein, ook als zou blijken dat God helemaal niet bestaat. Het doet ons tegelijk ook ineens met schrik afvragen: waarin zou mijn gedrag veranderen als ik niet meer geloofde in God? Zou het veranderen? Het shockerende van deze vraagstelling wil ik dus wat mij betreft positief opvatten. Althans bij het eerste horen. Wanneer ik echter- in tweede instantie verder over deze anekdote doordenk, vallen mij een paar andere punten op, die ik vanavond breder en kritisch wil bespreken.
Twee dingen: het eerste is: als het geloof in God geen gedragsveranderende kracht heeft, kunnen wij het beter maar vergeten (laat dàn de vraag maar rusten). Ten tweede: àls het geloof in God bij iemand gedragsveranderende kracht hééft is dat op grond van een meestal verzwegen of onderdrukte behoefte. De laatste opmerking van Berthold Brecht in deze anekdote heeft daarmee iets gekregen van een dolkstoot in de rug. Wie door de kritische eerste vraag is heengekomen of het christelijk geloof zijn gedrag bepaalt krijgt achteraf de venijnige opmerking toegeschoven: also: du brauchst einen Gott. D.w.z.: je geloof komt alleen maar op uit een behoefte, ook al is die wellicht aan jezelf onbewust of door jezelf onderdrukt. Hier horen wij Freud. - Over dit laatste punt maar één opmerking - want ik zou vanavond breed stilstaan bij het eerste punt. Toch één opmerking over die veel voorkomende gedachte: wij geloven vanuit een behoefte: een bewering die op het eerste oog het waarheidskarakter ervan lijkt te ondermijnen.
Maar wat te zeggen van het volgende incident: "Toen Ezechiël Bulver vijf jaar was hoorde hij zijn moeder tegen zijn vader zeggen - toen deze de stelling verdedigde dat twee zijden van een driehoek samen Ianger waren dan de derde zijde: "oh, jij zegt dat omdat je een man bent".
"Op dat moment", zo verzekerde mij later de heer Ezechiël Bulver, "op dat moment flitste het plotseling door mij heen dat je een bewering helemaal niet naar zijn inhoud behoeft te weerleggen. Je neemt gewoon aan dat je tegenstander er naast zit en je verklaart psychologisch hoe hij tot die vergissing kon komen en de wereld ligt aan je voeten." Dit voorbeeld is van C. S. Lewis die dit “Bulverism" noemt (in God in the Doek, p. 273). Hij wilde ermee zeggen, dat ieder die beweert dat het christelijk geloof uit een behoefte voortkomt, daarmee nog niets gezegd heeft over het waarheidskarakter ervan. Stel je voor dat ik een verdrongen maar onblusbaar verlangen naar geld heb en dat ik tegelijk de bewering doe dat ik twee miljoen op mijn bankrekening heb staan, dan is deze laatste bewering door een nadere analyse van mijn behoefte niet weerlegd, noch bevestigd.
Het enige wat uitsluitsel geven kan is een nader onderzoek bij de bank. C. S. Lewis zegt: 'Wij vinden vandaag overal de onzichtbare gestalte van Ezechiël Bulver . Ik dacht ook in deze anekdote van Berthold Brecht.

Maar nu terug naar de eerste stelling die wij uit de anekdote hebben afgeleid, nl. het geloof in God heeft alleen zin als het mijn gedrag verandert. Wonderlijk genoeg lijkt het alsof rechts en links het vandaag over déze stelling eens zijn. Ik denk bij rechts aan bijv.: het Amerikaans beïnvloede evangelisch christendom en ik denk (alleen op het vlak van de theologie) aan links bijv. aan prof. H. Kuitert. Voor rechts voer ik een man ten tonele, voor wie ik overigens veel respect heb, die al jaren geleden een boek geschreven heeft met de titel: "De kracht van het positieve denken".
Vincent Norman Peale. Hij begint zijn boekje met het verhaal van de zakenman. Een zakenman komt om raad bij zijn dominee. De dominee luistert naar zijn klachten: stress, gevoelens van minderwaardigheid, depressies. Als hij alles heeft aangehoord neemt de ds een pen en een papier en alsof hij de dokter was schrijft hij een recept op het briefje - hij overhandigt het aan de zakenman en zegt: ga heen, neem het dagelijks drie keer in en je zult volkomen genezen! De zakenman kijkt op het brieftje en leest: "Ik vermag alle dingen door Christus, die mij kracht geeft" Phil.
4 : 13. Dat is alles. Toen de dominee zag dat de zakenman deze woorden niet kende hielp hij hem die tekst 3 maal opzeggen en zei toen: herhaal dit woord 3 x per dag - en steeds als je je down voelt en het zal zijn werking doen. Een paar maanden later kwam de zakenman terug: hij was volkomen genezen. Hij zei: ik ben weer helemaal in evenwicht. Bedankt!
Dit voorbeeld laat iets zien - op een overdreven manier wat in rechts evangelische kringen vaker voorkomt nl. de vraag naar de waarheid van het geloof wijkt geheel weg achter haar praktisch nut: haar gedragsveranderende kracht. Op dit punt zullen de theologen van links rechts wel bijvallen. Zo omschrijft prof. Kuitert de godsdienst als een soort landkaart die de mens moet helpen om zijn weg te vinden door een onbekend land en die hem de mogelijkheid biedt de wereld te veranderen. Van het christelijk geloof zegt hij: "het is niet het laatste woord over God, maar hopelijk wel een woord over God, dat zichzelf bij de mensen aanbeveelt omdat het een woord is waar onze mensheid proefondervindelijk wèl bij vaart als ze ernaar luistert" (Zonder geloof vaart niemand wel, blz. 109). In de vraag naar de waarheid van het christelijk geloof wordt ook hier het zwaartepunt verlegd naar de gedragsveranderende kracht - het er wèl bij varen!

Het is eigenlijk een zeer riskant ondernemen om tegen deze manier van denken protest aan te tekenen. Want zij lijkt zeer overtuigend. Wat heeft het christelijk geloof voor zin - en hoe kan ik er ooit in geloven als het niet mijn gedrag (mijn gedrag, zegt "rechts" individualistisch - of ons gedrag zegt links socialistisch) verandert? Toch zou ik hier vanavond wat breder bij willen stilstaan. In de praktijk blijkt deze benadering nl. te leiden tot Bulverisme nl. een totale interesseloosheid als het gaat om de vraag naar de waarheid van Goden een neiging om - nu zeg ik het heel grof: het geloven in God ondergeschikt te maken aan iets anders nl. mijn eigen praktische doeleinden - of ónze gezamenlijke praktische doelen.

Hier kom ik nu tenslotte pas bij mijn onderwerp terecht, nl. de vraag: is bij bovengenoemde benadering het christelijk geloof niet een ideologie geworden? Waarschijnlijk weet u dat dit de hoofdkritiek is van het marxisme öp het christelijk geloof. Marx heeft de basis gelegd voor die kritiek. Lenin heeft het voor het eerst met evenzoveel woorden gezegd: het christendom is een ideologie. Dat zei Lenin zonder iets denigrerends. Hij zei er tegelijk bij: ook het marxisme is een ideologie. Op dit punt staan het christendom en het marxisme niet vèr van elkaar. Alleen: het christelijk geloof is een onbruikbare ideologie geworden omdat het zich verbonden heeft met de heersende klasse. Darmee werd het christelijk geloof een instrument in de hand van de bezitters en de machthebbers om er de niet-bezitters en onderdanen mee te onderdrukken! Daarom hebben wij een nieuwe ideologie nodig.
Wat hebben wij op deze benadering te zeggen? Daarvoor wil ik eerst iets breder stilstaan bij wat een ideologie IS en daarna welke redenen ik heb om te ontkennen dat het christelijk geloof een ideologie is.

*) Dit is een lezing gegeven voor studenten van de Kunstacademie te Kampen op 8 juni 1982.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief