Zonder werk (2)
1982-06-18
De vorige keer heb ik iets verteld over mogelijke negatieve reacties op het ontbreken van werk hetgeen vaak uitloopt op een stresssituatie.- Jaargang 26
- nummer 24
• Deze keer wilde ik het allereerst hebben over mogelijke negatieve reacties op deze stresssituatie, waarna nog iets gezegd wordt over pastoraat, ethiek en diaconaat.
Enkele veel voorkomende voorbeelden:
A) Woede/agressie
Op z'n minst is er een flinke toename van prikkelbaarheid. Soms wordt men overgevoelig voor de meest onbenullige zaken. Het is mijn persoonlijke ervaring dat er bij de meeste werkzoekenden onder de oppervlakte een grote woede heerst; men voelt zich uitgestoten, uitgerangeerd en afgekocht met een cheque. Men wil helemaal geen geld, men wil wèrk. Niet omdat het arbeidsethos van werkzoekenden zo hoog is - net zo min als dat bij betaald werkenden het geval is - maar men wil er weer bij horen, meedoen, enz. Men voelt zich afgekocht met een uitkering, opgeborgen.
Men wordt ook geacht op grond van de uitkering weinig of niets te doen. Ik kom daar nog op terug.
De woede blijft verborgen, want men voelt zich te onmachtig om er iets mee te doen. Je ziet het wèl als men nog enige hoop heeft; bijv. ingeval van een dreigende sluiting wordt het bedrijf bezet. Maar een demonstratie van werkzoekenden zul je niet snel zien, hoofdzakelijk, omdat men er niets van verwacht. Bovendien is er onderling nauwelijks contact en tot een paar jaar terug kon je niet eens lid van een vakbond worden als werkloze.
De agressie i.v.m. de werkloosheid zien we vooral onder jongeren in hun muziek en hun kleding en gedrag; de zgn. kleine criminaliteit, zoals het slopen van telefooncellen, vechtpartijen op de tribunes, enz. Niet dat hier "hoop" de drijfveer is, maar men heeft niets meer te verliezen en kan zich niet langer beheersen. Het is een "nu of nooit", een "alles of niets". Het ligt in de sfeer: "als ik niets krijg, pak ik het zelf wel en daarmee uit." Het is een vorm van agressie die niet ver verwijderd is van apathie.
B) Apathie
De neiging tot isoleren komt tot een dieptepunt. Men gaat het huis niet meer uit, ontplooit geen enkele activiteit meer om werk te vinden (wat wil je, na 60 sollicitatiebrieven?!), of om contacten te leggen en een doodvermoeiend gevoel van nutteloosheid en overbodigheid maakt zich langzamerhand van je meester. Alle jargon van het welzijnswerk ten spijt. "Politiek" wordt in deze situatie een gegeven dat het meest ver van de persoon af komt te staan als ook maar denkbaar is. Toen ik als groepsleider op een chr. vormingscentrum voor werk(zoek-)ende jongeren werkte was het thema "politiek" dan ook veruit het minst populair en dat had o.a. hier mee te maken.
C) Verdringing
Men wil niet meer aan de nare situatie herinnerd worden en doet eigenlijk net alsof er niets aan de hand is. Men leeft in een verborgen kramp waarin het goedlachse gezicht met psychisch geweld wordt opgehouden. Natuurlijk worden alle situaties vermeden die enigszins aan het werkloos zijn herinneren. Het pastoraat kan het in deze situaties erg moeilijk krijgen, want de pastor zelf wordt met zijn bezoek als hinderlijk ervaren: "er is toch immers niets aan de hand?" Tot het moment, dat men het niet langer meer voor zich uit kan schuiven.
D) Illusie
Je gaat valse voorstellingen maken over de situatie en de vooruitzichten. Iemand komt maar zeer moeizaam tot een bepaalde afspraak op een doordeweekse dag, "want dan heb ik waarschijnlijk al weer werk", terwijl men al acht maanden aan het zoeken is. Dit is erg moeilijk te doorbreken en het is ook niet altijd verstandig het te doen.
E) Compensatie
Men zoekt bevrediging van andere behoeften die wèl realiseerbaar zijn. Een negatief voorbeeld: veel eten en drinken. Een positief voorbeeld: meedoen aan allerlei activiteiten, als dat mogelijk is, of een artikel schrijven, zoals ik nu doe - dank zij het feit dat het me gevraagd is door de redactie.
• Pastoraat
De reacties die zojuist beschreven zijn, hebben vaak tot gevolg, dat men moeilijker bereikbaar is voor enige vorm van hulp. Vaak wordt over het werkloos zijn pas gesproken, als er inmiddels al weer werk gevonden is. Het minste of geringste wekt nu een afwerende irritatie op en hoe sterker de negatieve reacties zijn, des te kleiner wordt daarmee tevens de kans op het vinden van (betaald) werk.
Het is in ieder geval erg belangrijk er samen al vroegtijdig open over te praten, misschien al voor het zo ver is. Vooral bij mensen die tegen hun pensioen aan zitten te kijken is dit uiterst belangrijk. Vaak is alleen al het aanhoren van "het verhaal" voor de ander reeds meer dan voldoende en bovendien hoort hij/zij via het verhaal aan die ander ook weer zichzèlf, wat hem/haar weer kan helpen het één en ander op een rij te zetten, zodat het allemaal wat minder chaotisch wordt.
Het relativeren van betaalde arbeid heeft meestal geen enkel effect voor de ander. Verstandelijke argumenten helpen niet, tenzij er duidelijke verkeerde ethische uitgangspunten aanwijsbaar zijn. Waar hij meer behoefte aan zal hebben is een onderzoek naar wat hem zo bevredigde in z'n werk, wat hij daarin van zichzelf kwijt kon (b.v. leiding geven, organiseren, etc.) en hoe hij dat op een andere wijze weer zou kunnen vinden.
Veel van het handelen van de pastor/ ouderling/ diaken/ contactzuster/ broeder of zuster, hangt af van wat betrokkene zelf wil. Wil de ander met rust gelaten worden, dan lijkt me dat het honoreren waard. Ook al die zgn. "negatieve reacties" hebben een bepaalde functie in iemands leven; ze helpen de ander om stand te houden, zich te handhaven en het is lang niet altijd legitiem, zinvol en haalbaar dit af te breken, want wat is tenslotte het alternatief? Beter is het samen te zoeken - als de ander daarom vraagt - naar haalbare alternatieven zodat bovendien de negatieve reacties vanzelf wegvallen.
Zinvoller is het tevens om ten hoogste bepaalde reacties te "ontmoedigen". Een voorbeeld. Het is èrg belangrijk dat betrokkene zijn bestaande contacten en het dagritme vasthoudt. Nu, als beiden al bestonden terwijl men nog werk had, dan is het nu "alleen" een kwestie van welbewust in stand houden. Haalde je voorheen iemand op, als je naar bijbelstudie ging, dan blijf je dat nu welbewust doen. Had je regelmatig bepaalde afspraken, dan wordt dit zeer zeker voortgezet. Je geeft de ander dus niet teveel ruimte om zich terug te trekken.
Ethiek
Pastoraat en diaconaat kunnen en willen m.i. niet zonder een bijbels doordachte ethiek omtrent arbeid en vrije tijd. Het geeft aan beide kleur en richting. De reden waarom ik het hier alleen maar aan de orde stel is vooral gelegen in de grote behoefte die er bestaat aan een opnieuw doordachte ethiek, over (betaalde) arbeid, in de huidige maatschappelijke situatie en de nabije toekomst. (Denk hierbij aan de mogelijke massale opkomst van de chips.) Gaarne wil ik hieronder enkele aandachtspunten en vragen voorleggen.
• Hoe is onze waardering van onbetaalde arbeid t.o.v. betaalde arbeid. Is onderscheiding hier niet het hoogst denkbare verschil?
• Is het geen winst voor een samenleving als de techniek onmenselijke arbeid uit handen neemt en de mens nu onbetaalde, humane en misschien ook zinvollere arbeid kan verrichten, op basis van een overheidsfinanciering welke mogelijk is met behulp van diezelfde techniek?
• Geldt het (toekomstige) "recht op bezigheden'; niet voor zowèl werkzoekenden, als ook bejaarden, "arbeidsongeschikten", e.d.?
• Horen arbeid en vrije tijd niet een groot aantal van dezelfde elementen te bevatten? Hoort bijv. in de arbeid niet ook rust, spel en humor thuis en in de vrije tijd actie, doelgerichtheid en ernst?
• Wat betekent naastenliefde als het gaat om herverdeling van betaalde en onbetaalde arbeid?
Tot slot nog iets over arbeid in bijbelse zin. Vaak wordt het motief tot arbeiden teruggebracht (formeel althans) tot de zgn. "cultuuropdracht" uit Genesis. Maar is dat niet te moralistisch?
Deze "opdracht" geeft ten hoogste de waardering aan (door God) van het arbeidend bezig zijn, maar zegt nog niet veel over de zin en de inhoud. Mijns inziens ligt dat wel besloten in het "beelddrager Gods" zijn van de mens: De mens laat namelijk in zijn creatieve arbeid zien dat hij "beelddrager" van God is; in zijn creatieve handelen lijkt hij op z'n Meester, dé Schepper. Want een dier kan niet scheppen; een merel bouwt nog op exact dezelfde wijze een nest als duizend jaar geleden. Dáárom is m.i. de spreukendichter zo fel op de luiaard. Vanuit dit gegeven vallen mijns inziens de strakke omheiningen rond betaald werken, vrije tijd en "vrijwilligerswerk" grotendeels weg. Misschien dat anderen hier met het oog op de maatschappelijke ontwikkelingen op door willen gaan in de publieke bezinning binnen onze kerken.
Diaconaat
• Diaconaat kan eigenlijk alleen verricht worden vanuit een vertrouwensrelatie en dier behoort en kan ook latent aanwezig zijn, zonder dat er veel gebeurd is tussen twee mensen.
Om die latente vertrouwensbasis te leggen is het zinvol van b.v. alle jongeren in een gemeente te weten wanneer zij in een jaar afstuderen en te reageren op hun slagen of zakken met een persoonlijk bezoek door de diaken. Ook kan de diaken jaarlijks een handzaam stuk schrijven in het kerkblad voor schoolverlaters. Het ministerie van sociale zaken heeft zoiets met de titel: "tips voor schoolverlaters". Dergelijke bezigheden zijn zowel preventief als wel dat ze ook uiting geven aan een (vooraf) geïnteresseerd zijn in elkaar. Maar niet iedereen zal direct de zin van zo'n stukje zien in het kerkblad.
Ooit heb ik zelf eens als maatschappelijk werker naar een evangelisch jongerenblad een dergelijk stuk opgestuurd, maar het werd niet geplaatst "omdat het te praktisch was".
• Het bevreemdt me nog steeds bovenmate, dat verreweg het meeste huisbezoek alleen geschiedt aan de ouders van jongeren en zelden aan de jongeren individueel of groepsgewijs. Tenzij iemand op kamers woont. Mijns inziens is het ten zeerste aan te raden, dat zowel ouderlingen als diakenen op huisbezoek gaan naar alle leden van de gezinnen. Dit lijkt me èn de juiste houding, èn het meest preventief èn het meest effectief als het gaat om de drempels naar de ouderlingen en diakenen te verlagen, want die zijn erg hoog.
• Kent de diaken in zijn omgeving een instantie welke kan helpen bij een beroeps- of studiekeuze.
Naast het arbeidsbureau met z'n jeugdconsulent zijn er overal in het land "instituten voor studie- en beroepskeuze begeleiding". En deze hulp kan al vanaf de lagere schoolperiode worden geboden.
• Bestaande boeken tafels en lectuurbakken kunnen worden uitgebreid met voorlichtingsmateriaal omtrent werken, werkzoekend zijn en studeren. Goede, beschikbare voorlichting betekent in veel opzichten een grote winst.
• Is het de diaken bekend welke chr. instelling in de nabije omgeving met vrijwilligers werkt en heeft hij hierover wel eens iets geschreven in het kerkblaadje?
• Kan de catechisatie niet "ondersteund" worden met persoonlijke en maatschappelijke problemen?
Bijv. rond werkloos zijn, of studie- en beroepskeuze?
• Op veel formulieren staat nog vaak "beroep/ studie". Getuigt het niet van meer maatschappelijk inzicht en persoonlijke betrokkenheid dit te veranderen in "werk/werkzoekend/studie"?
Überhaupt is het wenselijk het woord "werkloos" in onze taal te vervangen met "werkzoekend".
• In onze (beginnende) gesprekken vragen we niet zelden: "wat doe je/ doet U?" Dit is een nogal gesloten en soms bedreigende vraag (als je niet deelneemt aan het commerciële arbeidscircuit).
Het is misschien realistischer aan een nog onbekende te vragen: "heb je soms ook werk of studie" (... of ben je nog aan het zoeken"). Het levert qua inhoud van gesprek ook meer op, want de ander voelt zich uitgenodigd zijn/haar specifieke situatie te beschrijven, zonder dat er in de vraag zelf al een oordeel lag opgesloten: "werk óf studie" (m.a.w. "je doet toch wel iets!).
• Een werkzoekende stelt het niet altijd op prijs om te moeten vertellen, dat hij "nóg" geen werk heeft. Persoonlijke meelevendheid zou vorm kunnen krijgen - op z'n minst - in het onderhouden van het voorheen bestaande contact (dit is helaas geen vanzelfsprekendheid), in het helpen zoeken naar (betaald) werk, in het informeren naar persoonlijke zaken zonder specifiek het "werkloos zijn" aan te roeren, het meeleven met wat de ander eventueel wèl doet, bijv. in kerkelijk werk of ander vrijwilligerswerk.
Het kan van belang zijn te beseffen dat de directe omgeving van de werkzoekende het minstens even zwaar heeft met de situatie of zelfs zwaarder. Omgekeerd kan net zo goed voorkomen, namelijk dat de omgeving het erg gemakkelijk neemt. Het fijnste zou zijn, als zowel de persoon in kwestie als zijn directe omgeving er wat fijns van kunnen maken en zelfs tot "genieten" kunnen komen. Vreemd en ernstig is het eigenlijk dat de omgeving van je verwàcht dat je eronder lijdt; je m6et eigenlijk toch wel lijden. Zodoende komt men vanuit (aangepraat) schuldgevoel zelden of nooit tot genieten.
• Het is uiterst zinnig bekendheid te geven in b.v. kerkbladen aan projecten die met vrijwilligers werken. Minder wenselijk is het om direct deze mogelijkheid persoonlijk aan te bieden, want hoe moet die ander zijn eventuele weerzin t.o.v. het aangebodene "rechtvaardigen"?
• In de prediking en het gebed wordt vaak gesproken over "als we maandag weer naar ons werk gaan", terwijl men dan onbedoeld een grote categorie over het hoofd ziet. Is het niet bijbelser het woord "werk" te vervangen met "taak": "als we morgen onze taak weer opnemen" (even stiekum vergetend dat die van huisvrouwen ook op de zondag doorgaat ... ).
Is het de diakenen bekend hoeveel "niet-actieven" er zijn in de gemeente?
• Tot slot nog dit. De Stichting Bejaardenzorg Patrimonium in Groningen heeft in haar tehuizen een nieuwe arbeidsstructuur geschapen, wat inhoudt dat nieuwe werknemers per week niet meer kunnen werken dan 32 uur. Maar aangezien een ieder geregeld ook in het weekend moet werken krijgt men uiteindelijk betaald als ware het 36 uur. De financiële schade is daarmee gehalveerd. Deze opzet heeft ertoe geleid dat er nu meer mensen in dienstverband kunnen worden aangetrokken en dat lijkt me grote winst. Dit project is beschreven in de Podiumrubriek van Trouw, van zaterdag 23 jan. 1982.
Misschien dat enkele ouderlingen daar een bezoek kunnen brengen en er in Opbouw verslag van kunnen doen, aangezien er geregeld diaconieën deelnemen in allerlei tehuizen, inrichtingen, e.d. en dit model eventueel kan worden overgenomen.
• Bij het vrijkomen van een vacature is het zeer zinvol om uit te zien naar een sollicitant welke langdurig werkzoekend is. Te vaak worden nog sollicitanten betrokken uit het circuit van betaald werkenden. Stelt men langdurig werkzoekenden aan dan betekent dit een snellere roulatie van de werkloosheid over een bredere groep uit de bevolking.
• Misschien dat een instelling als "Anno '70" (ik houd het maar bij deze naam) de speelruimte krijgt om te onderzoeken welke mogelijkheden er binnen onze kerken zijn (en daarbuiten) voor vrijwilligerswerk en dat ze dit zowel aan individuele belangstellenden als aan plaatselijke kerken doorspeelt, opdat men er óf aan kan deelnemen óf het model in eigen kerk kan overnemen, want we gaan mijns inziens nu een tijd tegemoet waarin het aantal mensen zonder bezigheden enorm zal toenemen. Hoe zinnig het "bestrijden" van werkloosheid ook is, het moet ons alleen niet gaan verlammen en wat me nog belangrijker lijkt, het moet onze horizon niet gaan vernauwen, want dan zien we enorme mogelijkheden over het hoofd. Mogelijkheden die wel eens uiterst waardevol voor de kerk zouden kunnen zijn in haar dienstvaardigheid naar binnen en naar buiten. Beseffen we wel voldoende wat een gigantisch potentieel aan talenten, opleidingen, man- en vrouwkracht er ligt te "wachten"?! Hoeveel kerkelijk werk in apostolaire en diaconale zin zou er niet méér gedaan kunnen worden, terwijl de vrijwillig(st)ers zèlf tegelijkertijd aan bezigheden worden geholpen? Hoeveel vrijwilligersbewegingen die evangelisatiewerk doen zouden niet met een wat andere aanpak meer kunnen doen met b.v. werkzoekenden. Het vraagt wel zowel binnen als buiten de kerk redelijk goed onderzoek en een wat andere organisatie en goede coördinatie. Bovendien zitten we nog met een W.W.-wetgeving uit de tijd van de hoogconjunctuur waardoor zéér veel bezigheden voor werkzoekenden letterlijk "verboden" zijn, met het argument "je krijgt toch geld?!" Natuurlijk bestaat er zoiets als concurrentievervalsing, maar de marges zijn veel en veel groter dan de wet suggereert. Gelukkig krijgt dit probleem nu wat minimale aandacht.
Maar binnen de kerk is er wat dat betreft veel werk aan de winkel; goed onderzoek aan behoeften en mogelijkheden; heroriënteren op bestaande structuren: moet alles 's avonds en in het weekend gebeuren? en goede coördinatie en het geregeld uitwisselen van informatie, want het is nog pionierswerk. Dit alles in het belang van zowel de mensen die lijden vanwege een gebrek aan bezigheden als de kerk in haar apostolaire en diaconale taak.
Hoe actiever een kerk van zichzelf al is, hoe overtuigender het voor de buitenwereld is als zij zich "ineens" realiseert hoe zij werkzoekenden in haar werkzaamheden kan opnemen. Anders kan het een bijsmaak gaan krijgen die terecht averechts werkt. Het gaat niet om dienst aan "de kerk", maar om dienst aan het dienend handelen ván de kerk; men helpt bij het helpen = catechese, evangelisatie, diaconaat, e.d.
• Youth with a Mission in Amsterdam heeft sinds kort het zgn. "Reverse Project" hetgeen inhoudt dat men christenen die geen bezigheden hebben wil gaan inschakelen in allerlei kerkelijk werk. Dit lijkt me uiterst belangrijk pionierswerk, waar we veel van kunnen leren.
Aanbevolen vakliteratuur
• Werk en werkloosheid door prof. dr P. J. Roscam Abbing - J. N. Voorhoeve, Den Haag.
• Op zoek naar medewerkers door F. N. M. Nijssen - Boekencentrum.
• Welzijn zonder werk. N.I.M.A.W.O. – Den Haag.