Is het Christelijk geloof een ideologie? (2)

1982-06-25
  • Jaargang 26
  • nummer 25
A. Wat is een ideologie
Het woord wordt afgeleid van "idee" en "ideaal". Zonder ideeën en idealen kan er ook nooit een ideologie komen. Ideologieën leven bij de gratie van het bestaan van ideeën en idealen.
De eerste, filosoof die zich bezig hield met Ideeën was Plato. Hij kon niet geloven dat deze wereld die wij zien en waarnemen de ware, enige en werkelijke wereld is. Hij zei: er is een wereld van ideeën - en die wereld is de ware wereld .waarvan onze wereld maar een zwakke afschaduwing is.
Latere denkers zeiden: wat hebben wij aan het geloof in een wereld van ideeën als wij deze ideeën niet ook zelf mogen toepassen op de ons omringende wereld.
Een idee dat wordt toegepast op onze wereld is een ideaal. Een idee hangt in de lucht, maar zodra iemand zegt: dit idee moet worden toegepast - hier en nu - dan wordt zijn idee een ideaal.
Dit gebeurt dagelijks: de grote bouw ondernemingen in ons land gaan op dit moment door een moeilijke tijd. Nederland is volgebouwd. Plotseling krijgt een directeur van een groot bouwbedrijf de idee: maar Saoedi-Arabië dan: daar is nog niets gebouwd - dat is een idee! Toegepast op de realiteit van hun bouwbedrijf wordt het tot een ideaal zodra het bedrijf naar wegen gaat zoeken om hun product in S.-A. àf te zetten.
Maar nu het beslissende punt van mijn betoog: dit ideaal wordt onderdeel van een ideologie zodra het bouwbedrijf ertoe overgaat om alle bestaande middelen in dienst te zetten van dit éne ideaal.
Zo komt er een advertentiecampagne waarin gezegd wordt dat de Nederlanders de beste bruggenbouwers zijn ter wereld - en dat de Hollandse know-how - ja sterker nog het ras van de Hollanders op dit gebied superieur is - ja zegt er zelfs één: dat komt alles omdat Nederland het uitverkoren volk van God is - of dat goede reclame is voor Nederland in S.-A. weet ik niet - maar ik noem nu zulke dingen allemaal op een rij om duidelijk te maken dat dit bouwbedrijf op een gegeven moment alles: techniek, ethiek, moraal en zelfs religie in dienst stelt van dat éne praktische doel, nl. het scheppen van een markt in S.-A. Nu, op het moment waarop dit alles zich ontwikkelt zien wij de groei van een ideologie. Een ideologie is daarom te definiëren als: 'n systeem van metafysische morele en technisch-wetenschappelijke opvattingen, die zijn geschapen om een praktisch doel te dienen. Om het in een beeld te beschrijven - dat ik prof. Goudzwaard heb horen gebruiken: - het praktische doel is als het ware de locomotief - en alle andere waarden en waarheden zijn als wagons gehangen aan die éne locomotief. Ze moeten die locomotief van brandstof voorzien, volgen en dienen. Dat geldt van alle waarheden - ook van de morele, aesthetische of religieuze waarheden. Ze worden binnen een ideologie pasklaar gemaakt om in die wagon te passen die achter déze locomotief moet rijden. Dat verandert de waarheid in de wagon niet van substantie wèl van snit. Er wordt afgesneden wat voor deze wagon achter déze locomotief niet past. Ik heb iemand eens horen zeggen: het verschil tussen een kop koffie en een glas cola is nagenoeg nihil.
Beide bestaan voor 99,9% uit water: H20. Maar het verschil tussen beide is toch enorm en dat wordt
aan het water gegeven door dat kleine beetje koffie. Op gelijke wijze is de waarheid binnen en buiten een ideologie nagenoeg dezelfde. Toch is de smaak ervan enorm verschillend.

Om een paar voorbeelden te geven:
1. Toen dr Peale aan de zakenman de tekst meegaf uit Phil. 4 gaf hij hem de waarheid mee. Op gelijke wijze als Paulus die neerschreef. 99,9% van de waarheid in de mond van Paulus en van dr Peale was gelijk. Toch is er een enorm verschil. Want in Paulus' mond is dit woord de waarheid van God, ook als dit woord u nooit van enige hulp zou zijn bij het verkrijgen van uw evenwicht. Maar dr Peale gaf het aan de zakenman om het te gebruiken voor een praktisch doel nl. het herkrijgen van zijn evenwicht. Dat noem ik een ideologisch misbruik van het christelijk geloof.

2. Het tweede voorbeeld is uit de wereld van de politiek: als een Zuid-Afrikaan die voor de apartheid is, het hoofdgebod citeert: u zult uw naaste liefhebben als uzelf, dan is dàt de waarheid.
Maar in zijn mond klinkt het totaal anders dan in de mond van Buthulezi. De een schakelt het in voor een hoogst praktisch doel - en zegt bijv.: dus moet ik mijzelf ook liefhebben, dus moet ik waken voor mijn Afrikaanse identiteit... De ander daarentegen laat het staan als waarheid die zelfs mijn hoogst praktische politieke doeleinden te boven gaat! en de norm stelt (zie verder B. Goudzwaard "Genoodzaakt goed te zijn", blz. 40 e.v.).

B. Waarom?
Nu tenslotte mijn tweede en laatste hoofdpunt, nl. de vraag waarom christenen ten alle tijde moeten opstaan en weigeren het christelijk geloof een ideologie te noemen. Waarom? Ik omschreef een ideologie als een systeem van middelen en waarheden dat bewust of onbewust toch in dienst staat van een voorbedacht praktisch doel. Wie die omschrijving nader beziet moet toegeven dat het vooropgezette praktische doel - overal waar dit in de vorm van een ideologie voorkomt - hoger staat dan welke waarheid ook die deze "locomotief"
moet volgen. Het is om het even welk praktisch doel het ook is - Zeker: het is schrijnend en overduidelijk in het geval van Hitler die het ontstaan van een groot Germaans Rijk tot zijn enige en laatste doel maakte. Maar wezenlijk geldt dit ook voor edele doelen, zoals het hervinden van het persoonlijk evenwicht - of sociale gerechtigheid. Zelfs de schoonste idealen waar een mens van kan dromen worden binnen een ideologisch raam zó belangrijk en nu komt het: dat alle schoonheid, alle middelen - ja zelfs God daaraan ondergeschikt moeten worden gemaakt. De verabsolutering van de middelen en de ombuiging van normen zijn direct het gevolg. Hier nu ligt het protest van een christen. Welk ideaal het ook is, het wordt een idool, zodra het in het kader komt te staan van een ideologie. Het eerste gebod voor iedere Jood en christen blijft: Gij zult geen andere goden voor Mijn angezicht hebben. De God van Israël zal nooit die ondergeschikte positie accepteren.
Er is een situatie in één van de evangelieën (Johannes 6) dat Jezus de menigte heeft gevoed: 5000 mannen + vrouwen en kinderen, maar als zij de dag daarna tot Hem komen dan zegt Hij tot hen: Voorwaar, voorwaar Ik zeg u, u zoekt Mij niet omdat u tekenen gezien hebt, maar omdat u van de broden gegeten hebt en verzadigd. zijt. Werkt niet om de spijs die vergaat, maar om de spijs die blijft tot in het eeuwige leven, die de Zoon des mensen u geven zal (6: 26 e.v.) en toen zij antwoordden: geef ons dàt brood, zei Hij tot hen: Ik ben het brood des levens." Dit schriftgedeelte leert ons niet dat eten en te eten hebben onbelangrijk is, integendeel. Jezus had er zich voor ingespannen het hen te geven. Hij werkte, bij wijze van spreken, dag en nacht om al die praktische doelen voor hen te verwerkelijken die van zoveel gewicht zijn voor de mensen: genezing en gerechtigheid en vrede enz.
Maar - wat Hij wilde was dit: dat de mensen door deze gaven die Hij hen gaf, zouden komen tot de erkenning van Zijn liefde - en de liefde van Zijn Vader. De gerealiseerde praktische doelen zijn hier als het ware vensters, die hen het juiste inzicht geven in God. Tekenen noemt Jezus dat. Toen de schare dàt niet begreep zei Jezus tot hen, verwijtend: jullie zoeken de gaven, maar niet de Gever. Waar dat gebeurt worden mensen als honden: een hond geef je een stuk vlees en hij rent ermee weg zonder verder tot de gever op te zien.

De Heer wil gezocht en bemind worden bóven Zijn gaven - om wie Hij IS in zichzelf. Daar ligt van oudste tijden af aan het menselijk falen. Mensen hebben Hem meer gezocht om zijn hand dan om zijn hart! Daar ligt de kern van alle afgodendienst, en wetticisme en judaïsme.
Vandaag in een nieuw gewaad: het christendom als ideologie. Het praktische doel verandert in een idool, zodra het losgemaakt wordt van het eerste en grote gebod: Gij zult de Here uw God liefhebben boven alles.

Tenslotte kunnen twee voorbeelden uit de bijbel dit nog nader verduidelijken. 1. O.T. 1 Samuël4. In dat hoofdstuk wordt beschreven hoe Israël bedreigd wordt door de Filistijnen. Zij vallen Israël binnen en dreigen Jeruzalem in te nemen. De Filistijnen staan in het O.T. model voor de vijanden van God. Dus wat gebeurt? Natuurlijk trekt Israël erop uit om ze te verslaan: op zich een geoorloofd en goed praktisch doel. Maar wat gebeurde?
Halverwege de strijd bemerken ze dat ze aan de verliezende hand zijn - en dan doen ze iets wat in iedere ideologie ook gebeurt: zij nemen de ark, d.i. het bewijs van Gods aanwezigheid en zij gebruiken die ark op een mechanische manier om zich van de overwinning te verzekeren. Maar terwijl zij dat doen maken zij in feite de Here zelf ondergeschikt aan hun op zich goede doel en dan geeft de Here hen een les: de ark wordt buitgemaakt en Israël verslagen. Zo leert de Here hen zijn openbaring nooit ondergeschikt te maken aan hun eigen praktische doelen.

2. Hetzelfde lezen wij in Handelingen 19 : 13-19. Enige zonen van een joodse overpriester Sceva zagen Paulus aan het werk en bewonderden hem om zijn kracht en vanwege de wonderen die hij deed. Zij zagen dat hij die verrichtte in de naam van Jezus.
Wat deden zij dus? Zij namen Paulus' "methode" over om te zien of zij dan niet dezelfde wonderen zouden kunnen doen. In feite gingen zij ertoe over om de waarheid en de Naam ondergeschikt te maken aan hun eigen op zich zelf genomen goede doel: het uitdrijven van een boze geest. Precies zoals gebeurt in een ideologie. Wat gebeurt? Lucas vertelt hoe de kracht ineens uitblijft en hoe de boze geest er juist nog des te sterker door wordt. Z6 sterk dat hij op de zonen van Sceva af springt, hen overweldigt en hen de kleren van het lijf scheurt, zodat zij het huis naakt moeten verlaten!
Dat is het ironische einde van een ideologisch misbruik van de waarheid in het N.T.

Kortom: de Schrift waarschuwt in zowel het O.T. als het N.T. tegen het ondergeschikt maken van de Naam aan welk heilig of onheilig praktisch doel ook. Daarin ligt het antwoord op de vraag of het christelijk geloof een ideologie is. Dat is het niet, omdat God God is en geen afgod en omdat wij God dienen ten diepste niet om wat Hij ons geeft maar om wie Hij is in zichzelf.
Het christelijk geloof stelt God centraal en niet de mens. Natuurlijk zal geen christen intussen ontkennen dat de mens die God centraal stelt als Heiland en Koning ook zelf gezegend wordt, voor anderen tot een zegen wordt - en de wereld in haar nood het beste dient.
De grote opgaaf voor christenen vandaag is een smaak te ontwikkelen die ons kan doen proeven wat het verschil is tussen waarheid, kunst, recht en liefde binnen een ideologisch kader en daarbuiten.
Buiten de ideologieën blijven de dingen hun leven behouden. Ze houden daar hun in zichzelf (d.i. in hun geschapenheid) gerechtvaardigde bestaanswijze.
Ze worden niet pasklaar gemaakt voor de verabsoluteerde doelen van een ideologie.
Daarom kunnen kunst en geloof en liefde alleen echt opbloeien in een niet-ideologisch klimaat, dat gekenmerkt wordt door vrijheid en ontspannenheid en humor. Als deze ontbreken en fanatisme, drammerigheid en grimmigheid de overhand nemen kunnen wij zeker zijn dat wij beland zijn in het klimaat van de moderne variant van het vroegere wetticisme, n.l. de ideologie.

Naar aanleiding van een drievoudig appèl
Deze week wordt er in de Nederlandse pers een politiek appèl gedaan op alle politieke partijen om toch vooral een duidelijke keus te doen in de drie grote problemen die op onze samenleving drukken: de bewapening, de wereldarmoede, en de economische crisis.
Mijn ondersteuning aan dit appèl heb ik gepaard laten gaan met mijn aanmelding als lid bij de R.P.F. Ik schrijf dit niet om u te beïnvloeden. Er zijn méér partijen die zich op een duidelijke wijze voor al hun politiek handelen op een schriftuurlijke grondslag stellen. Voor mij was deze keus een noodzaak om duidelijk te maken dat ik ook de in het drievoudig appèl genoemde praktische doelen niet stel boven mijn toewijding aan de Here en trouw aan Zijn Woord, maar ze er juist uit zie voortvloeien. Dáárom past deze verklaring als voetnoot onder déze artikelen: is het christendom een ideologie? Zodra de drie genoemde praktische doelen zich losmaken van trouwen liefde voor God en Zijn beloften dan worden ook deze drie doelen de kiem van nieuwe ideologieën. Dat gevaar is niet denkbeeldig. Integendeel, soms lijkt het er sterk op dat het I.K.V. bijv. zich op de wijze van een ideologie inzet voor het eerstgenoemde doel van de wapenbeheersing. Het zal uit bovenstaand artikel duidelijk zijn dat ik mij daarvan scherp distanciëer. Ik ben geen vóórstander van het I.K.V. Ik mis daar de trouw aan Gods Woord.

Toch meen ik dat binnen een politiek die zich op Christus richt en Zijn Woord ernstig neemt de drie genoemde punten grote aandacht verdienen. Daarom mijn steun aan het appèl.
Om tegelijk duidelijk te maken dat ik mij van de 'linkse' ideologievorming rond deze drie punten distancieer heb ik mij als lid opgegeven aan de R.P.F. Om ernst te maken met wat ik aan de andere kant als eerste roeping zie van iedere christen, n.l. de trouwen de toewijding aan God en zijn Zoon en zijn Woord. In een christelijke politiek zal de bewogenheid om ons volk tot dié trouw te bewegen vóórop moeten staan, en zullen alle andere doelen daaraan ondergeschikt moeten zijn.
In het appèl worden drie van deze andere doelen genoemd. Ik voor mij voeg daar nog minstens één doel aan toe, n.l. het vechten voor het behoud van christelijke normen en waarden - denk maar aan de nieuwe wetgeving en de christelijke school. Wie weet is het iets voor u allen om het drievoudig appèl te steunen en te verbreden tot een viervoudig appèl!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief