Religieus-ethische verantwoording van de kernbewapening

1981-05-15
  • Jaargang 25
  • nummer 19
Het is thans een voor ieder te constateren feit dat ook in de orthodoxe christenheid, bijvoorbeeld in de kerken en kringen van de gereformeerde gezindte, geen eensgezindheid meer bestaat ten aanzien van het bezit, de modernisering en het gebruik van kernwapens. Ondanks alle weerstand tegen totaal of gedeeltelijk pacifisme, ondanks alle afkeer van modern-theologische verzoeningsidealen, ondanks grote eensgezindheid in de veroordeling van marxisme en communisme, blijkt toch dat de afgrijselijke risico's van een totale oorlog die met kernwapens wordt gevoerd, velen doet aarzelen de huidige wapenen met de daarbij behorende wapenwedloop te aanvaarden. Vele anderen aarzelen niet meer, maar zeggen tenslotte nee, meer of minder duidelijk en openlijk: nee. Deze verwarringen verdeeldheid komt hard aan. Ook de zgn. alternatieve vredeskrant "Shalom '80" aanvaardt de verdeeldheid, beoogt de discussie en verspreidt derhalve ook beschouwingen waarin allerlei argumenten uit het Interkerkelijk Vrederberaad (LK.V.) worden overgenomen.
De discussies in het blad Opbouw tussen ds De Jong, prof. Goudzwaard en prof. Schuurman, evenals de discussie tussen prof. Velema en prof. Schuurman in het Nederlands Dagblad, wijzen uit dat de eenheid van gedachten in gereformeerde kringen t.a.v. de atoombewapening evenzeer verdwenen is als in bijvoorbeeld de Hervormde Kerk.
Een gunstig punt, een winstpunt van dat alles is, dat het nu inderdaad niet meer zo gemakkelijk is om traditioneel en onnadenkend gewoon in militaire dienst te gaan omdat dat nu eenmaal zo hoort. Of ook om alles water gebeurt inde moderne wapenontwikkeling maar klakkeloos te aanvaarden. Vooral belangrijk is, dat wij allen nu genoodzaakt worden door te denken over de allergrootste en laatste vragen van leven en dood op een wereldomvattende schaal. We moeten weten dat ineen toekomstige wereldoorlog niet alleen enkele miljoenen mensenlevens op het spel staan, maar een groot deel van de hek wereldbevolking, plus een zodanige verwoesting van de cultuurgrond dat de wereld voor een groot deel voor lange tijd onbewoonbaar zal worden. Kortom, de wereldverwoesting zal geheel passen in het beeld dat de Bijbel ons schetst in het boek Openbaring.
Het is belangrijk dat wij - nu inderdaad een bijna totale wereld verwoesting binnen het menselijk bereik is gekomen en de uitroeiing van de gehele mensheid wel 10 maal mogelijk is geworden, - het is belangrijk dat wij als christenen bij het licht van Gods Woord hierover leren na te denken. Wij zijn geroepen om acht te geven op de "tekenen der tijden", ook om te weten hoe wij moeten leven en denken in deze tijden-der-tekenen. Hetzij wij nu de kernbewapening met alles wat daaraan vastzit aanvaarden of verwerpen, steeds zullen we als christenen onze beslissing en houding allereerst tegenover God moeten verantwoorden. De eerste en centrale levensvraag van de christen is immers: wat wil God dat ik doen zal, dat wij doen zullen?
Terecht worden we door sommigen in de huidige discussies gewaarschuwd om een bepaald soort wapen, of zelfs een hele oorlogssituatie, niet op zichzelf te zien. Prof. Schuurman legt er grote nadruk op, dat we de gehele cultuursituatie waarin de kernwapenen ontstaan zijn en functioneren, moeten onderkennen als een nihilistische, van God en Zijn geboden afvallige cultuur.
Als voorbeeld van dat nihilisme, d.w.z. van dat radicaal zich onttrekken aan alle normen die God voor het leven stelt, ziet prof. Schuurman ook de atoomwapenen.
Hij is van mening dat dit soort wapenen, primair de strategische massavernietigingswapenen, maar in wezen alle kernwapens, "anti-normatieve" wapenen zijn. De overheden hadden er nooit mee mogen beginnen, ook niet in Hiroshima 1945.
Ook prof. Goudzwaard wil de kernbewapening zien in het grotere verband van een afvallige cultuur. Hij spreekt over de economische afgod en over de afgod van de veiligheid.
Hij gaat uit van de onjuiste veronderstelling dat allen die de kernwapenen en het gebruik daarvan aanvaarden, daarop dan ook hun vertrouwen stellen ener hun veiligheid van verwachten, de bescherming van de vrijheid en andere westerse waarden. Tegenover dit valse vertrouwen op de wapenen stelt hij dan de roeping om te vertrouwen op Gods macht, die groter is dan welke vijandige macht ook. "Gods wagens boven 't luchtig zwerk, zijn 10 en 10 maal 1000 sterk, verdubbeld in getal", en dáárbij vergeleken zijn de russische SS-20 raketten geen doorslaggevend gevaar meer.
Welnu, ditzelfde vertrouwen op God zou m.i. nodig zijn bij het zien van het grote kader waarbinnen de kernbewapening functioneert; n.l. binnen de goddelijke opdracht aan de overheden, tezamen met hun volken, en dat volksleven dan in het kader van de grote, heel de geschiedenis omvattende strijd tussen het rijk van Christus en dat van de antichrist. Evenwel is het onjuist er van uit te gaan dat allen die de kernwapenen en in 't algemeen een verdedigingsoorlog aanvaarden, nu ook op hun wapenen een afgodisch vertrouwen stellen. Men kan alle noodzakelijke middelen aanwenden, in het bestrijden van ziekte, of in de opvoeding van kinderen, of in 't voeren van een oorlog en dan als christen weten dat het heil, de zegen, de vrucht van het gebruik der middelen niet afhangt van die middelen, maar van God die de middelen heeft gegeven.
Maar dan blijft nog voor velen het argument staan dat het middel van het atoomwapen geen geoorloofd middel is, of, zoals prof. Schuurman zou zeggen, een anti-normatief wapen. Het zou in strijd zijn met de normen voor het wapen gebruik door de overheid.
We zullen ons dus moeten afvragen of dat zo is. Waarom dat zo is.
Zelf ben ik van mening dat dit niet zo is. Waarom niet?
Als ik het goed zie, is voor prof. Schuurman, en voor velen met hem, het hoofdargument dat bij het gebruik van kernwapens alle menselijk leven mogelijkerwijs ten gronde gaat. Dan blijven er geen mensen over om van de gerechtigheid en de vrijheid die men bedoelde te verdedigen, ook te profiteren. Daarmee zou de zinloosheid en de onbruikbaarheid van het kernwapen bewezen zijn.
Deze redenering nu is m.i. onjuist.
De zgn. norm voor de zwaardmacht is niet in de eerste plaats dat zij praktisch nut moet kunnen afwerpen.
De norm is primair dat het zwaard op Gods bevel gehanteerd moet worden, ook als er geen praktisch nut van kan worden verwacht, in de zin van tijdelijk en aards nut naar menselijke berekening. Dat schijnt irreëel, maar dat is het niet.
De schijn ontstaat omdat ons vanuit een oude traditie steeds voorgehouden wordt dat een oorlog pas dan gerechtvaardigd is, als hij ook gewonnen kan worden. Welnu, zo zegt men, na een volledige atomaire oorlog bestaan er geen overwinnaars meer, maar alleen nog doden.
Het is de zelfmoord der volken, de waanzin der zelfvernietiging aan beide zijden van het front. Dus is zulk een oorlog zinloos en zondig.
Ja zeker, maar men vergeet dan, dat God de opdracht geeft aan de volken met hun overheden om de grofste vormen van volkenrechtelijk onrecht te keren: het gewelddadig wegnemen van de door God in de loop der geschiedenis geschonken burgerrechten. Wanneer dat Gods wil is, dan moet dat gedaan worden.
Dat is de primaire norm voor het wapengebruik. De wapenen moeten ingezet worden om de overheidtaak op een centraal en essentieel punt te verrichten. Ten dienste, inderdaad, van de gerechtigheid in de verhouding tussen de volken.
Schendingen van het volkenrecht mogen geen vrij spel hebben. Bovendien, het nuttigheidsargument en het berekenen van de gevolgen mag juist in de huidige concrete situatie, niet blijven steken in de oppervlakte en de buitenkant van het leven. Wat in de strijd om de handhaving van recht en gerechtigheid in de huidige situatie van spanning met het communistisch imperium op het spel staat, is niet minder dan de geestelijke vrijheid in de volle christelijke zin des woords. Vergelijkbaar met wat in de tachtigjarige oorlog 'op het spel stond: de vrijheid om God te mogen en te kunnen dienen.
Intussen doet zich nu opnieuw de vraag voor, of de kernwapens toch niet zo onrechtvaardig zijn, dat ze geen wapenen ten dienste van de gerechtigheid kunnen zijn. Velen stellen dit zo en voeren daarvoor twee argumenten aan. Ten eerste: deze wapenen zijn zelf intrinsiek onrechtmatig omdat ze geen onderscheid maken tussen burgers en militairen.
Ten tweede: ik noemde dat al, omdat ze de gerechtigheid niet kunnen dienen, omdat er geen mensen overblijven die deze gerechtigheid zouden kunnen ontvangen, noch de vrijheden en andere waarden die zij wilden verdedigen. Zij komen immers zelf om, waarmee ook hun vrijheid en recht vervalt.
Het eerste argument is eigenlijk volkomen uit de tijd. De onderscheiding tussen combattanten en noncombattanten, mensen die welen niet deel nemen aan de strijd, is niet reëel meer. In de laatste oorlog rnaakten zij het mee dat ook in ons land,evenals in heel Duitsland plus in alle door de Duitsers bezette gebieden, de gehele bevolking direct of indirect, werd ingeschakeld in de strijd. Vele honderden fabrieken wier producten niet in primaire levensbehoeften voorzagen, werden omgezet in fabrieken die op een of andere manier moesten produceren voor de behoeften van de oorlogsvoering. Delen van de bevolking werden naar Duitsland getransporteerd, om daar te werken, ten einde de arbeiders in Duitsland vrij te kunnen krijgen voor het duitse leger.
In de geallieerde landen was het net zo. Ook de burgerbevolking wordt ineen moderne oorlog ingezet voor de krijgsmacht. Het volk in zijn geheel voert oorlog en elke moderne oorlog is in beginsel totaal.
En indien dit in een toekomstige, met atoomwapens gevoerde oorlog in mindere mate het geval zal kunnen zijn, vanwege de automatisering en computerisering, alsmede vanwege de snelheid van het oorlogsgebeuren, dan nog geldt dat uitschakeling van grote delen van de bevolking het moreel, de wil tot weerstand in korte tijd kan doen ineenstorten, Het zijn nl. volken die in oorlog met elkaar strijden, niet alleen legers. Het front en het thuisfront zijn zeer nauw met elkaar verbonden, materieel en mentaal. Zoals ook regeringen, althans in het Westen, nauw verbonden zijn met volken die hen gekozen hebben.
Men spreekt dan van onschuldige burgers, in onderscheiding van militairen die dan wel schuldig zouden zijn. Maar deze strafrechtelijke onderscheiding wordt dan ten onrechte in een volkenrechtelijke zin gebruikt, waarin zij niet past. Militairen zijn als individuele personen evenzeer onschuldig. Oorlog is geen conflict tussen individuele personen.
maar tussen volken, die als volk optreden; volken die hun leger slechts als instrument hebben en hun burgerlijke en militaire overheden als leiders. Schuld aan een oorlogsvoering is altijd een collectieve schuld. De leiders kunnen zonder het volk niets doen, en omgekeerd het volk zonder de leiders ook niet. Wat het democratische Westen betreft, krijgen de volken ook de regeringen die zij zelf kiezen en wat doorslaggevend is: het zijn niet de geïsoleerde machthebbers die de overheden vormen, maar het is de twee-eenheid van volk en overheid, juist in het democratische Westen, die al dan niet een oorlog aanvaardt, of al dan niet een militair verdedigingsapparaat in stand houdt.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief