Op de Sint Benedictusberg te Mamelis

1981-05-15
  • Jaargang 25
  • nummer 19
Wie in Zuid-Limburg met vakantie is moet eens even een kijkje gaan nemen in de Abdij van Vaals in het dorpje Mamelis. Vanaf de weg Maastricht-Vaals is de abdij te zien aan de Noordkant van de weg. De vorige keer schreef ik over Benedictus, hier in Mamelis is een klooster waarin geleefd wordt naar de regels zoals die door Benedictus werden gegeven. Sinds 1923 wonen de monniken in Mamelis, de groep is van duitse oorsprong en in de tweede wereldoorlog betekende dit dat verschillende monniken dienst moesten doen in het duitse leger, na de bevrijding in september 1944 werden de monniken prompt over de grens gezet. Tot 1951 werden de gebouwen voor verschillende doeleinden gebruikt. Dán echter worden er vanuit Oosterhout dertien monniken naar Mamelis gezonden om het kloosterleven daar nieuw leven in te blazen en in 1961 wordt de abdij zelfstandig, Er vindt een grote verbouwing plaats en in 1968 wordt de nieuwe kerk ingewijd.
De laatste jaren is het aantal monniken weer uitgebreid, zodat er thans ongeveer dertig monniken leven die zich laten leiden door wat Benedictus eens op papier stelde.
In Regel 53 heeft Benedictus uitvoerig geschreven over de gastvrijheid die de monniken moeten betrachten.
Ook in Mamelis kan men enkele dagen verblijven, al moet men zich dan wel houden aan de dagorde en de leefwijze van de monniken. Het is echter niet de bedoeling van ieder een monnik te maken, zelfs protestanten zijn welkom en zijn niet verplicht daadwerkelijk aan de rooms-katholieke gebruiken deel te nemen.

Acht keer per dag luiden de klokken van de abdij. Dat betekent dat de monniken zich klaar moeten maken voor het gebed. Om vijf uur 's middags is het tijd voor het vesper. Het beluisteren van de gregoriaanse zang is indrukwekkend en de mogelijkheid om mee te lezen in het benedictijns getijdenboekje geeft de mogelijkheid van mee-doen. Voor de zaterdag-vespers worden de onberijmde psalmen 144 t/m 147 gezongen:

"Dat al uw werken, Heer, U belijden, en dat Uw heiligen U zegenen.
Uw rijk is een rijk voor alle eeuwen ...
De Heer is nabij aan allen die Hem aanroepen in oprechtheid.
Gelukkig hij, die de God van Jacob tot helper heeft, wiens vertrouwen rust op de Heer ...
De Heer maakt de geboeiden los; de Heer geeft licht aan de blinden.
Groot is onze Heer, en groot is zijn kracht en zijn wijsheid is zonder getal.
Zingt de Heer toe ...
Die de hemel bedekt met wolken, en regen bereidt voor de aarde.
Die op de bergen het gras laat groeien en kruid ten dienste der mensen.
Hij maakt zijn woord aan Jacob bekend, zijn gerechtigheden en oordelen aan Israël.
Zo deed Hij niet met alle volk, en aan anderen heeft Hij zijn wetten niet bekend gemaakt.
Eer aan de Vader."

Het gezang eindigt dan in een roep om Gods barmhartigheid.
Ik herhaal wat ik de vorige keer schreef: we zijn wat vervreemd geraakt van het op vaste tijden sámen zingen en bidden. We zijn ook vervreemd geraakt van het de tijd nemen voor een psalm en een lied.
We hebben onze bezwaren tegen de wereldmijding waarmee het leven in kloosters voor een deel gepaard gaat. Maar intussen bezitten we ons leven en alles wat daarmee verband houdt als bezittenden, we némen het en vinden het gewoon.
Misschien kunnen we van monniken toch nog iets leren: bezitten als niet-bezittenden.
Afstand nemen.
Afstand bewaren.
Het leven niet altijd némen maar zeggen: néémt U mijn leven.

En als U even rust wilt tijdens een lange autotocht door Zuid-Limburg ga om kwart voor vijf even van de weg af, naar de abdij ...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief