Spanje 1994

2008-08-29
  • Jaargang 52
  • nummer 17
Zal ik ze weggooien? Zal ik ze niet weggooien? Ze zien er gewoon niet meer uit. Ik heb zelfs al op milieuonvriendelijke wijze geprobeerd ze met chloorwater weer toonbaar te maken. Zonder succes. Dus wat doe ik? De meeste zijn minstens twintig jaar oud. Van twee weet ik dat niet helemaal zeker, want die zijn ooit ergens aan de noordkust van Spanje omgewisseld. In welk jaar dat was, ontdek ik door een mapje foto's waarop de tekst 'Spanje 1994' staat. In dat jaar hadden we ons kamp bovenop een duin opgeslagen; grote piramidetent met de tentjes van drie pubers erom heen. De zondag naderde en het liefst zoeken we dan een lokale christelijke gemeente op, maar in dat gebied hadden we geen geschikte kerk gevonden. In die tijd was het namelijk nog geen verstandige actie om met mij een mis te bezoeken. Ieder mens heeft zo z'n frustraties. Dit mens ook. Spinnijdig kon (en kan) ze worden van onechte plichtmatigheid. Dat ontstond al vrij jong. Opeens ontdekte ze het mechanische en de ongeïnteresseerdheid van de priesters die rond het altaar trippelden. 'Het lijkt wel een toneelstuk', bedacht ze als elfjarige teleurgesteld, 'geloven ze het zelf wel?' Het was een ontstellende ontdekking voor een kind dat onder invloed van haar rk-school regelmatig uit volle overtuiging alleen naar de kerk ging. Een regelrechte deceptie. Die ontdekking groeide uit tot een stevig cynisme voor religieuze kunstgrepen. Hypergevoelig werd ze voor symbolieken die vroom lijken maar ten diepste geestelijke nikserigheid verbergen. Vooral als ze ook nog eens met veel zinderende vroomheid worden verdedigd. Ik moet bekennen dat ik daar zelfs erg onaangenaam van word.
En dus waren we de volgende dag kerkelijk dakloos. Maar opeens kwamen rond etenstijd uit de tent aan de voet van onze duin Elly en Rikkert naar boven huppelen. Het koortje werd gevormd door een gezin met drie jongens en hun kleine zusje. Dat weet ik weer dankzij mijn fotomapje. De klanken werden met blijde verrassing in ons kamp welkom geheten en direct staken we de koppen bijeen. Een poosje later vertrok een afgezant richting benedenburen. De volgende dag bleek waarom mevrouw wel en meneer veel minder enthousiast had gereageerd op de uitnodiging voor koffie met korte overdenking. Hij was predikant van naar ik meen de NGK -voor ons toen nog onbekend terrein- en hij vreesde voor een stichtelijke taak in zijn vakantie. Maar kennelijk had zij overwicht want die zondagmorgen zaten we met z'n elven rond de bijbel. We lazen een kort stukje, spraken er over, zongen met elkaar, ik denk dat we ook hebben gebeden en we dronken zeker koffie. Gewoon interkerkelijk plezierig. Na afloop verdeelden we de nagenoeg identieke, ivoorkleurige Mepalbekers. 'Laten we goed opletten dat we ze niet verwisselen', zei de predikantsmevrouw nog. En zo komt het dat ik iedere zomervakantie aan dat gezin moet denken van wie ik geen idee heb hoe ze heten of waar ze zitten.
Mocht u nu na het lezen van dit stukje bedenken dat u de eigenaar was van de bekers, dan hoop ik niet dat u ze terug wilt hebben. Ik heb de knoop doorgehakt: ze staan in de schuur geschikt te zijn voor verfwerkzaamheden.
Maar ik beloof plechtig dat ik ook met onze nieuwe Mepalbekers ieder jaar aan u zal blijven denken.

Emmy Viezee-Fock is bedrijfsjournalist en lid van de NGK in Krommenie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief