Kuyper en de ouderling

1981-05-22
  • Jaargang 25
  • nummer 20
We hebben een goed woord over voor Abraham Kuyper. Omstreeks 1870 was hij Hervormd predikant in Amsterdam. Een nieuw handboek voor de kerkgeschiedenis zegt dat hij de gemeente voor zich won door een ijverig pastoraat. Zijn preken gingen de meeste mensen boven de pet. Hij was minder “gemoedelijk” dan andere dominees; hij had het wat minder over de ziel. Hij preekte bijvoorbeeld over de kerk, en zei tegen z’n collega’s: “Preken jullie maar voor de schapen, dan preek ik wel over de stal.” Ik denk dat Schilder meer weg had van Kuyper dan hijzelf wel weten wilde. Er liep in die tijd een konflikt over het aannemen van lidmaten; het doen van belijdenis. Het gebeurde, dat een rechtzinnige ouderling het veto uitsprak over de toelating van een vrijzinnige jongeling. Hierover sprak het provinciaal kerkbestuur van Noord-Holland zich uit. want zoiets leek toch nergens naar: “Als een ouderling het recht heeft om een oordeel uit te spreken over de kennis en de belijdenis van een aspirant-lidmaat, dan doet men den predikant onrecht, die studie gemaakt heeft en blijft maken; het geen van ouderlingen niet kan worden verwacht.”
Hierop reageerde de kerkeraad van Amsterdam met een stuk dat Kuyper opgesteld had. Hij schreef: men zou maar in het midden laten of de predikanten zijn blijven studeren, maar vast stond in ieder geval, dat als de ouderling geen beslissende stem meer had, dan sloop het clericalisme binnen, dat gevaarlijkste gift voor een Christelijke kerk! In het opzienersambt ligt het grondbeginsel onzer gehele Gereformeerde kerkinrichting en als dat van zijn betekenis beroofd wordt, dan is dit in strijd met de geest der Schrift. De onderscheiding die het provinciaal kerkbestuur maakt, tussen ouderlingen en predikanten, druist in tegen de historie van de kerk.
Tot zover Kuyper en z’n kerkeraad, een eeuw geleden. Goed zo, als we steeds minder een domineeskerk zijn. Kostelijk, als je zelf ervaart hoe ouderlingen soms de predikant tegen zichzelf beschermen en hoe wenselijk is het ook, dat af en toe de gemeente tegen haar dominee beschermd wordt. Dat heb je als wijze broeders om die man heenstaan. Soms moeten ze hem remmen, dan weer moeten ze hem aansporen tot groter trouw. De kerk ten baat.’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief