Het Liedboek
1981-05-22
Lied 77 Dit Lied bedoelt te zijn een "samenvatting van wat Jezus in Zijn laatste gesprekken, zoals de evangelist Johannes die weergeeft, zegt over de Heilige Geest, Die, nadat Hij zelf is heengegaan, zal komen". (Cop. 275).- Jaargang 25
- nummer 20
De indruk wordt evenwel gewekt alsof de Geest thans nog moet komen, zoals b.v. in strofe 1, waar gezegd wordt: "De Trooster komt, Die Christus zenden zal" en "De Raadsman komt" (strofe 2). We betwijfelen voorts of het wel terecht is om de Geest aan te spreken zoals in strofe 4 het geval is.
Het is jammer dat enkele woorden dit Lied ontsieren: "verikonden" i.p.v. "verkondigen" (strofe 2) en "HeiIge Geest" voor "Heilige Geest". Tenslotte blijft de aanduiding "Paracleet" toch een "vreemd" woord in de kerkzang.
De melodie is goed en niet moeilijk.
Tekst: voor strofen 1 t/m 3: 3; voor strofe 4: 2; melodie: 3.
Lied 78 Dit Lied heeft een sterk subjectivistische inslag. "Kenmerkend voor dit gebedslied is allereerst de persoonlijke toon.
Het gaat om mijn verbondenheid met de Heer" (Comp. 276) Het is een typisoh voorbeeld van de 1ge eeuwse rhetoriek en bevindelijkheid van Ten Kate's poëzie. Als zodanig is het te veel verouderd om nog te kunnen dienen voor de gemeentezang van thans.
De melodie is mooi.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 79 "Een simpele en tamelijk woordelijke berijming van Johannes 16 : 21-24. Op de barensweeën volgt de blijdschap over het nieuw geboren leven, op de leegte van het afscheid de vervulling van het weerzien, op het verlangende gebed de troost van de verhoring", aldus de dichter in een aantekening over dit Lied (Comp. 276-277). We kunnen deze karakterisering geheel onderschrijven. Tenslotte een kleine detailopmerking: in strofe 1 moet "hun" gewijzigd worden in "haar" (vrouwelijk meervoud).
T.a.v. de melodie merkt het Comp. (p. 278) o.m. op: "Gezang 79 heeft iets meeslepends en als men de melodie eenmaal kent, raakt men haar niet gauw weer kwijt. De drie strofen dienen trouwens ook zonder onderbreking achter elkaar gezongen te worden."
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 80 "Dit Lied is geen berijming van de Johannes-pericoop, maar een reflectie op het daar beschrevene", aldus Comp.
(p. 278). O.i. is door deze opzet het Paasfeit echter teveel - zo niet geheel - getrokken in de persoonlijke belevingssfeer en doet het daarmee afbreuk aan de alles-omvattende betekenis van dit heilsgebeuren. "Het wegnemen van de steen wordt vergeleken met het wegnemen van al1es wat ons hart bezwaart (strofe 4) en het geopende graf wordt vergeleken met de geopende Schriften uit het verhaal van de Emmaüsgangers" (Comp. 278).
"Sfeer en structuur van de melodie zijn geheel op de tekst afgestemd"
(Comp.).
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 81 t/m 90, reeds gepubliceerd in Opbouw van 21-9-'79.
Lied 91 Het aangegeven Schriftgedeelte (Rom. 14: 7-10) is in de tekst van dit Lied goed weergegeven. Daarbij is 'Ook nog in strofe 4 vs. 11 opgenomen. Het Lied werd geschreven ter herinnering aan een jonge vrouw, moeder van vier kinderen, die stierf in de zomer van 1969 in haar 32e levensjaar, zo deelt de dichter mee.
"De melodie is eert goed in het gehoor liggende en gemakkelijk memoriseerbare zangwijs". (Comp. 294).
Tekst:\; melodie: 3. .s
Lied 92
Wanneer we het "bijzonder poëtisch proza" van 1 Cor. 13 leggen naast de tekst van dit Lied, dan is naar 'Onze mening een duidelijke achteruitgang te bespeuren. Opvallend is dit vooral in de strofen 4 en 5 vergeleken met vs. 4 tlm 7.
Op diverse punten wordt in dit Lied de goed doorzichtige Bijbeltekst minder helder. Strofe 6 is voorts wel een erg wijdlopige toepassing bij de woorden: "Zo blijven dan: geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde".
Tenslotte nog een paar opmerkingen: wat is de zin van ,,0 liefde dochter der genade" (strofe 4). Het woord "vuurdoop" heeft een andere betekenis dan uit strofe 3 blijkt.
Kortom: er is hier teveel gewijzigd en toegevoegd om het lied van de liefde uit 1 Cor. 13 goed te herkennen.
De melodie is mooi, maar toch vrij moeilijk.
Tekst: 1; melodie: 3.
A. t.a.v. de tekst der liederen: het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v, vanwege het humanistisch karakter of door een sterk piëtistische inslag; het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst; het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.
B. t.a.v. de melodie der liederen: het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie; het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die met bepaald tot "de beste" behoort; het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.