Nee tegen Karl Barth?
2008-08-29
Wat is nu het gevaar van Barth? Waarom is hij van ons afgehouden? Bij ons staat toch ook het Woord van God centraal en dan in het bijzonder onze Heer Jezus?- Jaargang 52
- nummer 17
Vorig jaar verscheen bij De Vuurbaak een boek, waarin de auteur zich afvraagt waarom men zich in gereformeerd vrijgemaakte kring zo sterk tegen Barth afzette. De antipathie ging zo ver, las ik ooit bij Barth's secretaris Eberhard Busch,
dat Barth zijn verwondering erover uitsprak 'dat ik aan al die weerleggingen niet allang gestorven ben…'
Eenzijdig
Kort gezegd komt de kritiek hier op neer: bij Barth komt de mens buitenspel te staan. Bij hem is geen ruimte voor heilshistorie en voor verbond. Voor hem is God zo oneindig veel hoger dan de mens, dat er nooit werkelijk sprake is van een samen opgaan. God raakt alleen maar verticaal onze horizontale lijn. Dat riep de vraag op: gaat het bij Barth niet te eenzijdig over God? In Christus zijn voor hem alle beslissingen gevallen, maar dan doen onze menselijke inspanningen er toch niet meer toe? Als God altijd 'het handelend subject' blijft, ook in ons geloven, doet ons geloof er dan nog wel toe? Is Barth in zijn strijd tegen de vrijzinnigheid, die de méns centraal stelt, niet doorgeslagen naar de andere kant? God vraagt toch ook inbreng van onze kant? Een verbond heeft toch twee delen, belofte én eis, respectievelijk Gods kant en onze kant? Daar hamerden de gereformeerden in Nederland nu juist zo op. God gaat toch, ook horizontaal, een weg met zijn volk?
Uitroepteken wordt vraagteken
Toen bij anderen de kritiek op Barth afnam, ging die in vrijgemaakte kring onverminderd door. René Barkema, die zelf nog niet zo lang geleden studeerde in Kampen, geeft in zijn boek (doctoraalscriptie) een boeiend overzicht van anderhalve eeuw kerkgeschiedenis. Hij laat zien dat de mannen van de Afscheiding, later ook iemand als Lucas Lindeboom van de school in Kampen, sterk polemisch dachten. Zij waakten over de erfenis van Calvijn en Dordrecht, want alleen daar zou de Schrift veilig zijn. Schilder en zijn vrijgemaakte leerlingen hebben deze antithetische lijn vastgehouden in het voetspoor van Calvijn.
Calvijn wijst niet alleen op het oneindige verschil tussen God en mens, hij wijst er tegelijk op dat God zich aanpast aan de mens. En Gods omgang met de mensen manifesteert zich volgens Calvijn in verkiezing en verwerping. Dat is helemaal het geluid van de Dordtse Leerregels. Schilder kon krasse uitspraken doen. God schaamt zich er volgens hem niet voor om van eeuwigheid de grote hater te zijn, en zijn toorn 'schept zich van eeuwigheid objecten'. Het is de vraag of Schilder zich zo uitgedrukt zou hebben, als hij met minder overtuiging de leer van Dordt verdedigd had tegenover Barth.
De kerk
Barkema laat zien dat de bekende hervormde theoloog Woelderink (Het Doopsformulier), die bij de vrijgemaakten veel vertrouwen genoot, sympathie opvatte voor Barths ideeën. Hem sprak het wel aan: de geschiedenis van Jezus Christus als de binnenste cirkel van de wereldgeschiedenis en daarmee niet Christus tegenóver de wereld, maar er middenin. Niet verkorenen en verworpenen tegenover elkaar, maar in Christus is de mens verworpen én verkoren in enen.
Woelderink werd fel bestreden door Schilder's leerling Trimp, die zelfs promoveerde op Barth. Volgens Trimp neemt Woelderink in navolging van Karl Barth de kérk niet serieus. De kerk hoeft bij Barth alleen maar te getuigen van de beslissingen die in Christus allang gevallen zijn. De periode van de kerk doet er voor hem feitelijk niet meer toe.
Wereldvreemd
Barth is vast te eenzijdig geweest. Toch raakt zijn manier van denken en geloven mij op de één of andere manier meer dan die van Schilder. Raakt, inderdaad, als een bliksem. Het evangelie is weliswaar dichtbij ons, maar het houdt altijd iets ongehoords. Wij moeten het niet teveel naar ons toehalen. Het niet te braaf maken. En dan denken: wie het naar zich toehaalt, die is Gods uitverkorene.
God heeft ons gezegd ongehoorde dingen (Psalm 81)! Het evangelie is ons in de kern wezensvreemd. Het is niet van deze wereld maar het komt er van buitenaf wel middenin. Hoe vaak is het in onze eigen recente kerkgeschiedenis niet gebeurd, dat allerlei eigen en vaak kleinzielige opvattingen vereenzelvigd werden met het Woord van onze God! We hebben onze eigen zaak herhaaldelijk verward met de Zaak van onze God. Onze eigen lange tenen met Zijn eer. En dan die claim erbij, dat het allemaal uit God is. Alsof mijn opvattingen allemaal één op één in de Bijbel terug te vinden zijn. Alsof alles wat ik zeg hetzelfde is als wat God zegt. In deze sfeer schrijft ook Barkema.
Lezen bij Barth en bij leerlingen van hem (Breukelman, Miskotte) zet je dan ineens in de ruimte. Mij lucht het op. Het klinkt misschien vreemd, maar ik merk dat het goed is voor mijn geloof. Het geeft mij meer zin om in de Bijbel te lezen. Ik voel me gesteund door het boek van Barkema.
Gereformeerd activisme
Barth zal best te eenzijdig de nadruk op Góds kant van het verbond gelegd hebben. Hij zal best te weinig beklemtoond hebben dat God een (horizontale) weg van heiliging met ons gaat. Hadden wij maar zoveel verenigingen en activiteiten als jullie, zuchtte mijn hervormde collega in Schiedam. Barth heeft mijn kerk gemakzuchtig gemaakt.
Ik moest denken aan wat Paulus schrijft in Romeinen 5 en 6. Iemand die Gods genade krachtig predikt en die gelooft dat de beslissing eigenlijk al gevallen is in Christus, kan rekenen op het verwijt dat hij de mensen 'zorgeloos en goddeloos' maakt (zondag 24 van de catechismus).
Ook zou het de moeite waard zijn om nog eens te onderzoeken hoe dat nu zit met ons geloof. Als God altijd 'het handelend subject' blijft, ook in ons geloven, dan gelooft God dus eigenlijk, stelde Trimp cynisch vast. Maar hoe zit dat met 'het geloof vàn Christus', zoals de oude Statenvertaling tien keer terecht vertaalt en zoals zondag 23 van onze catechismus daarover spreekt?
Ik op mijn beurt word wel eens moe van al ons gereformeerde activisme. We ruilen het ook net zo gemakkelijk in voor een meer charismatisch activisme. Zoals je je bij allerlei gereformeerde organisaties moest aansluiten, zo moet je nu aan bepaalde bewegingen meedoen. Bij deze trend hoort moraliserende prediking. Iedere zondag ga je met huiswerk de kerk uit.
Barmhartige Samaritaan
Ter afsluiting, drie keer een preek over de barmhartige Samaritaan. In zijn vrijzinnige jaren zou Barth hierover zeggen: mensen, laten wij edel en behulpzaam doen tegenover onze naasten. Een gereformeerde dominee in Nederland zou hierover zeggen: gemeente, heb uw naasten lief als uzelf, want dit is eis van het verbond, en hieraan hangt de wet en de profeten. Bij Barth is het geworden: onze Heer Jezus Christus wil de Naaste zijn van een Hem vijandige wetgeleerde die in de goot ligt. De kérk laat je daar liggen, maar de ons vreemde Samaritaan Jezus wil zelfs een arrogante theoloog naar de herberg brengen. Deze Jezus navolgen is onze roeping.
Of Barth met deze uitleg teveel in het verticale blijft steken - laat iedereen dat maar zelf beoordelen.
Ik vind het geweldig. Góds vleesgeworden Wóórd. Gods ja tegen de mensen.
Gedachten over Karl Barth n.a.v. René Barkema, Nee tegen Karl Barth? Een historisch-theologische terugblik, Uitgeverij De Vuurbaak, Barneveld 2007, prijs €15,90
Ds. Fred Blokhuis is predikant van de Nederlands Gereformeerde kerk van Schiedam.