Bijbelgebruik in het gezin (9)
1981-05-29
Inductieve bijbelstudiemethoden- Jaargang 25
- nummer 21
De inductieve of tekst-voor-tekstmethode heeft vele variatlemogelijkheden.
Het basisprincipe van iedere variatie is de observatie, de interpretatie en de toepassing. Elke studie, hoe ingewikkeld ogenschijnlijk ook, zal terug te brengen zijn tot de drie eenvoudige grondvragen:
1. Wat staat er? (observatie van de tekst);
2. Wat betekende het toen? (interpretatie van de tekst);
3. Wat betekent het nu? (toepassing van de tekst).
Enkele aan tafel te gebruiken inductieve methoden zijn:
De zeven W·vragen
Bij deze methode is het de bedoeling eerst samen een bijbelgedeelte te lezen en daarna schriftelijk antwoord te geven op de zeven volgende vragen:
(voor een verhalend stuk)
Wie zijn de personen?
Wanneer gebeurt het?
Waar gebeurt het?
Wat gebeurt er?
Waarom wordt dit verteld?
Welke redenen en motieven komen naar voren?
Waartoe dient het nu?
(voor een betogend stuk)
Wie is de schrijver, wie is de lezer?
Wanneer is het geschreven?
Waar is het geschreven, waar is de lezer?
Wat is de boodschap?
Waarom wordt dit geschreven?
Welke argumenten gebruikt de schrijver?
Wat betekent het voor ons?
De eerste vier vragen horen bij de observatie, dienen om de feiten te [eren kennen. De beantwoording zal gemakkelijker zijn indien één of meer hulpmiddelen in een vorig artikel genoemd, geraadpleegd kan worden.
De "waarom"- en "welke"-vragen dienen voor de interpretatie. Zij zullen na enig nadenken meestal wel beantwoord kunnen worden.
De laatste vraag (waartoe?) moet tot de toepassing leiden. De beantwoording is soms moeilijk en in bepaalde gevallen zelfs niet mogelijk.
Niet ieder bijbelgedeelte heeft betekenis voor elke situatie en in elke periode van ons leven. Het is beter dit nuchter te constateren dan in de fout te vallen krampachtig te blijven zoeken naar een persoonlijke of eigentijdse betekenis.
Om tot een goed antwoord te komen, kan de vraag naar de betekenis voor eigen leven in veel gevallen gespecialiseerd worden zoals in onderstaande mogelijkheden:
A. Voorbeeld: Is er in het gelezen gedeelte een voorbeeld om na te volgen?
Belofte: Is er een belofte om te geloven en te onthouden?
Gebod: Is er een gebod of eis om op te volgen?
Zonde: Lees ik van een zonde om tegen te strijden of te voorkomen?
Gebed: Lees ik iets waarvoor ik de Here kan danken of waarom ik Hem kan vragen?
B. Dankbaarheid: Waarvoor maakt dit gedeelte mij dankbaar?
Correctie: In welk opzicht corrigeert dit bijbelgedeelte mij?
Gebed: Voor wie en waarvoor zal ik bidden n.a.v. dit bijbelgedeelte?
Stimulans: Waartoe stimuleert het mij?
Parafrasemethode
Bij deze methode krijgt iedere deelnemer de opdracht het betreffende gedeelte voor zichzelf te bestuderen en er een korte parafrase (weergave) van op te schrijven. Het is de bedoeling dat hierin de feiten, de verklaring en de persoonlijke toepassing voorkomen. Na het voorlezen van elke parafrase, volgt er meestal een spontane bespreking, uitgelokt door de verschillen in interpretatie en toepassing, Combinatie van deze en de vorige methode is mogelijk door de observatie gezamenlijk te verrichten door middel van de eerste vier W-vragen, waarna door ieder persoonlijk een schriftelijke interpretatie en toepassing gegeven wordt. Vergelijking van het opgeschrevene leidt in de meeste gevallen tot een vruchtbare bespreking.
Titelmethode
Begonnen wordt met het gezamenlijk lezen van het bijbelgedeelte en het uitwisselen van enkele gegevens over de schrijver, de tijd, plaats en achtergrond. Daarna krijgt ieder de opdracht het stuk in samenhangende gedeelten te verdelen en boven elk gedeelte een eigentijdse, specifieke titel te plaatsen. Wie dit goed wil doen, moet vanzelfsprekend grondig kennis nemen van de feiten, hun interpretatie en hun actuele betekenis.
Een bespreking van het bijbelhoofdstuk aan de hand van deze titels geeft vaak een goed en duidelijk inzicht.
Deze titelmethode kan niet bij elk bijbelgedeelte worden toegepast. Bij de lezing van psalmen, profetieën en brieven is ze aan te bevelen en zorgt voor de nodige afwisseling.