TECHNIEK en VERANTWOORDELIJKHEID

1981-05-29
  • Jaargang 25
  • nummer 21




Inleiding / aanleiding
Onlangs heb ik een lezing verzorgd voor de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) uit Enschede over het thema "Techniek en onderwijs'. Een deel van de daarbij gebruikte stof biedt ik u bij deze gaarne aan ter lezing.

Ter wille van de 'consumeerbaarheid' heb ik het verhaal in 3 stukken geknipt: allereerst hieronder een bezinning op de moderne techniek. In het tweede artikel een summiere schets van de geestelijk-historische wortels van de vertechnisering en vervolgens enkele opmerkingen over verantwoordelijkheid als ontplooiing van de zin van de techniek. Daarbij zuilen wat concrete richtlijnen of normen worden genoemd. Tenslotte, in het derde artikel een analyse van de doorwerking van de wetenschappelijke methode in de moderne techniek Het samenhangend thema in de drie artikelen luidt: Techniek en verantwoordelijkheid .

Zoals u wel zult vermoeden, heb ik dit alles niet zelf verzonnen. Daarom verantwooord ik graag mijn 'bronnen', alvorens echt van wal te steken.
Tegelijk met deze bron-verantwoording wil ik u de aanbeveling voorhouden om u eens nader te verdiepen in genoemde literatuur:

- E. Schuurman; Techniek: middel of moloch? Kampen, 19802, Kok.
- E. Schuurman; Techniek in christelijk perspectief in: Th. Germeraad (e.a.); Christelijk onderwijs en beroepsvorming (Unie-Cahier nr. 38). Kampen, 1981, Kok.
- E. Schuurman. Techniek en toekomst (proefschrift) Assen, 1972, van Gorcum. (Ned. versie vrijwel uitverkocht; Eng. vertaling beschikbaar tegen zeer schappelijke prijs).
- S. Strijbos; Protest tegen een verwetenschappelijkte kultuur. Maarssen, z.j., Stichting voor Ref. Wijsbegeere.
- B. Goudzwaard; Kapitalisme en vooruitgang. Assen, 19782, v. Gorcum.

Bezinning op de moderne techniek
De bezinning op de techniek, en vooral op het wel en wee wat met haar meekomt, dateert van zeer recente datum. Nog geen 10, 15 jaar terug was er nauwelijks enige discussie over de vraag of de techniek nu goed of kwaad was evenmin over grenzen aan en normen voor de technische ontwikkeling. Velen van de oudere generatie beschouwen het ook nu nog als ongepaste ondankbaarheid om vraagtekens te plaatsen bij de technische status quo; de techniek heeft ons allen immers welvaar en gezondheid gebracht, welvaart in overvloed zelfs.
Vanwaar is dan de omslag in de beoordeling van de techniek gekomen?
Want we kunnen toch allerminst meer spreken van klakkeloze aanvaarding van alles wat de techniek aanricht en oplevert.
Allereerst is die omslag natuurlijk veroorzaakt door de machteloosheid die we allen ervaren: vrijwel niemand overziet meer de gehele produktie en men vraagt zich weleens vertwijfeld af wat men nu eigenlijk maakt (kinderwagens of kanonnen als in de oorlog 40-45) en of datgene waaraan men zijn bijdrage levert nu wel zo zinvol is. Ieder leest in de krant en hoort op het journaal over verspilling van grondstoffen, dreiging van een energietekort, milieuvervuiling; over ziektes die mèt de moderne techniek ons deel zijn geworden.
Daarnaast echter zijn in de laatste decennia vele publicaties verschenen, waarin op kritische toon de status quo m.b.t., wetenschap en techniek aan de orde wordt gesteld.

Ik noem u als voorbeeld, en om uw gedachten te bepalen, enkele auteurs en/of publicaties.
De nee-marxist Herbert Marcuse publiceerde in de jaren '60 zijn geruchtmakende studie: De ééndimensionale mens. Zoals u missdhien weet, zijn o.m. Marcuse's ideeën de grond geweest voor het revolutionaire studentenprotest te Parijs in 1968, en voor de golf van democratiseringsacties die daarna ook over ons land spoelde.

Marcuse betoogt in dat boek, dat de techniek ons i.p.v. bevrijding steeds meer knechting (onderdrukking) heeft gebracht; hij wijst daarvoor met de beschuldigende vinger naar de politieke en industriële machthebbers, die op geraffineerde wijze de techniek benutten om de massa van zich afhankelijk te maken of te houden.
Daarnaast moeten ook de rapporten van de Olub van Rome genoemd worden. Met name het eerste rapport in 1972 of '73 is als een bom ingeslagen.
Dit rapport bepaalde ons voor het eerst bij de grenzen van de groei: uitputting van grondstoffen, eindigheid van energiebronnen, snelle toename (c.q. verzadiging) van vervuiling en dus(!) vergiftiging van het milieu, een steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk, en in het gevolg daarvan een enorme vermeerdering van honger en armoede. Sindsdien kennen we de uitdrukking 'twee-derde-wereld', de onderontwikkelde, derde, wereld die qua omvang omstreeks tweederde deel van de mensheid telt. Sindsdien kennen we ook het symbool van de aarde als uitbrandende kaars.
Vervolgens wil ik u herinneren aan de publicaties uit de hoek van de 'tegencultuur' (waarvan de hippie- en kabouterbeweging een uiting vormde) en uit de kringen voor 'alternatieve technologieën' (waarvan organisaties als De Kleine Aarde en de Stichting MEMO - Mens En Milieu vriendelijk Ondernemen - representanten vormen). Als auteurs wil ik noemen Theodore Roszak en Ernst Schumacher.

Er is bepaald geen eenstemmigheid bij genoemde auteurs. Bij de Club van Rome leeft nog ste1l!ig de gedachte, dat we een wereldwijde crisis kunnen voorkomen, als we maar op tijd ingrijpen door nog meer wetenschap en techniek paraat re maken. We moeten toe naar een wereldwijde beheersing van de ontwikkeling van wetenschap en techniek. Dán zullen we in staat zijn om alle genoemde problemen op te lossen.
Daarentegen betogen Marcuse en Roszak, ieder op eigen wijze, dat we geen oplossing vinden voor de huidige onderdrukking van de mens door wetenschap en techniek, tenzij we oog krijgen voor de oorzaken van die onderdrukking, Marcuse wijt die - als gezegd – vooral aan de politieke en industriële machthebbers, die zich eenzijdig oriënteren op de rationele zienswijze op de mens, wals die in de wetenschap en techniek gemeengoed is geworden.
Alles wat gebeurt en moet gebeuren, is met de ratio (de rede, het verstand) te doorgronden, aldus is de pretentie van de moderne wetenschap. Aldus wordt ook gehandeld in de techniek, En als gevolg daarvan is de mens geworden tot de ééndimensionale mens; de mens die beheerst wordt door de rede, en bij wie geen plaats meer is voor bijvoorbeeld kunst, voor liefde, voor waarachtige menselijke omgang met elkaar.
De kiem voor deze verenging van de mensvisie is volgens Marcuse gelegen in de geschiedenis van het westers denken, met name ten tijde van de Verlichting. Toen heeft de verheerlijking van de rede zijn aanvang genomen.
Roszak kan in grote trekken met Marcuse meegaan, wat betreft diens analyse. Hij wijst er echter op dat die verheerlijking van de rede al besloten lag in de joods-christelijke denkwijze, die bepalend is geweest 'Voor de ontwikkeling van de europese cultuur sedert het begin van onze jaartelling, Immers,aldus Roszak, het joods-christelijk geloof is een religie van het 'Woord'; daarin staat het Woord Gods, de Bijbel, centraal. En voorts kent het joods-christelijke denken geen enkele goddelijkheid toe aan de natuur, zoals bij vele andere religies juist wel het geval is.
De werkelijkheid wordt aldus ontgoddelijkt, en staat volledig open voor beheersing door de mens. Als gevolg van de concentratie op het woord, en het appèl op het verstandelijk vermogen van de mens, kan het niet anders of vroeg of laat moet vanzelf de eenzijdige gerichtheid op het rationele opkomen. Aldus Roszak.

Zoals u wel merkt, staat voor Marcuse en Roszak de vertechnisering en verwetenschappelijking van onze westerse cultuur bepaald niet op zich.
Zij zien een oorzaak daarvoor in de mens- en wereldbeschouwing van de mensen, die wetenschap en techniek beoefenen.
Daarom zullen we hierna aandacht besteden aan de geestelijk-historische wortels van de vertechnisering.
Alvorens daartoe over te gaan, wil ik een drietal pregnante citaten geven, die tot uitdrukking brengen, dat gesproken mag worden over verering van de techniek, ja dat zelfs gerept mag worden van een religieuze verheerlijking en verwachting van de techniek.
Het overheersend motief in de techniek, is immers - aldus Spengler -: ' ... een kleine zelfgeschapen wereld te maken, die evenals de grote uit eigen kracht beweegt en die slechts aan mensenhand gehoorzaamt. Zelf God te zijn, dat was de faustische droom der uitvinders, waaruit alle ontwerpen van machines ontstonden'.
En voor velen geldt, aldus opnieuw Spengler: 'De techniek is eeuwig en onvergankelijk als God de Vader, zij verlost de mensheid als de Zoon, zij verlicht ons als de Heilige Geest.' En inderdaad, het valt niet te ontkennen, dat velen de techniek het vermogen toekennen om mensen te verlossen.
En hoe gemakkelijk wordt de techniek niet te hulp geroepen bij het zoeken van oplossingen voor onze grote problemen, als verlichtte zij ons als Gods Geest?
Orthega y Gasset, een spaans cultuurfilosoof, merkt op dat de mens die moet 'leven in het geloof aan de techniek en aan niets anders, zijn zin verliest.
"Daarom behoren deze jaren, waarin wij leven en die meest intenstechnische zijn die de menselijke geschiedenis gekend heeft, ook tot de meest lege".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief