Boekbespreking
1981-05-29
Vertellen uit de Bijbel aan kleuters - Jaargang 25
- nummer 21
en
Hoe kunnen onze kinderen de Psalmen verstaan?
Het "Gereformeerd Schoolverband" heeft met het her-uitgeven van deze twee referaten van de heer A. Janse ons iets gegeven, dat als een goede aanvulling kan dienen op de bijdragen, die mevr. M. Vrijmoeth-de Jong schrijft over “Bijbelgebruik in het gezin".
Weliswaar heeft dhr. Janse speciaal de school op het oog (kleuterschool, lagere school), maar sinds het verschijnen - in 1931 resp. 1923 is de situatie in de christelijke scholen dermate gewijzigd, dat ze daar geen algemene belangstelling meer zullen hebben, laat staan gelding. Wat jammer toch! Uit zulke publicaties van 50 jaar geleden lees je het sindsdien doorwerkende verval in onze christelijke kringen af.
Hetgeen onze ouders en grootouders in bovengenoemde artikelen is geboden, heeft thans nog fundamentele betekenis voor ons, voor onze gezinnen in de eerste plaats. Door het regelmatig lezen van de Bijbel - zo zegt hij - komt, óók voor de kleine kinderen, de werkelijkheid van Gods werken in het verleden duidelijk uit. Het is alles echt gebeurd: de HERE ging met Zijn volk om, zegende het als het naar Hem luisterde, strafte het wanneer het Hem verliet. Hij gaf het beloften en het zag naar de vervulling ervan uit. Vele beloften werden ook tijdens hun leven vervuld. Maar ook: Hij toonde Zijn werken in de schepping, zo dat Zijn volk wijs werd en Hem om die werken kon prijzen. Dat allemaal is echt gebeurd.
Is dat nu, voor ons, anders? Nee toch!
Een HERE in de hemel om ontzag voor te hebben, Hem lief te hebben, Hem te verwachten aan het eind van de tijden, het zijn alle werkelijkheden, óók voor onze kinderen. En juist in een leeftijd, dat ze veel leren, dat ze ook leren te gehoorzamen, Hem en hun ouders. Om ook later, in het volle leven, zijn geboden te houden en te weten: dat is ons leven, want Hij heeft het zo aan ons gegeven.
Dan, als je voor de werkelijkheid oog hebt, is er ook geen probleem met de Psalmen. Kunnen kinderen die verstaan?
We moeten er niet teveel van uitgaan of de kinderen "er wat aan hebben". We moeten ze op een voor kinderen geschikte manier lezen en ze veel berijmde .psalmen laten leren.
Moet je wel alles, wat je (als kind) leert, op dat moment in je leven helemaal doorzien? Als een kleintje de poes plaagt en vader dat verbiedt, heeft het kind niet eens weet ervan, wat plagen is. Zo ook gaat het in de psalmen voor kinderen in de eerste plaats er om te beseffen, waar en wat de kern van het lied is. Niet alle woordjes stuk voor stuk behoeven begrepen te worden, als het Woord maar verstaan wordt. Dan kunnen ze Gods lof meezingen, daarvan duidelijk besef hebben, zonder alle woorden van psalm 118 te kunnen plaatsen.
Dat stelt er de ouders wel voor om met enkele trefwoorden - beslist niet teveel - aan te geven, wat de bedoeling van een bepaalde psalm is. Liederen van bevrijding, andere van doodsangsten, weer andere over het samenkomen van de gemeente, enz. De nadruk ligt daarbij op de werken van de HERE en Zijn doen met Zijn volk.
Daarbij komt "het eigen ik" van het kind niet aan bod, evenmin zijn belevenis of geloof. "We moeten óók in ons Bijbels onderwijs niet antropocentrisch (de mens in het middelpunt), maar theocentrisch (God in het middelpunt) leren denken."
Deze her-uitgave is - dat zal na lezing van het vorenstaande wel duidelijk zijn - evenzeer van belang voor onze jeugdverenigingen, bijbelkringen en clubs. Ja, zouden ook onze voorgangers er niet iets aan hebben voor hun preek- en catechetisch werk?
De brochure is, evenals eerder aangekondigde, verkrijgbaar bij de heer J. L. Struik, Davenschot 37, Heino (Ov.) en kost f 3,65 (over te schrijven op gironr. 800093 van de Rabobank te Heino t.b.v. rekening nr. 327150602.) Veel eenvoudiger is een abonnement te nemen, dan ontvangt u 4 brochures per jaar voor totaal f 10,-.
Voor de goede orde merk ik nog op, dat de besproken bijdragen in de vijftiger jaren opgenomen zijn in een bundel "Opvoeding en onderwijs"; deze bundel is echter uitverkocht.
M. de Jonge, Voorburg
L. Praamsma, De Kerk van Alle Eeuwen, uitgeverij Wever, Franeker.
Deel II en III, prijs f 49,50 per deel.
In twee kloeke delen (resp. 437 en 432 pagina's dik) vervolgt dr Praamsma zijn (aangekondigde) vierdelige serie over de Algemene Kerkgeschiedenis.
Heb ik bij de recensie van dat eerste' deel al lovende woorden kunnen uitspreken, het niveau van deel twee en drie evenaart de al eerder geboden kwaliteit, zo het deze zelfs niet overtreft.
Dr Praamsma geeft me de indruk zich vooral in de periode van de Reformatie (deel 11, 16e en 17e eeuw) thuis te voelen; hij is een man die aan die Hervorming duidelijk veel affiniteit voelt. Diezelfde verbondenheid met zijn stof blijkt ook uit deel IIl, waarin hij de dieptepunten, maar ook de hoogtepunten van de historie der 18e en 19e eeuw tekent.
Dat hij zélf partij kiest - een gereformeerd kerkhistoricus wil zijn blijkt uit vele bladzijden en passages.
Persoonlijk doet me de betrokkenheid, die eigen plaatsbepaling, weldadig aan.
Dat hij als Calvinist van de cultuur van de samenleving kennis wil nemen, die ook christelijk wil proberen te doordenken, is ook vele malen duidelijk.
Overigens spreekt hij niet alleen over de geschiedenis van de kerk in engere zin; ever de denkers van de Verlichting, het gevoelsklimaat van de l8e eeuw enz. worden nuttige dingen opgemerkt.
Steeds opnieuw blijkt een grote belezenheid, ook op terreinen die (naar de mening van sommigen) mogelijk niet rechtstreeks met de stof te maken hebben. Waar hij grotere levensbeschouwelijke kaders aanlegt of zich direct met beschrijving of evaluatie van gebeurtenissen of biografieën bezighoudt, steeds opnieuw blijkt zijn beheersing van de stof. Op die terreinen waar ik hem (een beetje) kon volgen, citeerde hij steeds de standaardwerken van gezaghebbende geleerden.
Dat dat ook veel werken uit het Engelse taalgebied betreft maakt de "actieradius" alleen maar groter.
Iets over de inhoud zelf, het is ondoenlijk om een enigszins volledige opgave van de inhoud te doen. Toch hier een aantal korte aanduidingen. In deel 11 bespreekt hij naast de persoon, de levensloop en het werk van de grote Reformatoren, ook uitvoerig de Contra Reformatie. Er bestaat bij hem (hoe kan het anders voor een man die de Amerikaanse cultuur kent) ook interesse voor de ontwikkelingen van het Anglicanisme, de Puriteinse theologie en de Engelse Deïsten. Interessant vind ik het ook dat hij aandacht geeft (zij het in wat kort bestek) aan de Oosters Orthodoxe Kerk en aan de ontwikkelingen in Skandinavië en andere gebieden "buiten het centrum" van Europa. De woorden waarmee Bogerman de Remonstranten van de Synode wegstuurde, uitspraken van de filosoof Descartes, citaten uit de Regels die Ignatius van Loyola voor de nieuwe orde der Jezuïeten instelde, en nog veel meer, wordt bevattelijk in de tekst verweven, zodat er grote betrokkenheid bij de beschreven gebeurtenissen kan ontstaan.
In deel III is het al niet anders. Ook daar aandacht voor de Verlichtingstheologie en haar "Ontwrichting" in Engeland, Schotland, Frankrijk, Duitsland en Nederland, het Réveil en de gebeurtenissen van de Doleantie etc.
Ook een apart hoofdstuk over "naar binnen gekeerde vroomheid" (de theologie van Schortinghuis, de "opwekking in Nijkerk in 1749-50, en de conventikels), de kerk van de Tsaren, de R.K. kerk in de 1ge eeuwen "Levens van Jezus", een genre literatuur dat "de historische Jezus" moest portretteren.
Uiteraard is dit maar een greep uit de vele onderwerpen.
Uit bovenstaande zal duidelijk geworden zijn dat ik over deze serie enthousiast ben. Als dr Praamsma ook in het vierde deel dit niveau van geschiedschrijving vasthoudt (en waarom zou hij dat niet"), dan is met deze voltallige serie een standaardwerk op de markt gekomen dat vele Iezers aan zich verplichten zal en hun meer kennis van en liefde voor de geschiedenis van de Kerk zal bijbrengen. Ik hoop dat velen er de tweehonderd gulden voor over zullen hebben. (Je bent veel meer dan tweehonderd gulden armer, als je dat geld op zak probeert te houden.)