Vervulling of Vervuiling

1981-06-05
  • Jaargang 25
  • nummer 22
Elke Pinksterdag worden we steeds duidelijker gekonfronteerd met de tegenstelling, die boven dit artikel staat geformuleerd.
Zij is uit de Schriften afkomstig en ik kwam haar ook tegen in een advertentie in het blad "Visie" van de Evangelische Omroep als thema voor een konferentie.
Zij is dus geen uitvinding van mij maar een bijbels gegeven, dat ons telkens iets laat zien van de realiteit van de Pinksterbedeling.
"Als de dag van het Pinksterfeest vervuld is ... "
Zo begint in Handelingen twee het pinksterverhaal van de uitstorting van de Heilige Geest op de gemeente in Jeruzalem.
In het oude verbond was Pinksteren het oogstfeest. Op die dag werden de eerste korenschoven van de nieuwe oogst in de tempel aan de HEER gewijd door de priester. Al het werk op het land is gedaan. Alles is gegroeid. Alles is rijp geworden. En wat de HEER dan heeft gegeven, wordt aan de HEER teruggegeven als de volheid van zijn zegen en als vervulling van zijn beloften. (Leviticus 23, vers 15 t/m 21) Dat rijp-worden van de oogst heeft veel tijd gekost en men kon ten slotte, als álles gedaan is, slechts wachten op de zegen van de Schepper en op de vervulling van zijn beloften.
Natuurlijk groeide er op die akkers óók onkruid, vooral als een vijand uit jalouzie of naijver, dat onkruid extra had gezaaid. Maar, omdat de rijping van de oogst tijd vergde, kon men niet dadelijk beginnen met het uitroeien van het onkruid; omdat de oogst moest rijpen, moest ook het onkruid rijpen en zo wachtte alles op de dag van de oogst, als de maaiers zouden komen en de sikkel in het koren zouden slaan. In de bedeling van de vervulling moest óók de bedeling van de vervuiling tot haar hoogtepunt komen; eerst dán zou de Heer van de akker tarwe en onkruid kunnen scheiden en kon het oogstfeest tot vervulling komen. (Mattheüs 13, vers 24 t/m 30) Als die dag van het Pinksterfeest vervuld werd, zet de levende Heer, die aan het kruis gestorven is en uit de doden is opgewekt en toen ten hemel gevaren is, de kroon op zijn werk en stort de Geest uit op álle vlees; het wordt nu de laatste bedeling, de periode, waarin álles voltooid wordt, wat Hij beloofd heeft en de grote oogst van het koninkrijk der hemelen definitief wordt voltooid.
Die laatste bedeling, waarin de gemeente van Christus dan nu leeft, ook nog in 1981,is de bedeling van de vervulling, de bedeling van de rijping van de oogst. De zon van de Geest schijnt op álle vlees, op álle leven, op álle bestaan en op álle krachten. En alles zal leven en groeien en bloeien voor de levende God en voor zijn Zoon Jezus Christus.
Alle scholen zullen werken door de Geest; alle fabrieken zullen draaien door de Geest; alle mensen zullen trouwen door de Geest; alle mannen en vrouwen en kinderen zullen de produkten van hun leven als een offer brengen aan God door de Geest; alle lijden wordt geheiligd, alle verdriet wordt gereinigd; alle zonden worden uitgebrand; alle lasten worden gedragen en verdragen; allemaal door de Geest van Christus; we zijn sedert Pinksteren van Handelingen 2 op weg naar de vervulling, dat wil zeggen naar het rijp worden, naar de totaliteit van Gods rijk; alles bloeit, groeit en breekt uit voor de Geest en voor Jezus Christus; het staat niet meer stil en kan niet meer terug; want de levende God is in Jezus Christus op weg naar de grote dag van de wereldoogst.
Pinksteren is een en al vervulling van Gods beloften en wie in die bedeling meegroeit, zoals u en ik, die groeit mee naar de dag van Jezus Christus; die is op weg naar het moment, dat de engelen uit de hemel de sikkels slaan in de wereldoogst en de vervulling daarvan zullen binnen halen in de eeuwige tabernakelen.
Sedert Pinksteren kan niemand of niets meer de voltooiing
van Gods rijk tegenhouden.
We denken wel eens, als dat maar werkelijk waar is!
Want ál dat onkruid dan? Heel die vervuiling van de wereldakker. alsof iemand boosaardig de oogst heeft bedorven?
Want bij de vervuiling, die door het Beest in de wereld gebracht schijnt te zijn; de vervuiling van de menselijke geest en de menselijke kultuur, is alles, wat als vervuiling van lucht, water en grond is teweeg gebracht, nog maar kinderspel.
Maar als we lezen, wat de Schrift zélf aangeeft als noodzakelijk, dan bemerken we, dat juist die vervulling van Pinksteren in de voltooiing van de oogst van Góds rijk, óók noodzakelijkerwijs de tijd van de rijping van de zonde met zich méé brengt.
Johannes op Patmos ziet dat zich voltrekken in de laatste bedeling.
Johannes moet de woorden van de profetie van het boek van Gods openbaring niet dichtsluiten en wègleggen.
Nee, hij moet die woorden juist prediken en laten prediken.
Want als de bedeling van de genade rijp wordt tot de volle oogst, wordt ook de bedeling van de zonde rijp, tot de volledige vernietiging.
Immers, dezelfde zon, die met haar licht de korenaren heeft rijp gestoofd, heeft door haar kracht óók het onkruid verschroeid en verbrand.
Dezelfde Geest van Christus, die door zijn licht en kracht, het mensenleven heeft verwarmd tot geloof en bekering; tot wedergeboorte en vernieuwing; diezelfde Geest van Christus heeft dan ook alle ongeloof en zonde wèggebrand tot verwoesting en verschroeiing van satans rijk.
Dan zegt Johannes: " ... wie vuil is, hij worde nóg vuiler;
maar wie rechtvaardig is, hij worde nog méér gerechtvaardigd ... "
Dat is het aangrijpende van de vervulling van die laatste Pinksterbedeling. Je kunt niet terug; je kunt niet meer ophouden; we gaan linea recta naar de dag van de voltooiing.
Vervulling èn vervuiling moeten beide hun tijd hebben. De dag van de oogst brengt álle rijpe vruchten binnen en brengt ook alle verdorring en vervuiling tot openbaring.
De zon van de Geest schijnt op alle vlees, op alle leven, op álle bestaan en op álle krachten.
Ja, dat betekent, ze zullen bloeien voor God ... of verdorren in de ondergang van satans rijk.
Alle scholen zullen werken door de Geest ... of verschroeien door Hem. Alle fabrieken zullen draaien door de Geest of door Hem in brand vliegen; alle mensen zullen trouwen door de Geest of door die Geest ontdekken, dat ze hert allemaal verknoeid hebben; alle mensen zullen hun leven als een offer aan de Heer brengen of als een produkt van afgoderij verknoeien; alle lijden wordt geheiligd door de Geest of door de vlammen van de Geest het mens-zijn vernietigen; alle verdriet krijgt zin in en door de Geest in Jezus Christus of het wordt tot dodende onzin, omdat de Geest er niet in erkend wordt; alle zonden worden uitgebrand door die Geest of door diezelfde Geest alleen maar blokkades op de weg naar het werkelijk bestaan; alle lasten worden gedragen door die Geest of zij drukken de mensen dodelijk neer in ongeloof en vertwijfeling; alles bloeit en groeit uit voor Jezus Christus naar de dag van de vervulling in Gods rijk of zinkt weg in de nacht van totale vervuiling in de buitenste duisternis.
Pinksteren is niet zo zacht en stil als het allemaal lijkt op die dag dat de schoven werden binnen gebracht in de tempel. Alles wordt vól of alles wordt vuil.
Als de genade vól wordt, moet ook de zonde rijpen.
Want als de vervulling komt, moet óók de vervuiling haar dieptepunt krijgen.
Waarheen groeien we? Waarheen groei ik?
Het staat niet meer stil.
"Die vuil is, hij worde nog vuiler ... " .
"Die rechtvaardig is, hij worde nog meer gerechtvaardigd ... "
Ik kan Jezus Christus niet meer tegenhouden.
Ik moet steeds meer leven voor Hem. 0 Vader, help mij door uw Geest!
Anders zal ik steeds meer van Hem afgroeien en vervuilen in het rijk van de Boze. .
Ik moet leven door de Geest of verbranden door de Geest. De oogstdag komt!
Heer, ontferm U over mij!!!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief