OERGEMEENTE
1981-06-12
Na Pinksteren mediteer je nog wat voort over de eerste gemeente in Jeruzalem. Ik sprak met mensen van de Vergadering of van een Beweging. Ze vonden een georganiseerde kerk maar niks. Het moest onder ons weer toegaan zoals toen in Jeruzalem. Ik moest de eerste hoofdstukken van Handelingen er maar eens op nalezen. Maar ik stuitte op een inkonsekwentie. Ze dachten er niet aan, om hun bezittingen en have te verkopen om de opbrengst uit te delen aan wie daar behoefte aan had. Desgevraagd wilden ze over Handelingen 2:45 wel iets zeggen, namelijk dat dit nu niet meer nodig was. Er waren in onze tijd immers geen behoeftigen meer. Samen delen, dat is iets van de P.v.d.A., vonden ze. Ik mocht het geen wezens kenmerk van de Christelijke gemeente noemen. Ook andere mensen koesteren hun heimwee naar Handelingen 2. De kerk moest wat meer gemeente zijn, gemeenschap. Dan moest de preek niet zo centraal staan. De dominee mocht best een opwekkend woordje spreken (als hij dat kon) maar niet met een stuk exegese komen, of hoe noem je dat. Nee, dat in Hand. 2:42 de gemeenschap op de tweede plaats komt, ná het volharden bij het onderwijs der apostelen. Onderwijs, wat een griezelig woord! Bedoelt u zo’n schoolmeesterachtige les?- Jaargang 25
- nummer 23
Ach, daar ging het me niet om. Ik heb op m’n studeerkamer een tegeltje hangen, waarop in het Fries staat: Als de preek langer duurt dan een uur, komt de duivel de kerk binnen.
Maar laten we wel eventjes bedenken, dat de apostelen er wat van konden op dit punt. Je merkt het al aan Hand. 2. En Paulus preekte zo lang, dat tenslotte één van hen, die in slaap gevallen waren, door het raam naar buiten stortte. Dit was voor Paulus nog geen reden om z’n preek af te breken, slechts om de toespraak te onderbreken. De konklusie is dan ook, dat het “volharden” bij het onderwijs der apostelen geen kleine opgaaf is. Toch is de gemeenschap vrucht van die prediking.
Men zegt wel eens: die kerk daar, is doodgepreekt. Maar als er werkelijk gepreekt is, kan dat niet waar wezen.