Gods persoonlijke zorg
1981-06-19
J. Bouma - Jaargang 25
- nummer 24
Ps. 119 : 50 "Dit is mijn troost in mijn ellende, dat uw belofte mij levend maakt."
Je kunt dit woord van de psalmdichter heel gemakkelijk algemeen houden.
Je kunt zeggen: de ellende van het mens-zijn is, dat we door de zonde vervreemd zijn van God. Door de zonde leven we, zoals het oude doopformulier zegt, in een jammerdal, dat gekenmerkt wordt door moeite en strijd, door leed en verdriet. Dat is de ellende van het menszijn.
En in die ellende is dit nu je troost, dat God je er weer uithaalt.
Dat er verlossing en hoop is in het leven.
En het is waar, we hebben het wel eens nodig om het zo algemeen te zeggen, om ons zelf die spiegel van ons mens-zijn voor te houden. Maar soms kan zo'n woord in een zeer persoonlijke situatie wel eens te gemakkelijk gebruikt worden.
let er daarom op, dat dit woord uit psalm 119 een heel persoonlijk woord is. Het gaat om mijn troost in mijn ellende. De psalmdichter spreekt niet in algemene termen, maar vanuit een konkrete situatie. Zo heb ik dat beleefd. Dat is mijn ervaring. Niet de ellende van ons totale mens-zijn, (ook al is die wel de diepste achtergrond van mijn persoonlijke ervaringen), maar dié en dié konkrete situatie heb ik als mijn ellende, als mijn moeite ervaren. De psalmdichter heeft het over een stukje werkelijkheid, zoals hij die beleefd heeft en zoals wij die dagelijks beleven.
laat ik konkreet worden. Wat is mijn troost als ik moederziel alleen op dat kleine zolderkamertje zit, ver van huis en vrienden, en de muren van m'n kamer komen op me af vanwege de eenzaamheid. Want dat is de ellende, waar veel jonge mensen vandaag in verkeren.
En wat is mijn troost als ik in de wereld om me heen zie en bang ben voor al dat geweld, dat op mij afkomt. De straatschennerij, de vernielzucht, het sexuele geweld en dan de dreiging van de kernbewapening en die giftige vervuiling van het milieu. Daarin ervaar ik hoe ellendig mijn leven er aan toe is.
En wat is mijn troost als ik zwaar ziek ben, en nauwelijks nog op herstel mag hopen. Hoeveel mensen beleven daarin niet de ellende van hun mens-zijn?
Hoe werkt dan dit woord van de psalmdichter in mijn ellende: dat ik ziek ben, dat ik lijd aan wat er in deze wereld gebeurt, dat ik soms ten einde raad ben of eenzaam en verlaten?
Is het antwoord van de psalmdichter dan niet wat al te simpel? "Dit is mijn troost in mijn ellende, dat uw belofte mij levend maakt"?
Behoedt dit woord ons er voor dat we in de drugs vluchten om maar te ontkomen aan de ellende van deze maatschappij ? Weerhoudt dit woord ons er van dat we in een depressie duiken, omdat we het leven niet meer aan kunnen? Behoedt dit woord ons voor onverschilligheid, omdat we toch niets meer te verwachten hebben van de mensen om ons heen?
Wat is troost? Het bijbelse woord troost heeft alles te maken met trouw.
Met getrouwheid, met geborgenheid. Troost is bijvoorbeeld dit, dat een ander je laat merken, je kunt op mij aan. Als je in de put zit, dan troost het je, wanneer er iemand is, die tegen je zegt: Ik ben er ook nog. Als je me nodig hebt, dan kun je op me rekenen, ook als is het midden in de nacht. Dat is troost. Dat je de trouw ervaart van je man of je vrouw, van je vrienden of van de broeders en zusters in de gemeente.
Troost is: Ik ben niet alleen meer, maar er is iemand die bij mij is in mijn moeite, in mijn lijden, in mijn ziek zijn.
Zo zijn er in de bijbel talloze voorbeelden van mensen, die in hun ellende tot God geschreeuwd hebben. Hagar en lea, Jakob en Jozef, Hanna, Job, de psalmdichter, de profeet Jeremia in z'n klaagliederen.
Mensen, die de ellende aan de lijve hebben ondervonden. Hanna en lea in hun kinderloosheid. Hagar in haar eenzaamheid in de woestijn, wanneer zij zwanger geworden de woestijn in vlucht voor Sara. Jakob in z'n vrees om z'n broer te ontmoeten. Job in z'n ziekte, in z'n naaktheid en David, die te maken had met vijanden binnenshuis en buitenshuis.
En in hun ellende hebben Ze tot God geschreeuwd. Ze hebben gehuild, ze hebben gebeden, ze hebben geroepen. Dat is trouwens kenmerkend voor de ellendigen in de bijbel: ze zijn in hun ellende niet bij de pakken gaan neerzitten, ze hebben er ook niet in berust; wat komen moet, dat moet dan maar komen, en ze zijn ook niet blijven steken in hun opstandigheid.
Maar in hun moeiten, in hun lijden was er steeds weer die geestelijke gezindheid: God is er ook nog. God die een God van nabij is, een God, die de weduwe, de wees, de vreemdeling, de arme en onderdrukte mens liefheeft.
Hij is er ook nog en ze hebben Hem gezien in hun ellende. Ze hebben tot Hem geroepen, ze hebben bij Hem hun toevlucht gezocht, ze hebben Zijn Naam geloofd en geprezen in hun ellende, want Hij was en is ook hún God.
En de Here heeft hen horen roepen. Hij heeft zich ontfermd. Hij heeft hen gered en bevrijd en heeft hun recht verschaft. De zwangere Hagar krijgt in de woestijn dit van de Here te horen: "zie, gij zijt zwanger, en gij zult een zoon haren, en hem Ismaël noemen, want de Here heeft naar uw ellende omgezien." En Mozes hoort dit woord uit de mond van de Here, wanneer de Here hem roept bij de brandende braamstruik: "Ik heb terdege gezien de ellende van mijn volk, dat in Egypte is, en hun gejammer over hun drijvers gehoord, ja, Ik ken hun smarten. Daarom ben Ik nedergedaald om hen uit de macht der Egyptenaren te redden en uit dit land te voeren naar een goed en wijd land, een land overvloeiende van melk en honing." God bekommert zich om de ellende van zijn volk en Hij bevrijdt zijn kinderen. Zo laat de Here zijn trouw blijken. Je kunt op mij rekenen. Ook al is het midden in de nacht. Gods woorden maken een mens levend. Geven hem hoop en moed, wijzen een weg, waarop je vooruit kunt. Ik zeg niet, dat Gods Woord overal een pasklaar antwoord op geeft, soms is dat ook een kwestie van zien. Maar zijn woorden geven wel altijd houvast en hoop, want je merkt: de Here is heel nabij in je ellende. Hij is je heel nabij wanneer je eenzaam op dat zolderkamertje zit, wanneer je ziek in bed ligt, wanneer je lijdt aan deze wereld en bang bent voor de gevaren van een atoomoorlog, wanneer je met je kop tegen de muur loopt. De Here leert je om over een heleboel dingen heen te kijken.
Hij leert je om met mensen en situaties om te gaan. Hij opent wegen, die wij niet gezien hadden. Hij geeft nieuwe mogelijkheden in vastgelopen situaties, en Hij geeft rust, wanneer je dat nodig hebt.
Hier, vandaag geeft Hij je de kracht en de moed om de dingen onder ogen te zien en tegelijk opent Zijn Woord voor je een werkelijkheid, die zoveel rijker is dan je nu nog moet meemaken. Hij geeft je dat verlangen naar het volkomene. Er komt nog zoveel meer, waar je nu maar ten dele weet van hebt, maar dat eens volle werkelijkheid zal worden.
Uw belofte maakt mij levend. D.w.z. uw belofte geeft mij moed, geeft mij hoop, uitzicht en redding. Uw belofte doet mij met allebei mijn benen in de nuchtere werkelijkheid staan, om die te aanvaarden, omdat ik van méér weet, van iets beters dat komen gaat. En daarin kan ik de Here loven en prijzen.