Opwekking en reformatie: twee benen van één lichaam

1981-06-19
  • Jaargang 25
  • nummer 24
Een nieuw reveil?
Toen de Evangelische Hogeschool vorig jaar februari een nieuw gebouw betrok in Amersfoort hield dr W. Ouweneel een redevoering onder de titel: een nieuw Reveil?
Hij begon met een overzicht van het reveil uit de vorige eeuw o.l.v. Willem Bilderdijk en stapte daarna over naar onze eigen tijd en wel de jaren zeventig, drie ons een opmerkelijk verschijnsel te zien gaven, die ik in een van mijn vorige artikelen aanduidde als: de evangelische beweging. Dr Ouweneel gebruikt niet dit neutrale meer descriptieve woord, maar spreekt liever van een nieuw reveil, ook al voorziet hij het wel van een vraagteken.
Dat vraagteken dat Ouweneel zelf plaatst boven zijn opschrift boeit mij het meest. Is het 'n echt vraagteken?
Of een retorische vraag? In de gloed van zijn betoog laat Ouweneel het vraagteken nog al eens achterwege, bijv. als hij zegt: "De kern van het hedendaagse Reveil wordt immers gevormd door de Evangelische Omroep"... (Bijbel en wetenschap, jrg. 5, no. 36, blz. 26) en "het is juist mijn bedoeling vandaag de E.H. in het ruimere verband te plaatsen van het Evangelisch Reveil waarin wij ons bevinden en dat zich in de jaren zeventig heeft ontwikkeld." (a.w. blz. 27.)
Ouweneel doelt hier op de hele lawine van aktiviteiten en organisaties die zich in de jaren zeventig zijn gaan manifesteren: de E.O. kwam in de ether, de toogdagen vielen op, van One-Way-Day tot de familiedag van de E.O., er kwamen Evangelische Opvangcentra en opiniebladen, er is een Evangelische Alliantie, Youth for Christ trok duizenden jongeren en zo voegde ik er de vorige keer aan toe: de Reformatorische Politieke Federatie werd opgericht.
Ouweneel plaatst zijn Evangelische Hogeschool :in deze beweging - als hefboom toot vernieuwing van christelijk onderwijs en zet daar het opschrift boven: een nieuw Reveil?
Dat vraagteken neem ik serieus ook al zal ik bij Ouweneel meer opgekomen zijn uit een vorm van bescheidenheid.
Maar hetis juist dit vraagteken wat mij gedreven heeft tot het nu volgende artikel.

Iedereen die mijn vorige artikel gelezen heeft, heeft begrepen dat ik graag een ontwikkeling zou willen stimuleren die het goede van de Reformatie èn het goede van het Reveil in één beweging doet samengroeien.
Bij Ouweneel valt het op dat hij het lichaam toch duidelijk vooral door het éne been: van de "opwekking" ziet voortbewogen. Het opschrift boven zijn artikel is niet: een nieuwe Reformatie? maar een nieuw Reveil? Wie spreekt over een nieuwe Reformatie laat namelijk de kerk niet buiten schot. Dat doet Ouweneel wèl. Hij wil bèst met 'bijbelgetrouwe' christenen van vele kerken en groepen samenwerken, maar is geen moment bereid zijn eigen bestaan als vergadering-der-gelovigen-man op het spel te zetten.
De kerk moeit buiten de discussie blijven. Zo wordt veel samenwerking van de "evangelische" christenen gekenmerkt door een schuwheid om over de kerk waarvan men zelf lid is te spreken. De kerk blijft onaantastbaar.
Ik vind dat best begrijpelijk: ik heb die neiging ook. Vooral als je uit een historische achtergrond komt waar de diskussies over de ware en valse kerk hoog opliepen en tot niets dan frustraties en scheuringen leidde. Dan laat je zo'n onderwerp maar eens even liggen. Maar het is wèl een verlegenheidsoplossing. Het leidt ook gemakkelijk tot de omgekeerde wereld, Ik sprak pas geleden iemand die een vooraanstaande plaats inneemt bij een christelijke politieke partij waarbinnen hij leden van verschillende kerken wilde verenigen, en deze zei: Kijk, in de kerk kunnen wij natuurlijk niet samenwerken met iedereen en zeker niet met hen die confessioneel een iets andere basis hebben, maar in de politiek, dáár behoor je met velen, die hetzelfde geloof in Christus hebben samen te werken, Zo'n standpunt vind ik de omgekeerde wereld. Het moest nl. precies omgekeerd zijn: het moest zó zijn dat wij de grenzen van de kerk zou wijd trekken als het hart van Jezus Christus - en dat wij als het gaat om gemeente-zijn onze deuren voor álle gelovigen open zetten, Maar op het gebied van politiek en school en wetenschap etc. - ja, 'dáár mogen wij onze eigen "onderonsjes" creëren, dáár hebben wij het volste recht om zelfs mede-gelovigen te weren als hun politiek of wetenschappelijk inzicht mij niet ligt - of onjuist voorkomt, In de kerk van Christus echter niet.
Veel samenwerking binnen de evangelische beweging blijft oppervlakkig zolang er bij zovele groepen die in deze beweging meedoen een, soms verholen, soms luid uitgesproken sectarisme voortwoekert.
Een eerste stap om dit te overwinnen zou zijn: de "open" avondmaalsviering.
Ik ben ervan overtuigd dat dit laatste de toetssteen is voor een bijbelse visie op de gemeente en voor iedere ware oecumene. Neen, ik bedoel hiermee niet een avondmaalsviering die open staat voor álle kerkbezoekers - of alle mensen.
Daarom staat "open" tussen aanhalingstekens.
Het is veen avondmaalsviering waaraan ieder die in Christus gelooft van harte en als volwaardige tafelgenoot mag meedoen.
Ik zou graag willen dat wij niet alleen gingen juichen over allerlei gezamenlijke activiteiten - in Reveilstijl - van "bijbel-getrouwe" christenen, maar dat wij daarnaast op zijn minst ook gingen lijden aan de kerk. Als dit laatste ontbreekt blijft het lichaam hinken op één been. Dit lijden aan 'de kerk is eigen aan iedere christen, die niet de gemakkelijke uitweg kiest van het sectarisme.
Dat lijden aan de kerk is allereerst een lijden aan de eigen kerk en niet die van de ander. In een diep soort getroffenheid dat wij zelf niet eens beseffen "van wat voor hoogte wij gevallen zijn" (Openb. 2 : 5).

Toch wilde ik het eigenlijk in dit artikel niet zozeer hebben over de kerk, maar over het vraagteken achter Ouweneels artikel.
Is deze evangelische beweging nu echt een reveil?
Ouweneel zelf beschrijft als het wezen van een reveil: "Het doen ontwaken van wat de bijbel een "overblijfsel' noemt. Een overblijfsel is niet een schamel brokstukje van wat vroeger was, een restje waarin het essentiële ontbreekt, maar in de bijbel is een "overblijfsel" een pit, een kleine kern waarin God in Zijn barmhartigheid op kleine schaal ...
gestalte geeft aan de essentie van dat wat Hij met Zijn volk beoogd heeft." (a.w. blz. 26).
In deze omschrijving van een reveil wordt iets niet ingevuld wat er noodzakelijkerwijs toch eigenlijk bij moet behoren, nl. wat God met Zijn volk beoogt.
De kerk is geen doel in zichzelf maar instrument en die rest in de kerk die de Here bij tijden in Zijn barmhartigheid doet ontwaken gaat dan in zulke tijden plaatsvervangend verrichten wat de kerk in zijn geheel zou moeten doen - en dat is het hart van God de wereld indragen.
Ik mis in deze omschrijving van een reveil dus twee elementen: a. nadruk op de samenhang tussen de "rest", noem het de 'Gideonsbende' en het geheel van het volk, waarmee zij zich verbonden moet blijven weten, wil zij niet in het sektarisme vervallen waarover ik zoëven schreef en waarvoor de rest in tijden van verval plaatsvervangend optreedt. In diepste zin is Jezus Christus zelf op deze wijze "rest" .geweest: Geheel alleen en op unieke wijze is Hij plaatsvervangend ingetreden voor heel het volk, b. de nadruk op het "in-de-wereldgezonden-zijn", De rest moet zioh niet inkapselen in haar eigen weefsel, maar steeds een open gerichtheid houden op wat zij in Christus' kracht in en voor deze wereld kan doen.
De cultuur en de politiek, Israël en El Salvador, de verslaafden en de rijken, komen hier om de hoek.

Ik zeg niet dat Ouweneel het met dit laatste oneens is. Alleen ik ben op dit punt wel veel kritischer dan hij. Hij noemt wei E.O.-Metterdaad al, "een waardige tegenhanger van de sociale hulpverlening van het 19e eeuwse Reveil" (blz. 26) maar daarmee ben ik bij lange na niet tevreden gesteld.
Hebben christenen met ook de opdracht gevoeld om bijv. de slavernij de wereld uit te helpen? Zijn zij niet geroepen om 'ook in wetenschap, kunst en politiek "tekenen van het Koninkrijk" op te richten. Dit reikt verder dan aalmoezen geven.
Wie zich bekommert om vernieuwing van de strukturen van de samenleving, of protesteert tegen onrechtvaardige instellingen of tradities zal in de evangelische beweging in ons land niet veel aanhang vinden.
Dat is buiten Nederland anders. In de wereld van de Evangelie als buiten ons land komt in ieder geval een man als Billy Graham er publiek voor uit dat hij een tegenstander is van de atoombewapening.
Wij vinden er tijdschriften zoals de "Sojourners" die sinds jaar en dag protesteren tegen het racisme, tegen het kapitalisme en de wapenwedloop.
We treffen daar een boek aan als van Ronald J. Sider: Rijke christenen in een tijd van honger. (Gideon), dat ik enige tijd geleden besprak in Opbouw.
In Bensheim in Duitsland leeft een christelijke gemeenschap, die opkomt voor de betrouwbaarheid van de Schrift en die uiterst rechts is in hun theologie, maar die politiek gezien maatschappij-kritisch is. Hun tijdschrift heet "Offensive" (adres: Offensive Juger Christen, Pf. 83, D-6140 Bensheim). Zo kan ik nog doorgaan. De R.P.F. die zich in deze evangelische beweging heeft geplaatst draagt alle kenmerken van de verrechtsing die deze beweging in Holland nog draagt. Ik zou graag willen dat zij zich op het punt van hun sociaal-economisch program op het punt van milieu, communicatie, vrede en veiligheid naar de andere zijde van het C.D.A. bewoog.
Het is jammer dar de E.V.P. haar geestelijke wortels heeft liggen in de theologie van de bevrijding.
Anders zou een gesprek met deze politieke partij heel vruchtbaar op helt program van de R.P.F. kunnen inwerken.

Slotsom
Toch blijf ik heel poskief staan tegenover alk bewegingen in ons land - op het gebied van de communicatie, onderwijs, politiek, etc. die het goede uit de twee stromingen van Reformatie en Opwekking willen samenbrengen.
Laten wij er voor bidden dat dat ook gebeurt. Dat niet het kwade of eenzijdige van deze twee tradities overleeft, maar juist het goede van beiden: een door Christus gegrepen zijn om de wereld met het blijde evangelie te menen: van bovenaf door kerkvernieuwing - en van onderop - door een geestelijk ontwaken van álle leden.

Wel heb ik in dit artikel een paar achtergronden genoemd die mij nog de nodige reserves en kritiek geven.
Ik noemde: sektarisme op kerkelijk gebied, en verrechtsing op het politieke vlak. Verder: een wat zwartwitte manier van denken en te snelle oplossingen in de wetenschap, en wat verkramping in de psychologie, in de kultuurvragen wat wereldmijdend en in het denken over de geschiedenis provinciaal, Tenslotte zal er ook in de theologie ook nog wel heel wat besproken moeten worden, Wat ik in het eerste artikel noemde.
Het zal wel blijken dat bij verdere samenwerking en discussie waarschijnlijk ook een zeer gevarieerd bijbelgelbruik een grote rol speelt in heel deze beweging.
Moeten wij de Schriften lezen vanuit hun kern, als een schilderij van Rembrandt met zijn geheimzinnige lichtinval precies op de hoofdpartij ... of moeten wij de Schriften zien als een gesloten systeem van waarheden, waarin iedere tekst een onmisbare schakel vormt? Over dit onderwerp heeft het blad Opbouw en met name ds H. de Jong zich al voorheen duidelijk uitgesproken.
Dit zal in de komende ontwikkelingen op de achtergrond een grote rol spelen, Met een afwijzing van het rapport Schriftgezag van de Geref. Kerk zijn wij er nog niet uit.
Kortom: at deze overweging leiden mij ertoe om onder het vraagteken van dr W. Ouweneel een extra streep te zetten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief