Dienstplichtig tussen wet en geweten

1981-06-19
  • Jaargang 25
  • nummer 24
We zien het allemaal als we met de trein van Amersfoort naar Zwolle reizen.
Vlak bij station 't Harde steekt een groot radar boven de bomen uit.
Dáár liggen ze, zo wordt gezegd.
Kernwapens wel te verstaan. En die zijn bloedlink, dus moeten ze goed bewaakt worden. De bewaking van de kernwapens wordt SITE-wacht genoemd.
Die worden voornamelijk door dienstplichtigen verzorgd. Iedereen die voor zo'n wacht wordt aangewezen voert die opdracht gewoon uit.
Iedereen? Nee, toch niet. Er zijn er enkelen die weigeren.
Aad is zo iemand. Hij is 27 jaar. Van 1971-1979 studeerde hij chemie te Leiden.
Wat bewoog hem de "SITE-wacht" te weigeren?

"M'n ethiek gaat zover dat ik Sitewacht geweigerd heb. Aan de bewaking van kernwapens wil ik niet meedoen. Opslag en gebruik liggen in elkaars verlengde. Aas ik kernwapens bewaak dan geef ik ze in feite door aan mensen die ze later mogelijk gebruiken. Dat gebruik kan ik niet uitsluiten, Ais ik ze doorgeef aan de gebruiker 'ben Ik eigenlijk net zo schuldig. Ik heb het mogelijk gemaakt dat ze gebruikt gaan wonden. En daar ben ik op tegen, omdat ik kernwapens niet als verdedigingsmiddel kan beschouwen.
Natuurlijk heeft een mens, een leger het recht op zelfverdediging.
Maar we moeten ons wèl afvragen: welke technieken zijn daarvoor gerechtvaardigd?
Een oorlog gevoerd.
met kernwapens zal mogelijk escaleren, uit de hand lopen. We zullen niet meer kunnen spreken van een West-Europese of Oost-Europese cultuur omdat we slechts verbrande aarde en puinhopen over hebben.
En degenen die dan nog schijnbaar gezond de aanval van kernwapens hebben overleefd zullen vaak psychisch kapot zijn. Je ziet dat op Hiroshima. Mensen waren en zijn heel angstig in het kontakt zoeken met anderen. Ze zijn niet meer in staat de liefde te bedrijven, omdat ze bang zijn kinderen met genetische afwijkingen ter wereld te brengen."

"Er zijn nog een paar argumenten die maken dat ik tégen kernwapens ben.
Een tijd van oorlog is een tijd van spanning. Het realiteitsbesef neemt in zo'n situatie af. Het rustig overwegen van wel of niet gebruiken gaat in zo'n situatie niet meer op.
Door het niet hebben van kernwapens kun je het uit de hand lopen van de vernietiging inperken, Trouwens: het bezit van kernwapens brengt ook in vredestijd grote risico's met zich mee. Moet je je eens voorsteden wat er technisch mis kan gaan met dit soort wapens!
In Amerika viel een stuk gereedschap op een veiligheidssysteem van een verouderde Titan-raket. God zij dank sloegen er maar vijf van de zes veiligheidssystemen door. Als de zesde het niet had gehouden waren de gevolgen niet te overzien geweest.
Ik bedoel: een kleine 'menselijke' fout kan ook destruktie leiden.
Als de kernwapens uit Nederland weg zijn, dan denk ,ik dat het veiligheidsgevaar van de Nederlander vergroot wordt.
Het woordje 'kernwapen' roept toch meer angst- dan veiligheidsgevoelens op? De meerderheid van de Nederlandse bevolking is vóór de I.K.V. keuze: 'Help de kernwapens de wereld uit, te beginnen met Nederland'.

Dat is aangetoond door verschillende enquêtes. Het Elseviers Weekblad heeft een aantal maanden geleden gemeld dat ongeveer 60% van de Nederlanders achter de leuze staat. Zou je dan van de Nederlandse regering niet een heel andere politiek verwachten dan welke ze nu voert? Namelijk een politiek die veel meer gericht is op het leggen van kontakten met de organisatie waar ze in zit èn met de organisatie die ze tegenover zich heeft.
Ik vertegenwoordig dat meerderheidsstandpunt in het leger.
Praat er met mensen over op een manier die gewoon ontspannen is.
In dat gesprek moet je niet polariseren.
Je moet tot een goede uitwisseling van gegevens komen waardoor we elkaars mening in ieder geval kunnen begrijpen. Zo heb ik m'n standpunt goed duidelijk kunnen maken aan mijn kapitein. Hij zei dat hij een andere mening had, maar hij heeft me respektvol behandeld.
Misschien dat we door het gesprek binnen het leger dichter naar elkaar kunnen komen. We moeten in het leger niet twee partijen krijgen die zich niet meer met elkaar bemoeien.
We moeten ons met elkáár bezinnen op de vraag of kernwapens wel als verdedigingsmiddel gehanteerd mogen wonden.
Het stimuleren van die bezinning zie lik als mijn taak. Die taak kun je het beste daar uitvoeren, waar men met de wapens omgaat. En dat is in Nederland het leger. Het leger is misschien wel de moeilijkste plaats om deze rol te vervullen, maar waarom zou ik het ontlopen?"

Tot zover Aad, Zijn daad is niet zonder gevolgen. Hij zal binnenkort voor de krijgsraad moeren verschijnen.
Dit betekent dat hij een strafblad krijgt. Van het strafblad zal Aad bij z'n terugkeer in de burgermaatschappij mogelijk veel hinder ondervinden. Maar dat heeft hij er voor over.
Hoe we ook over Aad z'n daad denken, daarover zo direct, hij geeft op ondubbelzinnige wijze uiting aan de zorgen die hij zich maakt over de richting waarin de bewapening zich in onze samenleving ontwikkelt, Daarin vindt hij m.i., veel christen-jongeren aan zijn kant.
Hoe moeten we nu Aad z'n daad beoordelen?
Vorig jaar stond er in Opbouw een discussie tussen drs H. de Jong en dr B. Goudzwaard over het kernwapenvraagstuk.
In deze discussie wees ds De Jong verschillende keren op de onverantwoordelijkheid die een 'groot gedeelte van de jeugd zou kenmerken. Helt menstype dat de wacht gaat aflossen is lichtzinnig, schreeuwend, zinnelijk, spottend, verachtend, kortom: frivool (Opb. 24e jrg. 1980, nr. 11).
De kritische jeugd blijft afwachten, afzijdig staan t.o.v. de samenleving en haar noden (Opb. 24e jrg. nr. 14).
Hoort Aad bij deze door ds De Jong beschreven groep?
Of hoort hij bij de vele jongeren die diep geraakt zijn door de nood en het onrecht in onze samenleving waar prof. Goudzwaard over schrijft?
Met de beantwoording van deze vraag moeren we voorzichtig zijn.
We kunnen nl. te snel oordelend spreken over de nieuwe generatie.
Want wat ik me afvraag: komt de door ds De Jong genoemde afzijdige, afwachtende houding niet voort uit een soort verlamming die over de nieuwe generatie (ook christenjongeren) is heen gekomen?
Eén factor welke m.i. ten grondslag ligt aan die verlamming wil ik noemen; Aad heeft het al even aangestipt.
Het is de dreigende ondergang van alle leven, dat ons in tal van publicaties wordt geschetst, Prof. Lea Dasberg heeft daar heel indringend over geschreven in haar: 'Pedagogiek in de schaduw van het Jaar 2000'. Wat gaat er met ons milieu gebeuren? Waar moeten we met het radio-actief afval heen? Hoe staat het er met onze energievoorraad voor? Hoe lossen we de overbevolking op? Hoeveel keer kunnen we de wereld vernietigen met onze kernwapens?
Al die bedreigingen wonden gezien in het licht van het Jaar 2000 en krijgen dan haast een mythologische lading. "Dan, in het Jaar 2000, zal er geen vegetatie meer zijn, geen zuurstof, geen drinkwater, geen brandstof. In het Jaar 2000 zullen door radio-actieve besmetting mismaakte baby's worden geboren. In het Jaar 2000 zal de laatste oorlog, de kernoorlog, alles vernietigen." (a.w. pag. 16) Deze 'apokalyps', zoals het wordt genoemd, komt volgens velen onafwendbaar op ons af. Als een soort noodlot zal heil: over ons heenkomen.
Het opinieweekblad Hervormd Nederland publiceerde onlangs een artikel van de huisarts Douwe de Vries, waarin erop werd gewezen dat de dreigende kernoorlog vellen de zin van hun bestaan ontneemt.
Het voortdurend leven onder de angst van een kernoorlog heeft een schadelijke invloed op de volksgezondheid, aldus Douwe de Vries.
Nu is het woordje 'angst' misschien zwaargeladen. Maar wat mijzelf betreft: er gaat geen dag voorbij dat ik niet denk aan de mogelijkheid van een kernoorlog met z'n gevolgen.
En het is onontkoombaar dat dit invloed heeft op je manier van leven.
Daarin zijn wij kinderen van onze tijd.

Aad heeft z'n verantwoordelijkheid niet willen omlopen. Hij heeft zich niet afzijdig willen houden en is in militaire dienst gegaan. Binnen het militaire apparaat heeft hij wèl uiting willen geven aan zijn verontrusting over de kernbewapening.
Verdient hij het juist niet om straks zonder strafblad de burgermaatschappij weer in te gaan?

Henk Stellingwerf is dienstplichtig militair in 't Harde.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief