Mijn moeder was nogal eens in de war

1981-06-19
  • Jaargang 25
  • nummer 24
Mink van Rijsdijk liet in 1976 een boekje verschijnen onder de titel 'Uw moeder was weer erg in de war vandaag'. In de verantwoording waarmee ze dit boekje begint beantwoordt ze de vraag waarom ze dit boekje schreef.
Haar moeder raakte steeds meer in de war en werd tenslotte geheel dement.
'Juist de wetenschap dat er duizenden mannen en vrouwen lijden aan ontluistering van zichzelf of van hun dierbaren, deed me doorgaan'.
Dit is ook de reden waarom ik deze keer iets wil schrijven over mijn moeder die de laatste jaren van haar leven steeds meer in de war raakte. Zij was daarin niet de enige, want pas las ik in een krant dat in ons land bijna een kwart miljoen oudere nederlanders lijden aan dementie, waarvan 70.000 zo ernstig dat ze volkomen afhankelijk en hulpbehoevend zijn, Het feit dat je moeder in de war raakt brengt jezelf vaak in de war.
Je leest van dementie, je kunt jarenlang horen van mensen die zichzelf niet meer helpen kunnen, maar als dit alles je eigen moeder overkomt, schrik je ervan en weet je er nauwelijks raad mee. Je moet dan voor jezelf beginnen er wel raad mee te weten, er niet door in de war Te raken, Eén ding is me steeds meer duidelijk geworden hoe diep het in een mensenleven kan inwerken, als dat mensenleven wordt aangetast door zichtbare aftakeling, door merkbare ontluistering. Je krijgt dan te maken met het probleem van het lijden, met het probleem van het mens-zijn, waartoe God de mensen heeft geroepen.
Het begon met mijn moeder eigenlijk vrij onverwacht, vlak na een griep die haar lichamelijk nogal deed verzwakken. Ze kon opeens niet meer lezen, voor die tijd ging het nog met een vergrootglas of uit een boek met groot gedrukte letters.
Uit de krant haalde ze eerst nog de vetgedrukte koppen en zo bleef ze op de hoogte met het wereldlijk en kerkelijk gebeuren. Maar toen was dat opeens afgelopen, het ging niet meer, maar de krant opzeggen wou ze niet en elke dag haalde ze de krant van de tafel in de gang bij haar kamer in het bejaardencentrum en legde hem op een vaste plaats op de kast, zodat ik hem mee kon nemen. Die krant bleef een stuk van haar leven, ook toen ze niet meer lezen kon.
Wat wordt het leven dan eenzaam en eng als je niet meer lezen kunt.
Het betekende voor haar ook dat ze niet meer kon lezen in de bijbel.
En zó wend ze voor het horen van Gods woorden steeds meer afhankelijk van een ander.
Ze zei vaak oud, worden is wel mooi, maar ...
Erg heeft ze het ook gevonden dat ze niets meer onthouden kon, dat ze vaak niet meer wist welke dag het was zodat ze dinsdags wel eens vroeg waarover de dominee die dag had gepreekt. Ze kon lachen om dergelijke vergissingen, maar het aanvaarden van 'het niet meer weten heeft haar veel moeite en strijd gekost, méér dan ze heeft laten merken, Het was niet alleen dat ze steeds meer in de war raakte, het heeft haar ook pijn gedaan dat ze steeds minder kon, dat ze in allerlei dingen steeds meer afhankelijk werd van de hulp van anderen. De dingen die ze zelf nog wilde doen mislukten vaak. En als je wei eens tegen haar zei dat ze misschien toch wat vaker de bel moest gebruiken zodat er iemand kon komen om haar te helpen, antwoordde ze, soms vrij fel 'nee, ik wil toch ook nog graag een beetje mens blijven'. Een beetje mens blijven ...
Daar heeft David het eigenlijk over in Psalm 30. Hij zegt daar dat hij zo ziek is geweest dat hij eigenlijk niet meer leefde. En toen hij beter werd zag hij dat als een terugkomen uit het dodenrijk De ziekte, het leed, de dementie kan een mens zo aangrijpen dat je je eigenlijk geen mens meer voelt. God heeft de mens wel bijna goddelijk gemaakt (Psalm 8), maar de gevolgen van de zonde hebben het menselijk bestaan zo aangetast dat mensen zich voor God haast geen mensen meer voelen.
De dood is en blijft een vijand, zelfs in het wegblijven kan de dood een vijand zijn ...
Ja, mijn moeder raakte steeds meer in de war maar in dat alles bleef ze blij met de bekende klanken uit de bijbel. Ze vergat op het laatst wel eens ,te bidden voor het eten maar als je haar Psalm 121 voorlas vulde ze zelf de regels aan: 'Mijn hulp is van de Heer alleen'.

Huub Oosterhuis zegt in één van zijn gedichten:

'Zolang de mensen woorden spreken,
zolang we voor elkaar bestaan,
zolang zult Gij ons niet ontbreken,
we danken U in Jezus' naam'.

Zolang we voor elkaar bestaan.
Zullen we er eens wat vaker aan gaan denken dat wij, gezonde mensen, bestaan voor hen die zo verward zijn. Door ons-zijn-bij-hen wil God ook hen niet ontbreken ...
Ik schreef dit stukje omdat er meer moeders en ook vaders in de war lijn onder ons. Troostvol is dat God ook hun leven vernieuwt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief