Niet omzien in wrok, maar uitzien naar Gods genade

2011-12-23
  • Jaargang 55
  • nummer 25
Op woensdag 13 december 2011 kopte het Nederlands Dagblad op haar voorpagina: Prof. J. Kamphuis (89) overleden.
Voor jongeren hooguit een mededeling, die nieuwsgierigheid opwekt: Waarom staat zo’n bericht op de voorpagina?
Voor de oudere lezers van dit blad (Opbouw) is dat geen vraag. De ontstaansgeschiedenis van onze Nederlands Gereformeerde kerken is ondenkbaar zonder hem. Zij lazen dit bericht met gemengde gevoelens.

Prof. Kamphuis was overtuigd aanhanger van de in 1944 geschorste prof. Klaas Schilder, die tot Vrijmaking opriep.
De breuk in de Gereformeerde kerken was een feit en op veel plaatsen ontstonden Vrijgemaakt Gereformeerde kerken. In 1948 werd Jaap Kamphuis predikant, maar in 1958 werd hij benoemd tot hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht aan de vrijgemaakte Theologische Hogeschool aan de Broederweg in Kampen.

Felle polemiek
Daarnaast was hij hoofdredacteur van het wekelijks verschijnende kerkelijke opinieblad De Reformatie. Als geen ander bestreed hij met een ongekende, haast hartstochtelijke felheid ideeën die volgens hem afweken van de gereformeerde belijdenis en die het spoor van de Vrijmaking verloochenden.
Menigeen keek in die dagen uit naar de verschijning van zijn ‘leidinggevende’ artikelen, zodat je wist hoe je over bepaalde dingen moest denken.
Anderen waren juist bang, dat daardoor nog meer verwijdering zou ontstaan.
In de tweede helft van de jaren vijftig was op last van de uitgever van De Reformatie al de redactie vervangen, als gevolg waarvan het blad Opbouw was opgericht.
Felle polemieken vonden plaats. Wie die nu leest begrijpt niet hoe dit kon gebeuren. De verschillen werden zo hoog opgeblazen alsof het werkelijk niet meer mogelijk was om samen één kerk te vormen. De strijd kwam tot een hoogtepunt, toen ds B. Telder en ds C. Vonk kritische vragen stelden bij een zinsnede uit Zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus. En helemaal toen op 31 oktober 1966 de zogenaamde Open Brief aan de Tehuisgemeente in Groningen verscheen.
Samen met anderen trok prof. Kamphuis fel van leer. En hij schuwde niet om broeders en zusters achter hun – wat hij noemde - ontrouwe kerkenraden vandaan te roepen om elders de gereformeerde kerk voort te zetten.
Zelf deed hij dat ook in Kampen. Zijn bezwaren tegen de predikanten en kerkenraad in die plaats waren zo ernstig, dat hij meende niet anders te kunnen doen dan de Nieuwe kerk aan de Broederweg te verlaten en samen met anderen op 21 juni 1967 op een andere plaats de eerste kerkdienst te beleggen van wat later de GKV in Kampen werd.

Het schisma liegt
Wat in Kampen gebeurde, gebeurde ook elders. Zelf heb ik als kind in de gemeente van Den Haag Zuid-West zoiets meegemaakt. Ook daar waren er die de gemeente opriepen om de ‘ontrouwe’ kerkenraad te verlaten en hen te volgen naar een andere locatie.
Ik weet nog goed hoe zondag in zondag uit namen werden voorgelezen van kerkleden die ‘zich onttrokken hadden aan opzicht en tucht van de kerkenraad’. Van vriendjes hoorde ik dat onze dominee een dwaalleraar en valse herder was. Wat dat precies was, wist ik niet. Zij waarschijnlijk ook niet, maar het was wel heel erg … En als je het toenmalige Gereformeerd Gezinsblad las, of De Reformatie en Opbouw, en ook bij je ouders informeerde wat er toch aan de hand was, wist je wel wat er zo’n beetje gaande was. En ergens voelde je ook dat het waar was, wat de titel van een brochure uit die tijd zei: ‘Het schisma liegt’. Je voelde: Hier is zich een scheiding aan het voltrekken tussen mensen, die de Heer van de kerk ongelooflijk liefhebben en Hem willen volgen. Het kan toch niet waar zijn dat er een muur tussen hen beiden opgetrokken wordt?
En toch gebeurde het. Op zoveel plaatsen in den lande, en één van de mensen die meende dat het ook werkelijk nodig was, was prof. Kamphuis.
Kerkenraden werden als ontrouw aan de kant gezet, en predikanten geschorst.
Ds. J.O. Mulder, predikant in de kerk van Kampen kreeg van hem de diskwalificatie ‘wolf in schaapskleren’. Kerken die niet duidelijk kozen werden buiten het verband van de kerken geplaatst. Velen zijn toen kerkelijk diep gewond geraakt, soms blijvend.
Of al dan niet als predikant in de bloei van hun leven geknakt. Ouderen in onze kerken dragen nog steeds de sporen van een diep kerkelijk trauma met zich mee.

Gelovig en aimabel
Geen wonder dat sommigen bij het horen van de naam Kamphuis nog steeds de rillingen over de rug lopen.
Toch valt er meer over hem te zeggen.
Zelf moest ik ook wel even ‘schakelen’, toen ik eind jaren tachtig prof. Kamphuis voor het eerst in een kerkdienst hoorde en zag voorgaan. Wat een liefde voor de HEER en zijn Woord!
Wat kon hij ook veel goeds zaaien dus!
Is dat dezelfde professor Kamhuis als …?
Nog weer later - ik was intussen predikant geworden in Dalfsen – zag ik hem in het EO-programma Wittewierum.
Een bewogen en aimabel man, met een royaal en oecumenisch hart naar andere christenen. In dat interview proefde je zijn liefde voor gereformeerde baptisten in het buitenland.
Maar het voorzetje dat door de interviewers gegeven werd om dan ook wat kritischer te kijken naar zijn rol in het eigen kerkelijk verleden en iets van spijt te betuigen werd niet ingekopt.

Rond diezelfde tijd ontmoette ik hem onverwacht in een Zwols ziekenhuis bij het sterfbed van mijn oom, zijn zwager. Ik voelde me wat ongemakkelijk en ook overbodig. Maar hij was erg hartelijk. Samen zaten we daar, en ik merkte wel dat hij erg begaan was met mijn oom en tante. Maar ook hoeveel troost hij putte uit het evangelie.
Ik nam afscheid van mijn oom met de woorden: ‘Tot ziens bij Jezus!’

Wonder in Kampen
Nog weer tien jaar later – ik was intussen predikant geworden in Kampen – ontmoette ik hem opnieuw. De scheuring in Kampen was op 21 juni 2007 inmiddels veertig jaar geleden. Op de eerstvolgende zondag na 21 juni zou ik voorgaan en een broeder tipte me erover dat het veertig jaar na die diep ingrijpende gebeurtenis was. Ik preekte over Psalm 106 waarin het gaat over de schuld van Gods kinderen, vroeger en nu. Maar vooral hoe God door alles heen goed is en zijn volk in stand houdt. En dat Hij eens bij elkaar zal brengen die bij elkaar horen, misschien ook weer broeders en zusters uit het nu verdeelde kerkelijke huis van Vrijgemaakt en Nederlands gereformeerden? We hebben God daarom gebeden!
Wonderlijk genoeg ontvingen we als kerkenraad kort daarna een uitnodiging van de beide GKV’s in Kampen om elkaar te ontmoeten. Echt een wonder van Boven, niemand had daarop gerekend. Van meet af aan waren het gesprekken van hart tot hart. Eigenlijk herkenden we elkaar direct als broers en zussen die gewoon bij elkaar horen als kinderen van één Vader. Geliefd door Hem, dan heb je elkaar toch ook lief …? Vrij gauw ontstond het idee om iedereen in dat goede te laten delen. We besloten een zogenaamde Kerkendag te beleggen, waarin de leden van de drie gemeenten elkaar zouden ontmoeten voor het aangezicht van God. Hem danken, loven, schuld belijden en weer ‘snuffelen’ aan elkaar als kinderen van God.
Later heb ik dat in het ND een ‘kerkelijk familiediner’ genoemd naar het programma van Bert van Leeuwen.

Teleurstelling
Ik zou die dag leiden. Maar er zat nog altijd veel oud zeer, vooral vanwege prof. Kamphuis en de woorden die hij gebruikt had over ds J.O. Mulder. Ik dacht: Wat zou het mooi zijn als de oude prof. Kamphuis op de een of andere manier zou laten blijken óók blij te zijn met deze dag. Ik belde hem, en zonder verdere toelichting was ik welkom. Het werd een warm en hartelijk gesprek. Ik vertelde hem wat de bedoeling van mijn bezoek was. Helaas liep dát uit op een teleurstelling. Hij zei de situatie in Kampen te weinig te kennen om mijn vreugde te kunnen delen. Wel herinnerde hij zich onze eerdere ontmoeting en de woorden waarmee ik afscheid had genomen. Ik legde uit wat ik ermee bedoeld had.
Namelijk mijn stellige verwachting mijn oom terug te zullen zien, als Jezus terugkomt.
Hij bleek dat anders opgevat te hebben, namelijk als een aanmoediging: U zult gauw Jezus ontmoeten …! Zo kwamen wij te spreken over de opvattingen van Telder en Vonk, en het accent dat de Bijbel legt op de terugkomst van onze Heer. We konden onze toekomstverwachting in Christus écht delen, maar we konden het niet in álles eens worden. Heel dicht bij elkaar, maar in zijn beleving nog niet dicht genoeg. Jammer en pijnlijk, maar voor hem was het vooral niet acceptabel. Toch bewaar ik goede herinneringen aan het bezoek.
Ook het afscheid was hartelijk en hij wenste me Gods zegen toe, maar ik kon op de Kerkendag helaas niet laten horen wat ik graag gewild had. De kontakten in Kampen zijn gelukkig verder gegaan, en beloven veel goeds.

Eeuwig leven uit genade
Waarop gehoopt werd, is niet gebeurd.
Ook later niet. De harde, naar onze kerken en predikanten uitgesproken woorden zijn helaas niet teruggenomen.
Nu is prof. Kamphuis heengegaan, gestorven in hetzelfde geloof als waarin wij verder leven. Ondanks alles een broeder in Christus! Hoe ga je verder met pijn en onrecht uit het verleden die zo schrijnend kunnen zijn en voor sommigen een open wond is? Ik zou zeggen: niet verbitterd kiezen voor omzien in wrok, maar uitzien naar Gods genade. Jezelf geliefd weten door je Vader en dan je broeders en zusters liefhebben, óók wanneer die onbegrijpelijke dingen doen of zeggen. En dat bij Hem neerleggen in het besef dat Hij echt in staat is om recht te doen aan de levenden en de doden.
Aan het leven van ons allen hangt het enorme prijskaartje van Jezus’ dood aan het kruis op Golgotha. Zo heeft Hij ons aanvaard, en zo kunnen we elkaar aanvaarden als broeders en zusters.
Realiseer je dat ons kennen vandaag ten dele is. Kijk uit dat je je eigen opvattingen niet verabsoluteert.
Straks zullen we vervuld zijn van de heerlijkheid van de Heer.

Ten slotte, misschien hebt u net als ik gedacht: hoe zou het nu zijn? Zou de Heer Jaap Kamphuis verwelkomd hebben en hem geholpen hebben om de door hem bestreden broeders te ontmoeten? Hij misschien verrast door hen te zien en zij verrast door hem nú al te ontmoeten? Misschien zijn ze elkaar huilend van vreugde in de armen gevallen, stamelend dat de Heer zo goed is en dat ze het eeuwige leven aan zijn genade te danken hebben.
En anders zal dat vast gebeuren als Jezus terugkomt.
Eén ding is zeker: als Hij eens echt alles is in ons allemaal, zullen we elkaar helemaal begrijpen en met elkaar God grootmaken. Oh, when the saints go marching in!

Roel Venderbos is predikant van de NGK Kampen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief