Boekbespreking

1980-06-27
  • Jaargang 24
  • nummer 26
Drs. H. de Jong - "Bron en Norm"
Een bundel bijbelstudies - Serie Bijbel en gemeente - Uitgave van J. H. Kok - Kampen 1979 - 161 pag.Prijs: f 23,50.

Na twee bundels preken biedt Drs. de Jong uit Amsterdam ons in dit boek een fiks aantal bijbelstudies. Ettelijke teksten uit het Oude en uit het Nieuwe Testament krijgen aandacht. We kennen kollega De Jong als iemand, die niet behendig met een veelheid van woorden over teksten heenhuppelt.
Integendeel, hij heeft terecht de naam gekregen van een scherpzinnig exegeet, die uit het materiaal der Heilige Schrift verschillende détails opdiept en vensters laat zien waar wij voorheen slechts een blinde muur ontwaarden. Wij willen puntsgewijs zijn boek typeren en zo nu en dan onze bewering nader illustreren.
1. Deze bijbelstudies zijn rijk De Schriftverklaring van De Jong is voluit theocentrisch en christocentrisch!
De tekst komt dichter bij je in het direkte verband en in de kontekst van de hele Bijbel. Dat blijkt om een voorbeeld te noemen heel duidelijk bij de uitleg van Psalm 13 : 4 b: "Verlicht mijn ogen, opdat ik niet inslape ten dode". De auteur trekt dan de lijn door naar de aansporing van Christus om in het gebed te volharden, schenkt aandacht aan het verhaal van Jezus over de onrechtvaardige rechter en eindigt met de merkwaardige opdracht, die de Here aan Petrus gaf nl. om naar diep water te gaan en zijn netten uit te zetten om te vissen.
2. Deze bijbelstudies zijn verrassend Drs. de Jong presenteert vaak een boeiende visie. Dit vraagt wel een scherpe analyse en een sympathetischkritische benadering. Je kunt nl. bij Schriftverklaarders als Drs. de Jong het risico lopen zó meegesleept te worden, dat je je kritisch vermogen finaal op stal zet. Het verrassende element krijgt in dit kader ook gestalte in ettelijke originele kompakte uitdrukkingen, die je bijblijven en waarmee je kunt werken. Dat laatste betekent heel wat anders dan: waarmee je aan de haal kunt gaan. Dat eerste schat de bedoeling van de auteur naar waarde terwijl dat tweede een vertekening te zien geeft van wat de schrijver werkelijk beoogt. Wij geven enkele voorbeelden: "Oorzaak van de gebedsmoeite is, dat veel mensen leven bij het beeld van een zoetsappige God, die vanzelfsprekend tot onze beschikking staat en blij moet zijn met onze klandizie.
De prediking heeft te lang eenzijdig benadrukt: God is goed. Dat werd: God is dood-goed. En dat is geworden: God is dood. Goed-doodgoed-dood" (pag. 41). "Maar niet de Bijbel is tijdgebonden, maar de tijd is bijbelgebonden" (pag. 49). "Ik zou zeggen, wie over deze tijd geen verdriet heeft, is niet wijs. Maar wie zich er over ergert is een dwaas. Ergernis maakt onbekwaam" (pag. 59). Op pag. 82 laat De Jong ons zien hoe de band van het verbond loopt van God over de schepping naar zijn volk. In dat verband komen wij de volgende treffende regels tegenr "Niet alleen de engelen in de hemel, maar ook de kikkers in de sloot zullen blij zijn als één zondaar zich bekeert... Als we met God en de naaste in het reine gekomen zijn, komt er ook reinheid voor de schepping. Hoe - dat overzie ik niet precies. Maar 't is wel waar" (pag. 83). In deze bundel wordt een verrassend nieuw licht geworpen op de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter. Hierin tasten wij de diepzinnige betekenis van de menselijke en goddelijke natuur van Christus (pag. 107 e.v.). Het is ontdekkend te lezen, dat de verloochening van Petrus een diepere achtergrond had. Petrus wilde nl. het moment, waarop hij voor Christus zou uitkomen, zèlf kiezen.
En dat moest dan per se een heldhaftig ogenblik zijn (pag. 111 e.v.).
De manier waarop de schrijver het gesprek met de samaritaanse vrouw vergelijkt met het gesprek met de joodse theoloog Nicodemus, is zonder meer subliem. Het toont ons de Heiland, die een pluriforme benaderingsmethode in zijn omgang met de mensen hanteert. (pag. 118 e.v.).
3. Deze bijbelstudies zijn praktisch De lijnen worden getrokken naar onze tijd en situatie toe. Of anders gezegd: De Jong ziet de lijnen duidelijk lopen en toont dat in stevige taal en met harde argumenten aan. Je mag gerust in dat opzicht met hem van mening verschillen, maar je moet dan wel een duidelijk alternatief aanreiken. De kerk c.q. de gelovige staat in de tijd, is door God Zèlf geplaatst in deze tijd! Overigens kan men Drs. de Jong narekenen. Hij speelt geen verstoppertje.
Hij is geen mysticus, die zich op een vitaal moment in nevelen hult.
Met de praktische inslag van deze bijbelstudies hangt een zekere vorm van aktualiteit samen. Het door ons betoogde komt in beeld als men let op het feit dat De Jong één- en andermaal laat merken hoezeer hij op goede gronden gehecht is aan het instituut van de openbare belijdenis van het geloof, aandacht besteedt aan de charismatische beweging en opponeert tegen het kinderavondmaal, dat in bredere kring steeds meer wordt gepropageerd (pag. 19-21; pag. 141-
144).
4. Deze bijbelstudies zijn populair Populair kan tweeërlei betekenen: bemind door het volk of: Verstaanbaar voor het volk. Drs. de Jong mikt niet op het eerste, maar streeft naar het laatste en wij menen dat hij door de bank genomen daarin behoorlijk geslaagd is. Dat houdt niet in, dat deze en gene niet eens moeite zal hebben met een bepaalde zin of uitdrukking.
Maar dat achten wij geen bezwaar, omdat de positieve kant ervan is, dat het prikkelt tot nadenken.
En daarom gaat het de Amsterdamse pastor! Hij heeft geen behoefte aan een stel papegaaien, maar aan mensen, die in de letterlijke zin van het woord hun verstand gebruiken en hun gevoel laten spreken, aan aandachtige lezers, die hun geloof laten, funktioneren. Deze bundel wil daarbij pertinent helpen!
We maken tot slot enkele kritische kanttekeningen. Wij vagen ons af of op pag. 28 het pluspunt van Jefta's offerbereidheid, aangegeven op de vorige pagina's, niet een beetje wordt gerelativeerd. Is Jefta in de toezegging van het offer van zijn dochter nu te veroordelen of moeten wij zijn daad uiteindelijk positief waarderen?
Als je zoals Drs. de Jong doet een schuldbelijdenis van de kant van Jefta prefereert, al wordt ze als opmerking in vragende vorm gegoten, kun je dan nog wel volhouden, dat de voltrokken daad van grootheid getuigt? Ik zit daar mee. Deze oplossing bevredigt mij niet! Ze onderstreept voor mij opnieuw een moeilijk punt in de uitleg van de desbetreffende tekst.
Wanneer het gaat over een tekst uit Psalm 127, schrijft Ds. de Jong op pag. 53: "Zo pas zei ik al, dat "zonen zijn een erfdeel des Heren" in juister vertaling moest luiden: "zonen zijn het erfdeel 'des Heren" ". Voorts wordt dan aan een voorgestelde andere vertaling van een lidwoord een verstrekkende konklusie verbonden aangaande het verschil tussen het Nieuwe Testament en het Oude Testament inzake het huwelijk. Ik vraag mij af of dit exegetisch verantwoord is. Ik wil niemand aan een bepaalde exegetische methode bij voorbaat binden, maar als dus ook de weergave van de Nieuwe Vertaling als juist moet worden aangemerkt, komt de visie van mijn kollega in dit opzicht wel aan een zijden draad te hangen.
Ik vind trouwens, dat hij in de bijbelstudie over de aangegeven tekst uit psalm 127 in kort bestek teveel overhoop haalt. Op pag. 80 eindigt de studie over: topvorm als geschiedenismodel met de zin: "Naar de maatstaven van het Koninkrijk leven wij misschien wel in de meest interessante tijd van de kerkgeschiedenis, ook nu wachtend op de adventus, de toekomst des Heren". Ik kan, gelezen in verband met het daaraan voorafgaand betoog, wel met deze volzin als zodanig instemmen. Maar ik ben tevens bang, dat velen vanwege het trauma via kerkbreuken opgelopen, er toch ietwat vreemd tegenaan kijken. Deze slotzin had eigenlijk de inzet moeten vormen van een andere bijbelstudie waarin werd duidelijk gemaakt, dat niemand op zijn tenen behoeft te gaan staan om dit op gelijk niveau te kunnen beleven. Of vraag ik nu teveel?
In de studie, getiteld: Na het Avondmaal, waarin aan de orde komt, dat de Here Jezus na de wonderbare spijziging zijn discipelen dwingt in het schip te gaan terwijl Hij zèlf de berg op gaat om te bidden, merkt Ds. de Jong op: "Dat is een beeld van en een voorschot op de situatie zoals die na hemelvaart is ontstaan. Het schip op zee is de kerk in de geschiedenis en Christus is voor het aangezicht van zijn Vader haar voorspreker". (pag. 94). In aansluiting daaraan krijgt ook de tegenwind een betekenis, die navenant is. Hij wordt geïnterpreteerd als een vijand, die het op de kerk en de gelovigen voorzien heeft. Mag je een historisch gegeven zo pressen, dat het aan een bepaalde beeldvorming beantwoordt? Balanceer je zo niet op de smalle rand van een allegorische bijbel uitleg? (Allegorie is de naam van die bepaalde soort beeldspraak, die een uitgewerkt verhaal geeft, waarvan alle trekken moeten worden overgebracht). Met deze wijze van Schriftverklaring heb ik nog steeds de grootste moeite.
Maar genoeg hierover. Onze kritiek doet onze grote waardering voor wat kollega De Jong in deze forse bundel ons biedt niet verbleken!
Wij wensen dit boek veel lezers toe!
Het is intense bestudering waard. Je komt er verder mee in het verstaan van wat God in zijn Woord te zeggen heeft. Kok te Kampen heeft het boek in royaal formaat en keurig uitgevoerd op de markt gebracht. Overigens zou het prettig zijn wanneer een eventuele herdruk een tekstregister zou bevatten!

Enschede O. Mooiweer

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief