DE BEWUSTE KEUS
1980-07-04
Het is een heel bekend woord dit woord uit Jozua 24: "Maar ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen!" Een tekst die j: vroeger veel tegen kwam in huiskamers. Op wandkleedjes geborduurd of op plankjes geschilderd. Maar ook een uitdagende tekst om zo in de kamer op te hangen, want wat een geweldige uitspraak wordt hier niet gedaan.- Jaargang 24
- nummer 27
De Israëlieten tot wie Jozua dit woord richt aan het slot van zijn toespraak, vallen hem bij. "Ook wij zullen de Here dienen, want Hij is onze God."
Geweldig! Maar zet Jozua dan geen enorme domper op de vreugde door deze enthousiaste bijvalsbetuigingen af te remmen? Ja sterker nog, hij houdt het volk voor dat het niet in staat is om God te dienen. De Here is een na-ijverig God, die zich zeker laat gelden, wanneer het volk in ongehoorzaamheid het er bij laat zitten.
Toch wil Jozua met deze ernstige woorden het enthousiasme van het volk niet temperen en de Israëlieten ontmoedigen.
Integendeel zelfs, maar hij wil dat het volk een heel bewuste keus doet. Niet een keus, die voortkomt uit het enthousiasme van het ogenblik en omdat hij Jozua hen daarin is voor gegaan. ' , Daarom houdt hij het volk in alle ernst voor wie de Here is, voor wie zij kiezen. Een naijverig God. Een God die niet over zich heen laat lopen.
En wanneer je voor Hem kiest dan· moeten je motieven zuiver zijn.
Dan moet die keus uit de grond van je hart komen.
Jozua dringt met deze woorden dus aan op de zuiverheid en echtheid van hun keus. En hoewel hij er op aandringt om voor de Here te kiezen, een betere keus is er immers niet, wil hij het volk deze keus niet opdringen.
Je kunt het ook zo zeggen. Met z'n ene hand duwt Jozua het volk naar voren toe. Toe maar, kies nu maar, en kies voor de Here. Met z'n andere hand houdt hij het volk terug en zegt: "Weet wel wat je doet, wanneer je voor de Here kiest, want Hij legt volkomen beslag op je.
Aan de ene kant dus vooral aanmoedigend: Kies voor de Here. Hij wil je God zijn. Aan de andere kant terughoudend: weet wat je doet. Het is een ernstige keus. Het gaat om je leven.
De Israëlieten worden a.h.w. door de wringer heen gehaald, opdat zij een zuivere keus zullen maken. Niet in een opwelling van enthousiasme, aangevuurd door die gevleugelde woorden van Jozua: "maar ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen."
Nee, hun keus moet een bewuste keus zijn, waarbij ze de konsekwenties van die keus reëel krijgen voorgeschoteld.
Een keus, die ze in eigen verantwoordelijkheid moeten maken.
Pas dan, wanneer de onzuivere motieven, bij wijze van spreken, er uitgewrongen zijn en het volk blijft bij haar voornemen, pas dan gaat Jozua over tot de verbondssluiting.
Jozua is overigens wel de voorganger. De voorganger in de gemeente. En een goede voorganger. Want wanneer het op een keus aankomt, dan heeft hij voor zichzelf die keus al gemaakt: "Ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen."
Behalve voorganger van het volk is Jozua ook voorganger in het gezin. Als vader gaat hij z'n gezin voor. Als gezin, als familie, wordt gekozen voor de Here. Ook voor die kinderen, die zelf misschien nog geen enkele beslissing kunnen nemen, wordt bij monde van de vader, gekozen voor de Here.
Ik zie hier een parallel met de kinderdoop. Vader en moeder zijn voorgangers in het gezin. Zij laten hun kind dopen.
Laat het maar zichtbaar worden dat ons 'kind behoort bij dat grote volk van God. Ons kind mag opgroeien met de belofte van God van vergeving der zonden en het eeuwige leven.
Lopen vader en moeder hun kinderen dan niet voor de voeten, wanneer zij hun kinderen al zo vroeg laten dopen?
Moeten onze kinderen dan zelf niet beslissen of ze bij God willen horen en gedoopt willen zijn?
Ja zeker! Ook van onze kinderen wordt een keus verlangd, maar die keus wordt gemaakt vanuit het verbond, dat de Here met ons gesloten heeft. Levend in het verbond worden ook zij voor de keus gesteld: "willen jullie Mij dienen of de afgoden, die er in deze wereld te kust en te keur zijn?"
Het is kenmerkend voor onze verhouding met de Here, voor het verbond, dat de Here ons heeft opgezocht nog voordat wij naar Hem vroegen. Dat de trouw zo helemaal van, één kant is gekomen. Steeds weer opnieuw heeft God de mens opgezocht. Abraham, Jacob, Israël. Hij riep z'n volk uit Egypte en bracht het in het land der belofte. Ondanks alles wat er gebeurde van de kant van de mens.
"Het volk", zegt Jozua in vs. 13 van dit hoofdstuk, "woont in een land, waarvoor het niet gezwoegd heeft, het woont in steden, die het niet gebouwd heeft, en ze eten van wijngaarden en olijfbomen, die ze niet geplant hebben."
Geen mens heeft een been om op te staan, geen mens heeft ook maar dit, waarin hij kan roemen.
En nu, in de nieuwe situatie van het beloofde land, wordt Israël opnieuw voor de keus gesteld. Waar gaat het hart naar uit?
Er zijn keuzemogelijkheden te over, wie zullen ze kiezen? De Here of de goden, die de vaderen vroeger gediend hebben, of de nieuwe goden in het land Kanaän.
Kiezen voor de Here is een radikale keus. Het dragen van eigen verantwoordelijkheid. Het 'betekent: al die andere goden wegdoen, breken met alles wat aan afgoderij doet denken.
Elke nieuwe situatie vraagt opnieuw om een keus.
Worden ook onze jonge mensen, wanneer ze wat ouder worden, niet geroepen tot zo'n keus? Ik denk, dat we hun die keus niet moeten en mogen opdringen. Het zal hun eigen keus moeten zijn. Maar we moeten ze ook niet te gemakkelijk over die streep heentrekken. Wel mogen we aandringen op zo'n keus, maar laat het geen drammen worden.
Eens komt de dag waarop de Here aan een kind, dat gedoopt is, zal vragen: "En wat wil jij nu? Kies je voor de goden, die je in deze wereld geproefd hebt, of kies je voor Mij, de God van het verbond, van wie je vader en moeder je verteld hebben.
Kies je voor de goden aan de overzijde van het reddende doopwater, de goden die zoveel ontredding teweeg brengen in zovele levens, of kies je voor Mij, je God, je Verlosser, je Vader?"