ORGANIST

1980-07-25
  • Jaargang 24
  • nummer 28
Op 1 mei was Hilversum 4 toebedacht aan de Vara en ik keek er vreemd van op, toen het programma om goed zeven uur begon met orgelspel: de variaties van Buxtehude over “Wie schön leuchtet der Morgenstern”; lied 157 van het Liedboek.
Een orgel bij de Vara en een kerstlied op 1 mei! Maar de omroeper gaf toelichting. Het gehele programma zou staan in het teken van de dageraad.
De dag daarvóór, de bekende dertigste april, was er op dit punt ook iets merkwaardigs. Er was het volk duidelijk gemaakt, dat ons staatsbestel geen kroning kent en dat de inhuldiging niet in een kerkdienst plaatsvinden zou. Maar toch: de kroningsmis. En dan meen ik me te herinneren, dat de Belgische aankondiger bij een concert van Vox Evangelica in Culemborg gezegd heeft, dat deze mis gecomponeerd is ter gelegenheid van de wijding van een wormstekig Mariabeeld. Maar men heeft in februari van dit jaar gedacht: Hebben we iets over een kroning in de muziekportefeuille? Welja jongens, er is toch een kroningsmis? Zijn we meteen klaar!
Hoe lang hebben musici en hun organisaties niet gehamerd op het betrachten van stijl. In de kerk geen Largo van Händel, want dat komt uit een opera. Bij een huwelijksinzegening geen bruiloftsmars om dezelfde reden. Maar ook niet “Wat de toekomst brengen moge” want dat kun je niet maken: het bruidspaar laten zingen dat het de dag van heden draagt met een rustige kalme moed.
Dank aan onze serieuze organisten. Alles wat ze spelen, willen ze stijlvol doen en ze geven niet toe aan de zo gemakkelijk te bevredigen zucht naar sensatie of sentimentaliteit. Zaterdagmorgen zucht de prediker tegen het werk dat hem wacht, maar hij bedenkt, dat de organist met het “briefje” naar de kerk gegaan is en dat die z’n vrije zaterdag opoffert om er iets goeds van te maken. Dat spoort de prediker aan. Hij weet dat hij een compagnon heeft. Ze zullen de volgende dag van elkaar horen, wat het geworden is.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief