De levensfasen van een gemeente
2008-09-12
Het neusje van de zalm op het gebied van de gemeenteopbouw in Nederland heeft zich verenigd om een gedegen boek over 'de spannende praktijk van kerkopbouw in een laatmoderne samenleving' te schrijven. Een unieke samenwerking tussen onderzoekers van de Protestantse Theologische Universiteit, de VU in Amsterdam en de Universiteit van Tilburg. Het resultaat is het boek 'Levend lichaam, Dynamiek van christelijke geloofsgemeenschappen in Nederland'. Het boek zet de belangrijkste thema's van gemeenteopbouw goed op een rijtje, is helder in opzet en prettig leesbaar.- Jaargang 52
- nummer 18
Vijf levensfasen
De schrijvers stellen dat je als gemeente te maken kunt krijgen met vijf levensfasen: kerkplanting, groei, continuïteit, revitalisering en sluiting. Elke fase bekijken ze vanuit vier invalshoeken, namelijk vanuit de 'context', vanuit identiteit en cultuur, vanuit structuur en middelen en vanuit leiding.
Op deze manier krijg je een heldere structuur en kun je ook heel goed je eigen gemeente langs de lat leggen.
Ik heb dat gedaan voor de gemeente waaraan ik nu bijna twee jaar verbonden ben als missionair predikant. Het is de vijf jaar jonge Kruispuntgemeente in de Vinexwijk Vathorst bij Amersfoort. Die gemeente is ontstaan op initiatief van leden van de drie 'moederkerken': NGK-Noord, CGK en PKN. Ik was nieuwsgierig waar we volgens dit boek in onze fase tussen kerkplanting en groei mee te maken (moeten) hebben. Daartoe beperk ik me in deze bespreking.
Lokaal of mentaal
Als je kijkt naar kerkplanting vanuit de context van de net gestichte gemeente heb je in ieder geval met twee vragen te maken die je in samenhang moet beantwoorden. De eerste vraag is of je een gemeente voor de wijk of een mentale gemeente wilt worden. In het laatste geval sluiten mensen zich bij je gemeente aan omdat die 'het best bij hen past'. In een Vinexwijk is het locale aspect juist heel belangrijk. Alleen vanwege de vele jonge kinderen zoek je kerk (en school) dicht bij huis.
Bij onze gemeente zie je wat dit betreft een dubbele beweging.
Principieel hebben we er voor gekozen om echt een gemeente voor de wijk Vathorst te zijn. Dat betekent dat alle centrale activiteiten in deze wijk plaatsvinden, dat hier ook de missionaire contacten zijn gelegd en dat ik als voorganger ook bewust hier ben gaan wonen. Tegelijkertijd komt bijna de helft van onze gemeenteleden uit de directe en sommigen zelfs uit de wijde omgeving van Vathorst. We begonnen als territoriale gemeente en zijn dat nog steeds, maar de praktijk is dat er ook een behoorlijke mentale kant aan de gemeente zit.
Open gemeenschap
De andere vraag waar je in de beginfase mee zit is die van het lidmaatschap.
Wie er wel en niet lid kunnen worden is bepalend voor het karakter van je gemeente. Met name als je missionair wilt zijn en dus open staat voor mensen die niet gewend zijn om naar christelijke leefregels te leven, kom je voor lastige vragen te staan. Wat doe je met mensen die van harte samenwonen, wat doe je met die twee homosexuele jongens die zich aanmelden, wat doe je met de niet bepaald schuldloos gescheiden man die aan de deur van de gemeente klopt? Het boek vertelt hoe de missionaire gemeentestichting Via Nova in Amsterdam hier mee omgaat. Zij hanteren de drieslag: belonging, believing, behaving. Eerst mensen een veilige ruimte bieden om God te leren kennen, dan mag je hen langzaam tot geloof in Jezus brengen en tot slot zullen ze dan hun gedrag ook gaan aanpassen aan wat ze ontdekt hebben over het leven als gelovige.
Vier soorten groei
Het is mede door deze openheid dat gemeenten gaan groeien. Na het eerste begin wordt steeds duidelijker wat voor gemeente je gaat worden en dan zullen zich steeds meer mensen daarbij bewust aansluiten. Na de eerste vreugde daarover komt ook al gauw de vraag boven hoe je als christelijke gemeente met deze groei omgaat.
Wat voor groei is het eigenlijk? Je kunt op vier manieren groeien, betoogt het boek: getalsmatig, geestelijk, organisatorisch en incarnatorisch (de wijk gaat iets van de gemeente merken). Als ik naar de Kruispuntgemeente in Vathorst kijk, zie ik dat we ons richten op geestelijke groei en dat we heel bewust proberen om verschil te maken in de wijk. Maar omdat de nadruk op geestelijke groei en presentie in de wijk kennelijk aanstekelijk werkt, dwingt ons dat de laatste maanden om bewuster om te gaan met getalsmatige en organisatorische groei. Het boek zegt het zo: 'Goede prediking en goede wandel van de gemeente leidt tot groei als zegen'. Van het één komt dus het ander en het is in mijn beleving een voortdurende cirkelbeweging tussen de vier soorten groei.
Bijwerkingen
De groei kent ook bijwerkingen. Waar gemeenten groeien is er bijna altijd sprake van 'bandwagon', het effect dat mensen zich graag aansluiten bij het winnende team. Hun betrokkenheid is oppervlakkig, want als er in de buurt een andere harder groeiende gemeente ontstaat, vertrekken ze daar naartoe.
Het andere effect van een groeiende gemeente is: hoe meer mensen, des te minder de individuele bijdrage.
Om deze bijwerkingen te voorkomen, zullen groeiende gemeenten goed moeten investeren in de nieuwkomers, bijvoorbeeld door middel van introductiecursussen.
Pas als er een gezamenlijk gedeelde visie is, kan ieder ook daadwerkelijk betrokken zijn.
Visie en vorm van de gemeente
Een kerkplanting moet zich dan ook vanaf het begin bewust zijn van haar visie en die ook bij groei vasthouden.
De meeste gemeentestichtingen hebben de visie dat ze op de nieuwe plek de verlorenen willen redden (save the unsaved). Maar ook het present zijn van de kerk in de maatschappij om die zo van binnenuit te beïnvloeden is een veelgebruikt motief bij gemeentestichting.
De motivatie om een gemeente te stichten en de vormen van groei die je meemaakt, zijn mede bepalend voor de structuur die je voor het gemeente zijn kiest. In het begin is de structuur nog heel flexibel en open. Men organiseert zich meestal in kleine huisgroepen.
Denominatie en landelijke verbanden doen er niet veel toe, ambtelijke structuren functioneren nog nauwelijks. Men voelt zich een hechte geloofsgemeenschap, vaak zonder eigen gebouw. De identiteit zit in de gemeenschap van mensen, niet in het gebouw. Zo is het in de Kruispuntgemeente ook gegaan. Na drie jaar onder leiding van een kleine 'gemeenteraad' zonder verder veel structuur gewerkt te hebben, kwam door de groei toch de noodzaak van meer organisatie. De gemeenteraad werd kerkenraad, ik werd als eerste predikant na de zomer van 2006 ingezegend, we moesten naar een grotere schoolaula en zijn nu op zoek naar een eigen multifunctioneel gebouw. Van de 35 mensen waar de gemeente mee begon zijn we gegroeid naar 350 leden. Iedere beweging institutionaliseert, zo doceert het boek, al was het maar in hout en steen. Daarom proberen wij zo'n open organisatie te handhaven met veel ruimte voor eigen initiatief van gemeenteleden, dat de gemeente nog echt flexibel blijft. De spannende vraag is tot hoeveel leden je dat kunt volhouden. Daarover zegt dit boek helaas niets.
Ondernemend leider
De laatste invalshoek waarmee we aan de hand van het boek kijken naar kerkplanting en groei is de invalshoek van het leiderschap in de beginnende en groeiende gemeente. De focus ligt hierbij op de voorganger en niet op de kerkenraad. Leuk om te kijken naar wat het gewenste profiel voor mij als voorganger is. Hij of zij moet ondernemend zijn, out-of-the-box durven denken.
Het mooiste is als het een tentenmaker is, zo citeert het boek een zekere Murray. Een tentenmaker is iemand die zijn geld deels buiten de gemeente verdient: dat maakt het makkelijker om iemand al in de beginfase aan te stellenen het houdt hem of haar scherp. Ik onderschrijf deze visie, verdien bijna de helft van mijn inkomen met een eigen coachingbureau, maar loop hier wel regelmatig mee vast. Een groeiende gemeente en een groeiend bedrijf zorgen voor een spagaat waar soms moeilijk uit te komen is. Er komt bij groei dus onherroepelijk een keuzemoment voor de voorganger die twee banen heeft. Tenzij de gemeente het belang van een ondernemende dominee inziet en ervoor kiest hem assistentie te geven in de vorm van een kerkelijk werker.
In tijden van groei is delegeren, toerustend leiding geven in plaats van zelf alles willen doen van groot belang.
Het boek schrijft: 'Groei is prettig maar doet een bijzondere aanslag op het leiderschap in een geloofsgemeenschap.
Ik kan het boek van harte aanbevelen aan ieder die bewust bezig is met nadenken over gemeente-zijn in deze tijd. Het is een gedegen boek, met open blik voor de realiteit. Het mooist vond ik het slot van het hoofdstuk over de fase van de groei. Is groei alleen voorbehouden aan conservatieve of evangelicale gemeenten, vraagt de schrijver zich af. Zijn antwoord is: als je als gemeente gelooft in de Boodschap, overtuigd bent van je opdracht en daarmee graag op een flexibele en creatieve manier naar buiten toe wilt treden, is de kans groot is dat je gemeente zal groeien. Pas als de gemeente naar buiten treedt, wordt het instituut weer een beweging!
Rein Brouwers, e.a., Levend lichaam, Dynamiek van christelijke geloofsgemeenschappen in Nederland, Kok, Kampen 2007. 303 blz. Geb. €24,50.
Drs. Ron van der Spoel is predikant van de Kruispuntgemeente (PKN-CGK-NGK) van Amersfoort-Vathorst.