Van Gideonsbende tot omroep met A-status
2008-09-12
Waar herken je een EO-programma aan? Aan het logo linksboven in beeld. Dat in elk geval. En verder? Tja, nu wordt het misschien wat lastiger. - Jaargang 52
- nummer 18
EO-programma's lijken namelijk steeds meer op de programma's van andere omroepen. Een soort Fear Factor, een spelshow waarin woorden moeten worden geraden en zelfs een eigen royalty-roddelprogramma. En de EOjongerendag 'doet niet meer onder voor de TMF Awards'. Waarin onderscheidt de EO zich nog wel? Natuurlijk, er zijn nog steeds echte EO-programma's.
Helpdesk bijvoorbeeld en Nederland zingt. Het eerste programma wordt midden in de nacht uitgezonden en het tweede op zondagochtend.
Kortom, als het grootste deel van de natie ligt te slapen.
Hoe het begon
Op 21 april 1967 werd de stichting 'Evangelische Omroep' opgericht. Het initiatief hiertoe was genomen door onder andere Albert Ramaker, Johan van Oostveen en Jan Kits. Zij vonden dat de NCRV te weinig liet zien van haar christelijke identiteit en wilden, nu steeds meer mensen konden worden bereikt via moderne media, hun kans grijpen om de verkondiging van het Evangelie te bevorderen. In 1972 kreeg de omroep de C-status en zodoende meer zendtijd. Die werd vooral gebruikt voor het uitzenden van toespraken van ds. Glashouwer, natuur- en kinderprogramma's en informatieve programma's. De EO was vanaf het begin een omroep met een brede achterban. Kerkmuren komen vaak pas in zicht als het gaat over secundaire zaken en de EO wilde vooral bezig zijn met de wens van elke christen: het evangelie verspreiden.
De omroep is een van de duidelijkste vormen van de zogenaamde 'oecumene van het hart'. Steeds minder christenen voelen zich gebonden aan een bepaald kerkgenootschap. Aan die individualisering kleven gevaren, maar het betekent ook dat christenen elkaar herkennen in hun diepste overtuiging.
Het betekent dat mensen steeds minder trouw zijn en makkelijk overstappen als het ze niet bevalt. Aan de andere kant zijn er steeds minder obstakels als christenen van verschillend pluimage samen ergens aan willen bouwen. Regels en dogma's verliezen aan populariteit en de sterke nadruk op het gevoel past helemaal bij deze tijd. Dat zie je bij de EO, net als in het grootste deel van evangelisch Nederland (en trouwens ook bij een toenemend aantal van oorsprong gereformeerde kerken).
De omroep groeide en kreeg in 1983 de B-status. In 1992 werd zelfs de A-status verkregen. Intussen was de strategie van de omroep sterk veranderd.
Terwijl in eerdere jaren in maatschappelijke discussies een duidelijk antigeluid klonk en de zender veel kerkzang en bijbelstudie bood, verschoof de aandacht nu naar het nietchristelijke publiek. Want dat moet je zien te bereiken als je wilt evangeliseren, nietwaar? Ook de noodzaak om te concurreren met de commerciëlen en het strenge 'toelatingsbeleid' van de netcoördinator dwongen de EO om met luchtige, wereldse, en vooral niet te zware programma's te komen.
Kritische geluiden
Nu kun je natuurlijk slagen in je doel om een groot publiek te bereiken, maar de vraag is dan wel waarmee?
Als de EO steeds meer programma's maakt die net zo goed door de AVRO of de TROS konden zijn gemaakt, zijn ze dan nog trouw aan hun roots? Past dit nog bij wat de oprichters voor ogen hadden? Dat de omroep aan het 'ontevangeliseren' is, zoals de site habakuk.
nu zegt, is wat al te kritisch, maar misschien is het toch tijd voor bezinning.
De mogelijkheden om mensen te bereiken zijn al lang niet meer beperkt tot de televisie. Sterker nog, een groot deel van de jongeren geeft aan liever een maand zonder tv dan een dag zonder laptop te zitten. Tv is eigenlijk zo passé! Bovendien bereik je via het wereldwijde web ook veel refo-jongeren (als je door de nauwe kliksafepoort weet te gaan, tenminste) en het kan misschien geen kwaad als zij het verhaal ook eens van een andere kant horen!
Een mooie uitdaging en gezien de salarissen van de 'toppresentatoren' ontbreekt het de EO niet aan talentvolle professionals. Ik verwacht grote dingen!
Jan Kees Nentjes
De columns zijn na te lezen op www.hetkanonendemug.nl. Daar kunt u ook reageren.