Dienend presteren

2012-01-07
  • Jaargang 56
  • nummer 1
Tijdens een sollicitatiegesprek werd mij eens gevraagd: waar ben je trots op? Ons derde kind was toen net geboren en ik antwoordde: op mijn zoon. Maar zo was de vraag niet bedoeld. ‘Heb je ooit een hoge berg bedwongen, terwijl je hoogtevrees hebt?’ Ik ben geen alpinist en heb geen hoogtevrees, toch heb ik toen die functie gekregen. Mijn punt is echter dat trots een lastig begrip is voor mij en misschien voor meer christenen. Trots en eigendunk zijn verdacht. Welke prestaties kunnen wij inbrengen in vergelijking met wat Jezus Christus voor ons heeft gedaan?
Toch leven we in een wereld waarin presteren een must is. We willen er helemaal voor gaan om het beste resultaat tot stand te brengen. Ik lees op dit moment het boek Simply Christian, geschreven door Tom Wright. Ergens in dat boek gaat het over die verschillende werelden: de christelijke wereld en de ‘wereldse’ wereld. Vrij vertaald luidt die passage als volgt: “Een sleutelelement in het leven als christen is dat je leert te leven zoals dat hoort in Gods toekomstige wereld, terwijl je blijft doorleven in de tegenwoordige wereld.” Gods Koninkrijk waarvan wij burgers zijn tegenover de gewone dagelijkse wereld waarin wij leven, met al zijn prestatiegerichtheid.
Soms lijk je in een spagaat terecht te komen en dat voelt erg oncomfortabel. De laatste tijd kom ik meer en meer tot het besef dat wij als geïnspireerde christenen ontzettend veel kunnen doen, wanneer wij er maar tijd, energie en creativiteit tegenaan gooien. Wanneer de heer in Matteüs 25 op reis gaat, geeft hij zijn geld aan zijn dienaren met de opdracht om er een flinke winst mee te behalen. Belangrijk daarbij is natuurlijk dat die heer zijn dienaren niet met lege handen en een daardoor schier onmogelijke opdracht achterlaat.
Nee, hij geeft zelf aan de dienaren de talenten waarmee ze aan de slag kunnen en moeten gaan. De heer zet stap één, de (meeste) dienaren stap twee. Nadat de heer is teruggekomen, tonen twee van de dienaren hun prestaties. ‘Heer, u hebt mij vijf / twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf / twee talent bij verdiend.’ In het woord ‘alstublieft’ klinkt iets van trots mee. Met opgeheven hoofd komt de dienaar zijn heer tegemoet en overhandigt hem de enorme winst die hij heeft gerealiseerd. Daar kan hij mee voor de dag komen! Het is gepaste trots, in de zin dat de dienaar trots is op wat hij voor zijn heer heeft weten te presteren! Eigendunk ontbreekt hier. De tegenstelling tussen de twee werelden wordt onderuit gehaald. Het gaat erom het goede van twee werelden te combineren: je gaven inzetten om prestatiegericht bezig te zijn, maar dan wel ter meerdere eer en glorie van de Heer. Dienend presteren, zoals de dienaars (!) in Jezus’ gelijkenis dat deden. Is er dan niets meer om trots op te zijn? Laatst stond ons derde kind op een podium als zanger/gitarist in een bandje. Of ik trots was?
Reken maar.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief