Leer ons bidden, zoals ook Jezus het zijn leerlingen geleerd heeft
2012-01-07
Ons leven vormt zich rondom ons werk, ons gezin, ons winkelcentrum en persoonlijke keuzes. In toenemende mate lijkt het christelijk leven daardoor vormeloos. De kerk roept nog wel op tot gebed en Bijbellezen, maar vertelt niet hoe en waar we dat kunnen oefenen. Daarom roept James Kennedy de kerk op om zich te laten inspireren door het klooster. Gemeenschappelijke oefening in geestelijke disciplines zou ons kunnen helpen om aardser te worden, om meer geworteld te raken in deze en in de komende wereld.- Jaargang 56
- nummer 1
Jaren geleden gaf ik regelmatig les over Dante's Goddelijke Komedie. In dat boek gaat de auteur, na een geestelijke midlifecrisis, op pelgrimstocht.
Deze voert hem door de hel, het vagevuur en het paradijs. Natuurlijk is Dante's Inferno het meest memorabele deel van de trilogie. Maar, ook het deel van het vagevuur bestemd voor de luiaards, staat me nog steeds helder voor ogen. Elke dag opnieuw moesten zij zich geschikt maken voor het paradijs. Zo moesten zij leren, dat tijd liefde is. Misschien raakte dit beeld mij, omdat ik mezelf als lui ervaar: te druk zijn, is immers ook een vorm van luiheid. Blijkbaar ben ik te lui om te kiezen wat werkelijk belangrijk is om dan hard te kunnen werken aan de verplichtingen die er echt toe doen.
Ongeorganiseerd en vormeloos
Maar het echte punt is niet zozeer mijn vermeende luiheid, maar het knagende gevoel dat ik een ongeorganiseerd leven leid, dat ik slordig om ga met mijn leven als christen. En, daar kan ik mijn achtergrond niet volledig de schuld van geven. Wekelijkse kerkgang (liefst twee keer per zondag), een geopende bijbel rond bedtijd, gezamenlijk gebed voorafgaande aan maaltijden, vergaderingen en sportieve bijeenkomsten (waarvan er heel wat waren), een gulle houding tegenover collectes (waarbij het minimum van tien procent in de VS met haar lage belastingen wat haalbaarder lijkt), dat alles werd sterk aangemoedigd in het milieu waarin ik opgroeide.
En waarschijnlijk karakteriseren bepaalde aspecten hiervan ook het christelijke leven, dat voor veel lezers herkenbaar is.
En ongetwijfeld waren veel mensen in mijn kerk in staat om hun levens rondom deze praktijken te ordenen.
Maar, hoewel ik te boek stond als redelijk braaf, heb ik altijd afstand gehouden van een dieperliggende gehoorzaamheid. Ik herinner me ook, hoe kwaad ik was toen een spreker tijdens een Bijbelstudie op de universiteit het belang van een gedisciplineerd christelijk leven benadrukte. En ook nu ik ouder ben en een gezin heb, vind ik christelijke discipline nog steeds lastig. Op sommige gebieden lukt het me, maar op andere terreinen heb ik er totaal geen grip op.
Maar, ik ben niet de enige met dit probleem. In toenemende mate lijkt het christelijk leven vormeloos. En dat ondanks de aanhoudende oproep van de kerk aan haar leden om zich bepaalde praktijken eigen te maken.
Maar, inmiddels maken wij als individuen zelf wel uit hoe we God naderen – of niet. En ervaren we praktijken en gewoonten die ons hart niet hebben als lege en betekenisloze tradities.
Minder dan ooit omschrijft het christen-zijn een levensstijl, waarin we worden ingewijd en waarin en waarmee we worstelen totdat we aan de andere kant van de Jordaan bovenkomen.
Deze herfst was ik in Jordanië.
Tijdens een publiek debat, betoogde een moslim daar, dat Europa de Islam moest omarmen, omdat de Islam, anders dan het christelijk geloof, ten minste het hele leven omvat. Helaas lijkt dit maar al te dicht bij de waarheid.
Zo vertelde een Maronitisch christen in Beiroet me, dat christenen, anders dan moslims, gelukkig geen goddelijke geboden hebben, die ze moeten gehoorzamen. Het christendom en zijn belofte van eeuwig leven, worden zo maar al te vaak accessoires van levens die vooral bepaald worden door carrière, gezin, hobby's en het winkelcentrum. En in die context is het maar al te makkelijk om te denken dat Jezus volgen geen inspanning mag kosten. ‘Jesus, it's that easy' luidde de slogan op een sleutelhanger die ik zag hangen in een benzinestation in Oklahoma.
Gaat leven in de Geest vanzelf ?
Voor een deel is het probleem voor ons protestanten gelegen in het feit, dat we er van uitgaan dat gebed en dienstbetoon, vanzelf ‘gebeuren’ bij hen die het geloof belijden. Als we vanaf de preekstoel worden aangespoord om meer te bidden of vaker in de bijbel te lezen, lijkt de aanname dat die aansporing alleen voldoende is.
Concrete aanwijzingen voor een levend, geheiligd christelijk leven die uitstijgen boven dit soort gemeenplaatsen zijn in mijn ervaring een zeldzaamheid. Maar, veel christenen weten helemaal niet hoe ze als toegewijde christenen moeten leven, en ze zouden daarin best hulp kunnen gebruiken.
Natuurlijk hebben allerlei geestelijke disciplines hun schaduwkanten.
Zo kan een al te praktische benadering spiritualiteit reduceren tot louter techniek, of, nog erger, tot een soort werkheiligheid. Maar aan de andere kant is de aanname, dat christenen zich vanzelf het christelijk leven toe-eigenen, nog erger of op z'n best nogal naïef. Het is een teken van antinomianisme; het idee dat zij die in de Geest zijn als vanzelf weten hoe ze een christelijk leven leven. En een ding is duidelijk: dat weten zij niet.
En daarom denk ik, dat de kerk opnieuw de ascese van het christelijk leven moet benadrukken. De ascese van het soort dat christelijk discipelschap mogelijk maakt. Christelijke disciplines worden idealiter samen binnen een gemeenschap beoefend.
Daar leren mensen van elkaar leren in hun gemeenschappelijke worsteling om te groeien als discipelen. En zo kan het model van het klooster inspireren, omdat juist het leven in het klooster gekenmerkt wordt door dagelijks terugkerende ritmes en patronen, die zowel terugkeren in de gemeenschappelijke godsdienstoefeningen als in gemeenschappelijke disciplines.
Ora et labora.
McLarens spiritualiteit
Ik denk, dat deze visie op het christelijk leven uiteindelijk verschilt van die van Brian McLaren in Naked Spirituality.
Aan de ene kant word ik door aangetrokken door zijn visie, door zijn nadruk op een basale spirituali teit die binnen ieders bereik ligt, en door zijn pogingen om deze natuurlijke, menselijke spiritualiteit te verbinden met de christelijke traditie.
Als er een verbinding is tussen de doelen en de praktijken van de christelijke kerk en de spiritueel ongebondenen, dan is dit een goede poging daartoe. En het is goed dat McLaren een brug probeert te slaan naar hen die buiten de kerk staan, en naar hen die erin teleurgesteld zijn.
Maar ik ben ook terughoudend. Niet alleen is McLaren niet erg christocentrisch, maar hij lijkt er ook van uit te gaan dat er werkelijk zo iets bestaat als een autonoom individu dat op eigen benen een eigen unieke spiritualiteit kan ontwikkelen, zonder de kaders van traditie en cultuur nodig te hebben. Ik geloof niet dat zulke mensen bestaan. En zoals Chris Smith aantoont is het juist een van de grote illusies van onze tijd, dat er zulke vrije mensen bestaan.
Geestelijke discipline wordt niet op z'n best beoefend door de kluizenaar maar binnen de kaders van een gemeenschap.
Die terechte observatie maakten Benedictus en de andere pioniers van het kloosterleven al in de zesde eeuw. Het is nu niet anders.
Ascese leren doe je samen
Ascese of discipline leren, is juist iets dat in onderlinge verbondenheid moet gebeuren, binnen de kerk. En is het al met al niet zo, dat de kerk op dit moment daar helemaal niets aan doet, alsof de kerk helemaal vanaf nul moet beginnen. Orthodoxe protestanten worden juist gekarakteriseerd door gebed en Bijbellezen.
Maar ik zou wel willen dat de kerk dit beter deed. Uiteraard is er niets sterker dan een geweldige preek. En ik zou ook een pleidooi kunnen voeren om voor intellectuele verdieping binnen de kerk, want ook dat is nodig. Maar het blijft ook een probleem, dat ons nauwelijks geleerd wordt hoe te bidden, hoe stil of gastvrij te zijn, of zelfs maar hoe naar de woorden van de Schrift te luisteren.
Mensen als Dallas Willard wijzen erop dat 'vieren' een geestelijke discipline is, waar gelovigen regelmatig samenkomen om elkaar en anderen tijdens de maaltijd te vertellen over Gods werk in hun levens. Ons moeten deze dingen geleerd worden. En ik zou ontzettend graag deel uit maken van een kerk die me juist in dat op zicht zou helpen.
Dit onderwijs in geestelijke disciplines hoeft niet per se deel uit te maken van de zondagse kerkdienst.
Die heeft namelijk allereerst de lofprijzing tot doel. En natuurlijk is deze eredienst op zichzelf dus ook een geestelijke discipline die onze regelmatige aandacht nodig heeft.
En hebben oudere generaties, met hun diepe besef van eerbied, dat waarschijnlijk beter door dan jongere generaties. Maar bij andere disciplines ligt de verantwoordelijkheid, zo stel ik me voor, meer bij kleinere, toegewijde groepen mensen die zich samen oefenen in geestelijke disciplines. Die zich samen oefenen om de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte te kunnen begrijpen, de liefde van Christus te kennen die alle kennis te boven gaat, zoals Efeziërs 3 het zegt.
Het doel van zo'n gedisciplineerde gemeenschap is niet om een soort supergeestelijke kerk, of om 'geestelijke' mensen te scheppen, alsof het zou gaan om speciale of geheime kennis of om mystieke ervaringen (hoewel een vleugje mystiek een rationalistisch kerk geen kwaad kan doen). Het is ook niet het doel om een pendant te creëren voor de spirituele vrije vogels die zo kenmerkend zijn voor onze tijd.
Nee, het doel is juist om aardser te worden, om meer geworteld te raken in deze en de komende wereld. En dat is iets dat vele nonnen en monniken door de eeuwen heen hebben begrepen, en het is ook iets dat de herwaardering vraagt van de gelovigen van onze tijd.
Prof. dr. James Kennedy is hoogleraar Nederlandse Geschiedenis aan de UvA.